Het parlement ontwaakt

Kamerleden stellen vragen over schadelijke alternatieve praktijken
De uitzending van Zembla van 17 januari 2010 is in het parlement niet onopgemerkt gebleven. Door vertegenwoordigers van PvdA, SP en D66 zijn dertig vragen gesteld aan de minister van VWS.
Door: Frits van Dam | Geplaatst: 26 maa 2010

Downloads

In deze uitzending werd aan de hand van twee gevalsbeschrijvingen de werkwijze van de chiropraxie en craniosacraaltherapie aan de kaak gesteld. Ik denk niet dat er ooit in onze parlementaire geschiedenis zoveel vragen gesteld zijn door de Tweede Kamer over alternatieve behandelwijzen. Opvallend was de kritische toon. Het waren vragen waar de VtdK zich niet voor zou schamen. Zo vroeg Arib van de PvdA wat de mening van de minister was over het bestaan van 85 alternatieve behandelingen in Nederland waarvan een deel schadelijke gevolgen heeft voor de burger. En zo ging Arib door, wat vindt de minister ervan dat iedereen zich voor genezer en therapeut mag uitgeven. Ook beklaagde zij zich erover dat er geen overheidscontrole is op deze groep 'genezers' of 'therapeuten' (aanhalingstekens zijn van Khadija Arib). Ook de zorgverzekeraars moesten het ontgelden bij Arib, want die vergoeden wel van alles, maar hoeveel heeft nu een therapeutisch effect? Als klap op de vuurpijl vroeg zij aan de minister of deze niet met haar van mening was, dat doordat de ziektekostenverzekeraars en de overheid deze therapieën vergoeden, zij meewerken aan misleiding van burgers. Ten slotte neemt ze IGZ op de korrel, waarbij zij vraagtekens zet bij de toezichthoudende functie van dit overheidsorgaan. Wij hadden het haar niet kunnen verbeteren.

Henk van Gerven (foto rechts), een van de twee artsen (1) in de Tweede Kamer, moet ook niets hebben van alternatieve behandelaars. Hij vroeg aan de minister of hij bereid is om onderzoek te laten doen naar de schadelijke gevolgen van alternatieve therapieën. En belangrijk, wat vindt de minister van het wijzigen van de Wet BIG in 1993 waardoor iedereen zich genezer mag noemen? Ook Fatma Koşer Kaya (2, foto links) van D66 wil weten waarom IGZ geen actief toezicht uitoefent op (risicovolle) alternatieve behandelingen, en hoe zit het met de beschikbare capaciteit van IGZ? Uiteraard waren een aantal vragen van de parlementariërs gewijd aan de ongelukken die de alternatieve behandelaars veroorzaakten en waarvan de Zembla-uitzending verslag van deed. Als u precies wilt weten wat er daarover gevraagd werd en de antwoorden van de minister hierop, verwijs ik u naar de desbetreffende Kamervragen (zie aanhangsel bij het Zembla-artikel of hierboven)

Deze kritische toon is uitermate pikant omdat vrijwel de hele Tweede Kamer nog maar net een wijziging in de belastingwetgeving had goedgekeurd waarmee voor bepaalde groepen alternatieve behandelaars, waaronder de chiropractoren, de btw afgeschaft zou worden en er zelfs een apart register voor hen ingesteld zou worden. De minister merkt dan ook fijntjes op: 'Ik mag u er wellicht aan herinneren dat het onbewezen zijn van diverse therapieën geen beletsel vormde voor diverse fracties in de Tweede Kamer om aan te dringen op uitbreiding van de BTW-vrijstellingsregeling voor gezondheidskundige diensten tot alternatieve beroepsbeoefenaren, waaronder chiropractoren.'

