Encyclopedie: Hypnotherapie

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Vorm van *psychotherapie waarbij de therapeut de oorzaak van de klachten van zijn cliënt tracht op te sporen door middel van *hypnose.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

De eerste hypnotherapeut was de Oostenrijker Franz Anton *Mesmer. Hij gebruikte geen 'praattherapie' maar bood zijn cliënten gelegenheid om zich onder hypnose vooral fysiek en emotioneel uit te leven. Het praten met de gehypnotiseerde raakte in zwang dankzij Mesmers volgelingen J.-H.-D. *Pététin en de markies de *Puységur. De geschiedenis van de hypnotherapie heeft daarna vele ups maar toch meer downs gekend. Werkelijk populair werd zij weer aan het eind van de 19de eeuw. Sigmund *Freud ontwikkelde zijn *psychoanalyse toen op basis van de hypnotherapie van Josef *Breuer. Een bekende moderne hypnotherapeut (die daar overigens zeer kritisch mee omging) was Milton Erickson (1901-1980). Sinds 1980 maakt de hypnotherapie haar derde revival door.

De effectiviteit van hypnotherapie staat of valt met de manier waarop de therapeut omgaat met wat de gehypnotiseerde allemaal vertelt. Veel hypnotherapeuten zijn zich ervan bewust dat de beelden die onder hypnose naar voren komen, geen pure herinneringen hoeven te zijn – en dat, zeker als die beelden in bewuste toestand niet als herinneringen worden herkend, grote voorzichtigheid is geboden. Er zijn echter ook (veel) hypnotherapeuten die in de mythe geloven dat cliënten onder hypnose juist veel beter dan normaal in staat zijn om zich iets te herinneren. Indien de cliënt de hypnotische beelden níét herkent, gaan ze ervan uit dat het om 'verdrongen herinneringen' gaat, die de oorzaak kunnen zijn van de klachten (een idee dat teruggaat op de verklaring voor *hysterie ontwikkeld door Jean-Martin *Charcot).

De enige manier om de klachten te doen verdwijnen, zo veronderstellen ze, is de cliënt vele malen opnieuw hypnotiseren en net zo lang doorvragen naar die 'herinnering' tot deze volledig boven tafel is, waarna spontaan genezing volgt (de oude 'cathartische methode' van Breuer). In deze hypnoseopvatting geldt de 'herinnering' als vast en onveranderbaar. Er is geen ruimte voor de fantasie van de cliënt of voor beïnvloeding door de therapeut – twee aspecten die, zo blijkt uit experimenteel onderzoek, nu juist beslist niet verwaarloosd mogen worden. Bij deze vorm van hypnotherapie is dus in feite sprake van een proces waarbij de therapeut ervan overtuigd is dat hij alleen maar bezig is een onveranderlijke herinnering uit een passieve cliënt tevoorschijn te toveren, terwijl die cliënt in wezen hard meewerkt (zijn of haar relaas aanpast) om de therapeut tevreden te stellen. Deze weet (en zegt) van tevoren wat er aan 'herinneringen' naar boven zou moeten komen, en geeft ook tijdens de hypnosesessies vaak nog aan wat er bereikt dient te worden. Therapie wordt zo selffulfilling prophecy. De cliënt is na afloop onder de indruk van wat hij of zij onder hypnose allemaal heeft verteld (en overtuigd van de juistheid van de 'herinnering' omdat de therapeut dat had voorspeld) terwijl de therapeut zijn of haar duistere vermoedens voor de zoveelste keer bevestigd ziet. Kortom, een folie à deux.

Onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat de aansporing om zich een bepaald feit te herinneren, gevolgd door de inspanning van de cliënt om mee te werken, een 'herinnering' kan produceren. Het is alsof de beelden die de cliënt zich voor de geest haalt in een poging iets in het verleden te vinden wat erbij past, vervolgens zonder meer in diens 'archief' terechtkomen en dan nog wel boven op de stapel, en dan bij een volgende poging voor echt worden aangezien.

Voorbeelden van diagnoses waarbij het sterke vermoeden bestaat dat ze op bovenstaande wijze tot stand komen, zijn *satanisch ritueel misbruik, de *meervoudige persoonlijkheidsstoornis en *abductions (ontvoeringen) door buitenaardse wezens. Van deze drie dateert de laatste al uit het begin van de jaren '80. De andere twee werden later populair, en dat vooral dankzij het boek The courage to heal (1988), van Ellen Bass en Laura Davis, over vrouwen met psychische klachten die zich dankzij hypnose 'herinnerden' dat zij in hun vroegste levensjaren seksueel misbruikt waren.

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

 

Lees ook