UitgelichtKaartjes voor het jaarsymposium 2024 – Wie beschermt de patiënt? zijn nu beschikbaar.

Koop hier uw kaartje
Door: Jeffrey Stevens | Geplaatst: 10 februari 2020

Kwaliteitspunten voor energetische luchtmassage

V&VN, de beroepsorganisatie voor verpleegkundigen, geeft punten voor cursussen Therapeutic Touch, een vorm van strijken met de hand.

Kwaliteitspunten voor energetische luchtmassage

Foto: https://www.therapeutictouch.nl/htm_nav.htm#htm_1_1.htm

Martine Busch is een bekende naam in het alternatieve circuit. Als directeur van het Utrechtse Van Praag Instituut organiseert ze cursussen Therapeutic Touch. Haar lobby voor ‘integrale geneeskunde’ heeft weerklank gevonden bij de V&VN, de beroepsorganisatie van Nederlandse verpleegkundigen en verzorgenden. Zorgelijk.

Martine Busch (1959) is gefascineerd door bovennatuurlijke verschijningen en onzichtbare energievelden. Na haar studies orthopedagogiek en pedagogiek ging ze aan de slag bij het parapsychologisch instituut in Utrecht waar ze kinderen met (vermeende) paranormale ervaringen begeleidde.

Medio jaren 90 raakte Busch in de ban van Therapeutic Touch (TT), een alternatieve behandelmethode waarvan wordt beweerd dat angst en pijn erdoor verminderd worden en zelfgenezing bevordert.

Om de kunst van TT te verspreiden richtte ze in 1992 samen met haar toenmalig collega Douwe Bosga het Van Praag Instituut op. Busch is er echter de afgelopen 28 jaar, ondanks haar vele reclamecampagnes en haar vele bestuursfuncties in allerlei gremia, niet in geslaagd TT onderdeel te maken van het standaard zorgaanbod, vermoedelijk omdat wetenschappelijk onderzoek haar ongelijk aantoont. Voor de V&VN, de beroepsorganisatie van Nederlandse verpleegkundigen en verzorgenden, is dit echter geen reden geweest om het Van Praag Instituut te mijden.

Onzichtbaar energieveld

Leden van de afdeling complementaire zorg van de V&VN kunnen met korting een zesdaagse cursus TT volgen bij het Utrechtse instituut. De studiebelasting bedraagt 55 uur. Op het programma staan praktijkoefeningen, hoorcolleges en kringgesprekken. Na afloop van iedere les wordt de theorie online getoetst via E-nursing

Tijdens de laatste cursusdag wordt een praktijktoets afgenomen door een examinator van het Van Praag Instituut. Wie voor beide toetsen slaagt, ontvangt een certificaat

Op haar website geeft de vakvereniging nadere uitleg: ‘Therapeutic touch is een vorm van complementaire zorg die gebaseerd is op de gedachte dat de mens behalve uit lichaam, geest en ziel, ook uit energie bestaat en dat die energie bij klachten en ziekte uit balans is. Als zorgverlener probeer je bij TT met je handen, volgens een vaste methode, het energieveld van de patiënt meer in evenwicht te brengen, zodat de energie weer vrij en symmetrisch kan stromen.’

Het gaat hier om een verondersteld energieveld, want zo moet ook de V&VN toegeven: ‘Tot op heden is het (bestaan, red.) nog niet wetenschappelijk aangetoond.’ De methode bestaat uit vijf stappen: centeren, aftasten van het energieveld, harmoniseren van het energieveld, activeren van het energieveld en afronden. Anders dan de naam doet vermoeden is aanraking bij TT niet nodig; de behandelaar maakt strijkbewegingen op ongeveer 5 tot 10 centimeter afstand van het lichaam.

Cursisten worden niet alleen beloond met een certificaat maar ook met 36 accreditatiepunten voor het kwaliteitsregister. Deze tellen mee voor het deskundigheidsdomein complementaire zorg én voor het algemene deel van het kwaliteitsregister van de V&VN. Dit register is bedacht om de kwaliteit van beroepsuitoefening te waarborgen. 

Handig voor leidinggevenden die zo in één oogopslag kunnen zien hoe het is gesteld met de bij- en nascholing van medewerkers. Om inschrijving te behouden moeten in vijf jaar 184 punten worden behaald. Daarvan geldt voor verpleegkundigen dat zij tenminste 80 punten moeten behalen met geaccrediteerde scholing, voor verzorgenden gaat het om 60 punten.

