Door: Menso Westerouen van Meeteren | Geplaatst: 07 december 2006

Vereniging tegen de Kwakzalverij in beroep tegen niet-vervolging Jomanda c.s.

De Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) is bij het Amsterdamse Gerechtshof in beroep gegaan tegen de beslissing van het Openbaar Ministerie (OM) om de alternatief werkende zorgverleners van Sylvia Millecam niet te vervolgen. Zo’n beroep heet ‘Beklag tegen niet-vervolging’, waartoe artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering de mogelijkheid biedt.

Vereniging tegen de Kwakzalverij in beroep tegen niet-vervolging Jomanda c.s.
 
 
Gezien de doelstellingen van de VtdK maakt zij een goede kans in het beroep (tegen deze beslissing; voor de beslissing zelf zie rechtsboven) te worden ontvangen. Wordt het beroep gehonoreerd dan wordt het OM door het Hof gelast alsnog te vervolgen. De inhoud van het beroep richt zich tegen de motivering van de sepotbeslissing en is dus vooral juridisch van aard; het inhoudelijk handelen bij de zorgverlening komt (hopelijk) bij de daadwerkelijke vervolging aan bod.

Bij de sepotbeslissing in de zaak Millecam heeft het OM een parallel getrokken met de zaak van de Amsterdamse macrobioot die in 2004/05 diende. Feitelijk betroffen dat twee zaken: één waarvoor hij veroordeeld is en één waarop hij is vrijgesproken. Het OM stelt deze laatste zaak gelijk aan de zaak Millecam. In deze casus betrof het een patiënt die zich gedurende de gehele ziektegeschiedenis ten volle de aard van de ziekte heeft beseft (kanker) en er niettemin consistent en vastberaden voor koos zich niet regulier te laten behandelen. Zelfs in de eindfase van de ziekte heeft deze patiënt er geen blijk van gegeven de gemaakte keuze te betreuren. De rechter oordeelde dat de macrobioot geen verwijt is te maken. Kernpunt daarbij was dat de patiënt niet beïnvloedbaar was, zelfs al had de macrobioot gepoogd de patiënt het reguliere circuit in te krijgen. In dat geval kan er geen sprake zijn van verwijtbare beïnvloeding, de gevolgen van het niet ondergaan van de noodzakelijke (reguliere) behandeling zijn de macrobioot niet aan te rekenen (geen causaliteit, geen redelijke toerekening van toepassing). Vergelijken we de zaak Millecam hiermee, dan blijken er grote verschillen waardoor de analogie mank gaat.

Sylvia Millecam heeft alleen in de eerste fase en in de laatste dagen van haar ziekte het besef gehad dat zij kanker had. Daartussen is de overtuiging postgevat dat er geen sprake van kanker was, hetgeen haar door de verdachten werd voorgehouden; dit geldt in het bijzonder voor de artsen Broekhuijse en Koonen en de niet-arts Damman (‘Jomanda’). Er zijn 74 verklaringen (bewijsmiddelen) die deze beïnvloeding onderbouwen. Er was geen sprake van een vastberaden en consistente keuze voor een niet-reguliere behandeling, tot en met juni 2000 koos Millecam juist voor een reguliere behandeling. Zij was bereid zich te laten opereren en evt. bestraling te ondergaan. De dagen voor haar overlijden toonde zij bovendien besef ‘verkeerd gekozen te hebben’.

Anders dan bij de patiënt van de macrobioot geeft Millecam er dus blijk van beïnvloedbaar te zijn geweest. Dit blijkt uit de ommekeer in het besef over haar ziekte, synchroon aan wat haar werd voorgehouden door de verdachten. Nadat de overtuiging ‘geen kanker’ had postgevat, verviel voor Millecam de noodzaak zich voor kanker te laten behandelen; een logische redenering die zij ook daadwerkelijk zo geuit heeft. Merkwaardig is dat het OM tot ‘niet beïnvloedbaar’ concludeert op grond van de negatieve ervaringen die Millecam had met de reguliere zorg. Haar vader zou ten onrechte geopereerd zijn, na de zware operatie bleek dat er geen sprake van kanker was. Meer voor de hand ligt om daaruit te concluderen dat Millecam des te meer beïnvloedbaar was om voor een niet-reguliere behandeling te kiezen.

De conclusie moet dan ook zijn dat Millecam beïnvloedbaar was en er is een veelheid aan bewijsmiddelen dat zij nadelig beïnvloed is door de verdachten. Dit heeft ertoe geleid dat zij niet de noodzakelijke behandeling (met grote kans op genezing) onderging. Het gevolg daarvan is geweest: ernstig lichamelijk lijden en een vroegtijdige dood. Voor deze gevolgen dienen verdachten verantwoordelijk te worden gehouden (causaliteit en redelijke toerekening) in de zin van ‘verwijtbare nadelige beïnvloeding van de op zichzelf vrije keuze van de patiënt’.

Externe bronnen:
Trouw, nu.nl, De Stentor

 

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

Menso Westerouen van Meeteren

Westerouen van Meeteren is oud Senior-Inspecteur voor de Gezondheidszorg. In die functie heeft hij leiding gegeven aan het onderzoek naar de zorgverlening aan Sylvia Millecam, de bevindingen weergegeven in het rapport `De zorgverlening aan S.M. – een voorbeeldcasus´ en hij heeft destijds namens de inspectie aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie en tuchtzaken aanhangig gemaakt bij het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam. Westerouen van Meeteren is thans vrijgevestigd adviseur en consultant voor medisch/juridische aangelegenheden te Vught.

Gerelateerde artikelen

page - 14 augustus 2021

Zowel bij modeziekten als kwakzalverij het om zaken, waarvan nut en een wetenschappelijke basis ontbreken. Een vervolg.

tijdschrift - 14 augustus 2021

Zowel bij modeziekten als kwakzalverij het om zaken, waarvan nut en een wetenschappelijke basis ontbreken. Een vervolg.

page - 14 december 2019

Kwetsbare mensen zoeken soms hun toevlucht tot psychokwakzalvers en dat kan fatale gevolgen hebben. Wat wordt daartegen gedaan?