Exit orthomoleculairen?

Vitamine C en E helpen niet tegen kanker
In twee grote Amerikaanse experimenten met samen 50.000 mannen werd nagegaan of vitamine C, vitamine E of selenium kanker en meer specifiek prostaatkanker konden voorkomen. Het antwoord was een overduidelijk: ‘Nee!’ Het maakt niets uit.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 16 dec 2008

De verwachtingen waren sinds 1996 hooggespannen. Toen had een Finse studie (met 30.000 rokende deelnemers) het onverwachte resultaat opgeleverd dat extra vitamine E prostaatkanker met wel een derde verminderde. Over vitamine C worden ook veel enthousiaste verhalen verteld. Daarom besloten onderzoekers van het Brigham and Women's Hospital in Boston om een groot onderzoek op te zetten. In de VS is al een langdurige proef aan de gang, de Physicians Health Study (PHS), en de deelnemers daaraan werd gevraagd of ze aan een proef met vitamine E en C wilden deelnemen. Een groot aantal andere artsen kregen ook een dergelijk verzoek. Het verzamelen van proefpersonen vond plaats tussen 1999 en 2001. De totale studie heet daarom PHS II. Er werden vier even grote groepen gevormd: alleen vitamine C (500 mg per dag), alleen vitamine E (400 IE om de andere dag), niets of allebei. Dat zijn flinke hoeveelheden van ca. 7 respectievelijk 13 maal de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid (ADH). De 14.641 mannen wisten natuurlijk niet in welke groep ze zaten, want wie bijvoorbeeld geen vitamine C kreeg, werd voorzien van een foptablet. De mannen waren allemaal 50-plussers en gemiddeld ruim 64 jaar oud. Opvallend is dat de groep maar 3,6 percent rokers telde.

Op 12 november 2008 publiceerde JAMA al de resultaten van de PHS II wat betreft ernstige aandoeningen van hart en bloedvaten (bijvoorbeeld al dan niet dodelijke hart- of herseninfarcten), en noch vitamine C, noch vitamine E maakte ook maar iets uit, en dat resultaat is nu herhaald voor prostaatkanker en voor alle vormen van kanker samen, zie JAMA van 9 december.

Een tweede studie was het Selenium and Vitamin E Cancer Prevention Trial (SELECT), ondernomen door onderzoekers van de Universiteit van Texas in Houston in samenwerking met 427 gezondheidscentra in de VS, Canada en Puerto Rico. Ook deze studie was gedeeltelijk geïnspireerd op de Finse studie, waar gist met selenium prostaatkanker met bijna tweederde leek te reduceren. Wat betreft selenium was de inspiratie ook een in China uitgevoerde proef (met alweer 30.000 personen). Voor SELECT werd in de periode 2001-2004 het enorme aantal van 35.533 mannen geselecteerd, ook weer met een gemiddelde leeftijd van bijna 63, en net als bij de vorige studie in vier groepen verdeeld. Deze keer kreeg de vitamine E-groep 400 IE per dag, en de seleniumdosis was 200 microgram per dag. Deze proef werd voortijdig afgebroken, toen in augustus/september van dit jaar bij een tussentijdse controle bleek dat er zo weinig verschil was tussen de groepen dat het geen zin had om nog verder te gaan. Gemiddeld werden de proefpersonen vijf en een half jaar gevolgd. Ook hier weinig rokers (8 percent).

Helemaal nieuw is dit resultaat niet want in 2005 werden de resultaten van het zogeheten HOPE-TOO trial bekend: na circa 4000 patiënten met hart- en vaatziekten of diabetes zo'n zeven jaar gevolgd te hebben, kon men slechts concluderen dat vitamine E niks doet, behalve misschien de kans op hartfalen wat vergroten.

Opvallend is dat er in SELECT maar één persoon aan prostaatkanker overleed (er werd wel 1758 keer prostaatkanker gediagnostiseerd). Dat komt gedeeltelijk doordat alle deelnemers aan het begin al op prostaatkanker waren onderzocht (in tegensteling tot de PHS II). Toch zou in een groep van die omvang volgens de onderzoekers normaal gesproken 75-100 doden ten gevolge van prostaatkanker moeten worden verwacht. Maar de deelnemers lieten op grote schaal (ca. 85 procent) jaarlijks hun PSA testen, waardoor ze in geval van kanker er veel vroeger bij waren.

De onderzoekers begrijpen eigenlijk nauwelijks waarom er eerder zulke grote effecten voor vitamine E en selenium waren gevonden, en bij deze proeven helemaal niets. Werkt selenium alleen bij zware rokers of bij ondervoede Chinezen? Was het gewoon toeval, in de hand gewerkt door een visexpeditie in de data? Was het een bijproduct van een al dan niet toevallige weerzin van seleniumslikkers tegen het laten nemen van biopsies als ze een hoog PSA hadden? Waren de doses misschien te hoog of juist te laag?

De auteurs van de PHS II studie merken op dat er nogal wat epidemiologische studies zijn die een gunstig effect laten zien van vitamine C in het dieet. Het lijkt erop dat wie gezond eet, daardoor (of door allerlei bijkomende gedragspatronen) minder kans op kanker heeft. Maar je kunt gezond eten niet vervangen door pillen slikken.

De Volkskrant was er meteen bij en vroeg voedingshoogleraar Frans Kok naar zijn mening. Hij kon zich wel vinden in de uitspraak dat deze studie het failliet van de orthomoleculaire geneeskunde is. Maar was de orthomoleculaire geneeskunde wel ooit solvabel? Was het ooit meer dan een religieus visioen van Linus Pauling?

Eén lichtpuntje is er voor de orthomoleculaire gelovigen: de onderzochte stofjes doen weliswaar niks voor kanker enzovoorts, maar van enige hinderlijke bijwerking is bij deze doses niets gebleken. De placebopillen 'veroorzaakten' net even vaak haaruitval, jeuk, bloedinkjes, verstopping, maagzweren, misselijkheid, vermoeidheid, slaperigheid en slechte adem als de echte pillen.

 

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

 

 

 

 

 

Lees ook