Anders dan bij het BIG-register is inschrijving geen voorwaarde om bepaalde handelingen uit te voeren of een beschermde beroepstitel te dragen. Toch is het kwaliteitssysteem meer dan een intern hulpmiddel. Onder zorgverzekeraars wint het register aan populariteit. Het wordt beschouwd als ‘het enige instrument waarmee deskundigheidsbevordering onafhankelijk wordt getoetst’. 

Een aantal verzekeraars heeft deelname daarom opgenomen in de inkoopeisen voor wijkverpleging in 2020. VGZ – de op één na grootste verzekeraar van Nederland – wil dat tenminste 40 procent van de verzorgenden en verpleegkundigen ingeschreven staan. Menzis hanteert verschillende normen.

Zo geldt voor aanbieders die al met het register werken dat op 1 november 2020 tenminste 50 procent van de medewerkers in vaste dienst ingeschreven moet staan. Indien de aanbieder nog moet starten is 30 procent voldoende.

‘Het is een soort keurmerk’, vertelt Arnout Uitewaal, secretaris van de accreditatiecommissie van de V&VN. ‘Met het kwaliteitsregister leg je vast welke norm je voor de beroepsgroep acceptabel vindt. Wij vinden niet alleen werkervaring belangrijk, maar ook dat je bij- en nascholing volgt. Dat proberen we inzichtelijk te maken, zowel aan beroepsgenoten als aan derden.’

Uitewaal: ‘Natuurlijk probeer je zoveel mogelijk bewezen therapieën toe te passen. Maar er is ook bewezen dat een placebo-effect kan hebben op geneesprocessen. In die zin kunnen veel alternatieve behandelmethoden een toegevoegde waarde hebben. Wij geven met het kwaliteitsregister ook ruimte aan ervaringen van verpleegkundigen met specifieke behandelmethoden. De beroepsgroep neemt zelf de leiding. Als personen positieve ervaringen hebben dan kan dat ook als bewijs dienen om de zorg te verbeteren. Bovendien zijn wij een brede vereniging: je hebt verpleegkundigen die aanschurken tegen het alternatieve en je hebt verpleegkundigen die meer in de medisch specialistische hoek zitten. Het is niet zo dat wij beoordelen wat goed of fout is.’ Dit is een vreemd betoog is. Het gaat hier niet om een moreel oordeel maar om iets wat al dan niet wetenschappelijk is aangetoond.

Geen placebo-effect

Wetenschappers plaatsen wél vraagtekens bij de toegevoegde waarde van TT. Een Cochrane Review uit 2014 concludeert: ‘There is no robust evidence that TT promotes healing of acute wounds.’ Een Canadese studie uit 2015 vond zelfs geen placebo-effect. De onderzoekers rekruteerden 49 proefpersonen onder borstkankerpatiënten. Zeventien daarvan kregen gedurende 5 weken radiotherapie en ontvingen drie keer per week een TT-behandeling. Een controlegroep bestaande uit 32 patiënten werd eveneens bestraald, maar ontving geen TT-behandeling. TT bleek geen positief effect te hebben gehad op huidschade. Ook werd er tussen beide groepen geen significant verschil gevonden in kwaliteit van leven, humeur en vermoeidheid.

Eerder wist de 9-jarige Emily Rosa uit Colorado de methode genadeloos onderuit te halen in een beroemd experiment. Voor een wetenschapsproject op school liet Emily TT-beoefenaren blind voelen of zij haar hand boven hun linker- of rechterhand hield. De behandelaren deden het niet beter dan je op basis van ene gokje mag verwachten. Emily schreef hierover in 1998, samen met haar moeder Linda Rosa en haar stiefvader, een artikel in het vooraanstaande medische tijdschrift JAMA

De webredactie zocht de afgelopen weken tevergeefs contact met de afdeling complementaire zorg van de V&VN. Herhaaldelijk stelden we vragen, het bleef echter stil. Ook woordvoerder Margriet Bakker van de beroepsorganisatie kon niet bemiddelen. ‘Ik heb het meerdere keren gevraagd, maar ze willen zelfs niet aangeven waarom ze niet mee willen werken.’