De antwoorden van de minister waren voorspelbaar, hij beroept zich voortdurend op wet- en regelgeving. Nee, IGZ kan niet meer doen dan ze al doet, want er zijn nu eenmaal wettelijke beperkingen; nee, er is geen reden om de wet BIG aan te passen; nee, de verzekeringsmaatschappijen moeten doen wat ze niet laten kunnen; en ja, burgers moeten maar goed uit hun doppen kijken met wie ze in zee gaan. Dat laatste is natuurlijk een gotspe want je moet wel van goeden huize komen om het abracadabra van irreguliere behandelaars te doorzien. Toch zegt de minister nog wat interessants waar hij de Wet oneerlijke handelspraktijken van stal haalt. (3) In deze wet staat dat het verboden is om een behandeling op een zodanige wijze aan te prijzen dat ten onrechte de suggestie wordt gewekt dat iemand daarmee van een bepaalde (ernstige) ziekte kan genezen of dat de ziekte niet langer progressief of levensbedreigend is. De Consumentenautoriteit is belast met de handhaving van de Wet oneerlijke handelspraktijken, en kan een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom opleggen aan de overtreder. Deze wet die pas sinds kort van kracht is, maakt het mogelijk om bij de Consumentenautoriteit klachten in te dienen tegen ongerechtvaardigde claims van alterneuten. Het zou raar zijn als de VtdK hier niet ontvankelijk zou worden verklaard als zij een klacht wil indienen. Het valt te proberen om de suggestie van de minister op te volgen, want zijn eigen IGZ is in deze duidelijk een doodlopende weg en kennelijk vindt minister Klink dat ook, zo laat hij doorschemeren in zijn antwoorden. De VtdK neemt zich voor om een paar interessante casussen aan de Consumentenautoriteit voor te leggen.

Noten
1. De andere arts is de gynecoloog Janneke Schermer (CDA). Henk Jan Ormel (CDA) is dierenarts.

2. De s in de naam van mw. mr. Koşer Kaya heeft een cedille, die aangeeft dat de s als sj klinkt.

3. De op 15 oktober 2008 in werking getreden Wet op de Oneerlijke Handelspraktijken (wet OHP, zie aangehechte pdf) ) verbiedt in artikel 193g onder q: 'bedrieglijk beweren dat een product ziekten, gebreken of misvormingen kan genezen'. Zie Burgerlijk Wetboek, boek 6.

Zoals men in de wet OHP kan nalezen, kan behalve de Consumentenautoriteit en de Stichting Autoriteit Financiële Markten, ook elke 'stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, die krachtens haar statuten tot taak heeft de bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen' het gerechtshof te 's-Gravenhage verzoeken om passende maatregelen te nemen, uiteraard nadat (overeenkomstig BW boek 3, artikel 305a lid 2) men heeft getracht de betrokkene eerst zelf over te halen.

'2. Een rechtspersoon als bedoeld in lid 1 is niet ontvankelijk, indien hij in de gegeven omstandigheden onvoldoende heeft getracht het gevorderde door het voeren van overleg met de gedaagde te bereiken. Een termijn van twee weken na de ontvangst door de gedaagde van een verzoek tot overleg onder vermelding van het gevorderde, is daartoe in elk geval voldoende.'

De zinsnede 'daarmee van een bepaalde (ernstige) ziekte kan genezen of dat de ziekte niet langer progressief of levensbedreigend is', staat niet in de wet OHP, maar in de brief die de minister ongeveer een jaar geleden aan de Tweede Kamer richtte. In de wet OHP staat dat de rechter (nl. het Haagse gerechtshof) de maatregelen verordonneert en daar staan geen boetes bij (wel dwangsommen en rectificaties op kosten van de overtreders). Het antwoord van de minister verwijst echter naar de bevoegdheden van de Consumentenautoriteit zoals vastgelegd in de Wet handhaving consumentenbescherming, en meer in het bijzonder artikel 2.9 van die wet, als er een inbreuk is gepleegd op een serie richtlijnen van de EG genoemd in bijlage b van die wet. Daar staat onder meer de Europese Richtlijn waarop de wet OHP is gebaseerd. Daar staat in bijlage I onder nummer 17 precies hetzelfde als nu in het BW boek 6, art 193g onder q.

 

 

 

Lees ook