Toenmalig minister van Volksgezondheid Els Borst uitte in 2002 al kritiek op de voorloper van de V&VN (AVVV). De organisatie gebruikte indertijd een deel van haar budget – gekregen van de overheid – voor de werkgroep complementaire zorg, die met het geld een opleiding praktijkgerichte complementaire zorg ontwikkelde. De bewindsvrouw en in haar verlengde het ministerie zagen niets in deze vorm van moderne ‘handoplegging’.

Borst beantwoordde vragen van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) als volgt: ‘Gezien de eenmaligheid wil ik het hier verder bij laten, al wil ik u wel laten weten dat ik niet gelukkig ben met het besteden van subsidiegeld aan de door u genoemde behandelingen.’

De banden tussen de alternatieve tak van de V&VN en het Van Praag Instituut zijn bijzonder warm. Busch werd in januari 2017 aangesteld als adviseur van het bestuur van de complementaire afdeling van de vereniging.  Eén van haar taken is het begeleiden van de transformatie van complementaire zorg naar ‘integrative nursing’. 

Uit nascholingsgegevens van V&VN blijkt dat het Van Praag Instituut in 2019 tweemaal een cursus TT heeft georganiseerd. Volgens de cursusbeschrijving was er plaats voor 8 tot 16 personen, wat betekent dat het instituut in 2019 maximaal 32 mensen heeft opgeleid via de vakvereniging. Deelname kost tussen de €409,50 en €469,50, de prijs is hoger als de werkgever betaalt. Het Van Praag Instituut organiseert al enige jaren een incompany-training voor medewerkers van het Hospice Alkmaar ‘met als inzet ‘warmte, massage en aromazorg.’ In januari is een nieuwe cursus gestart.

Het Utrechtse instituut werft daarnaast zelfstandig nieuwe leerlingen. Recentelijk is het aanmeldingsformulier voor 2020 geopend. Vooralsnog rekent men dit jaar op twee groepen van 10 tot 14 deelnemers. Het instituut richt zijn pijlen op diverse beroepsgroepen, variërend van activiteitenbegeleiders tot fysiotherapeuten. Mantelzorgers zijn eveneens welkom. Een vast onderdeel van de training is het implementeren van TT op de werkvloer. Daarnaast wordt geprobeerd door voorlichting vraag te creëren onder patiënten. Bijvoorbeeld Kanker.nl, een door het KWF gefinancierde website, heeft informatie van het instituut klakkeloos op zijn site gezet. 

Zo wordt daar gesteld dat ‘algemeen blijkt dat TT kan helpen bij: angst, onrust en pijn.’ De site verwijst voor verdere informatie naar het van Praag Instituut.

Mischa Stubenitsky, woordvoerder van het KWF, geconfronteerd met de Van Praag-teksten, vindt het niet bezwaarlijk dat deze informatie zo wordt verspreid. Hij stelt: ‘KankerNL is een onafhankelijk platform. Het doel is om over alles wat patiënten bezighoudt inzicht te geven. Daar vallen zaken onder die niet altijd wetenschappelijk onderbouwd zijn. Mitsen en maren worden in dit soort gevallen beschreven. Zo ook bij het stukje over TT.’ Stubenitsky doelt op de disclaimer op de site: ‘Of er inderdaad zoiets als een energieveld bestaat, is onduidelijk. Wetenschappers weten nog weinig over de aard en vorm van de energie waarop deze methode zich richt.’

Deze zinnen wekken een verkeerde indruk. Ze zijn bovendien afkomstig van het Van Praag Instituut. Wie zich niet in de methode heeft verdiept, zou kunnen denken dat de wetenschap er nog niet helemaal uit is. En dat is onzin. Claims over energetische luchtmassage zijn allang weerlegd. Toch gaat de organisatie – die fondsen werft voor hoogstaand wetenschappelijk onderzoek en voorlichting – geen stappen ondernemen. De informatie wordt niet aangepast en de link naar het van Praag Instituut blijft intact. Want, zo laat het KWF weten: ‘Er staat duidelijk dat de werkzaamheid van deze therapie niet wetenschappelijk is onderbouwd.’

Misleidende conclusies

En dit is natuurlijk koren op de molen van Martine Busch en haar TT-consorten. Al jaren beweren zij dat er een schreeuwende behoefte bestaat aan meer complementaire behandelmethoden. ZonMw, de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie, publiceerde in 2014 een omstreden rapport met de aanbeveling voor meer onderzoek.

Daarop werd een werkgroep samengesteld, bestaande uit: Busch, antroposofisch basisarts Erik Baars en Louis Bolk-onderzoeker Miek Jong. Zij presenteerden in 2015 de eerste inventarisatie naar complementaire zorg. De uitkomst, althans de conclusie van de samenstellers, had iets verbijsterends: ruim 90 procent van alle ziekenhuizen biedt complementaire behandelingen aan, luidde de conclusie in het ZonMw-persbericht. Een aantal media schreef het persbericht blindweg over zonder het onderliggende rapport te lezen.

Nadere bestudering van het rapport laat echter zien dat deze conclusie misleidend is. Het hoge percentage dat uit de hoge hoed komt, is het gevolg van een opzettelijk ruim gekozen definitie. Onder ‘çomplementaire zorg’ worden tal van zaken die eigenlijk behoren tot wellness of zelfzorg – zoals massage, muziektherapie, aromatherapie en ontspanningsoefeningen – gerekend. Ook deze zaken kregen het etiket ‘complementair’ opgeplakt.

Ziekenhuizen gebruiken deze term vrijwel nooit. Zo staat in het rapport: ‘De interventies zijn meestal onder hun specifieke naam terug te vinden, zoals ‘mindfulness’, ‘yoga’ of ‘ontspanningsoefeningen’, en worden niet benoemd als ‘complementaire zorg’. Klassieke alternatieve behandelmethoden zoals homeopathie, antroposofische zorg en natuurgeneeskunde worden nergens gemeld. Ziekenhuizen bezondigen zich daar blijkbaar niet aan. Volgens een overzicht in het rapport zijn er slechts twee ziekenhuizen in Nederland die TT aanbieden, te weten: het Maasstad Ziekenhuis en het HagaZiekenhuis. 

Laatstgenoemde laat bij monde van woordvoerder Marnix Beekmans weten dat zij dat nog steeds doen. ‘TT wordt verstrekt als aanvullend comfort aan patiënten die daar om vragen.’ Het zou gaan om oncologiepatiënten. De behandeling wordt gegeven door één verpleegkundige. Beekmans stelt dat het HagaZiekenhuis niet betaalt voor de cursussen. Het Maasstad Ziekenhuis wil geen informatie verstrekken.

Hoewel het ZonMw-rapport weinig nuttige informatie bevat, is het wel de drijvende kracht geweest achter de oprichting van het Consortium voor Integrale Zorg & Gezondheid. ‘Vanuit de wens om gezondheid en welzijn te bevorderen en ziekte en lijden te verminderen of te voorkomen, wil het CIZG met compassie voor de medemens een substantiële bijdrage leveren aan het ontwikkelen van een duurzame integrale gezondheidszorg,’ omschrijft de organisatie haar missie.

Het is een samenwerkingsverband van verschillende zorg- en onderzoeksinstellingen, te weten: HagaZiekenhuis, Lentis, Louis Bolk Instituut, Maxima Medisch Centrum, Maastricht UMC, Radboudumc en ziekenhuis Rijnstate. Ook hier is voor Busch een rol weggelegd; zij is als secretaris verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur samen met integratief psychiater Rogier Hoenders en Mariëtte Oostindiër, manager Integrated Healthcare bij het Maxima Medisch Centrum in Eindhoven.

Nevenfuncties

Busch, de baas van het Van Praag Instituut, heeft meer nevenfuncties. Zo is één van de bestuursleden van de Inès von Rosenstiel Foundation: een stichting die beurzen verstrekt aan mensen die ‘iets’ willen doen met integrative medicine. Denk aan scholing of het opzetten van een eigen praktijk. Tot nu toe lijkt er weinig belangstelling. Het meest recente jaarverslag meldt dat er in 2018 twee keer werd vergaderd.

Tijdens die bijeenkomsten kwamen drie fondsaanvragen ter tafel, waarvan er één gehonoreerd werd met een bedrag van € 350. Een veel groter geldbedrag ging naar voorzitter Inès von Rosenstiel. Zij ontving € 1.000 om een congres over integrative medicine te bezoeken in de Verenigde Staten. Volgens het verslag waren deze reiskosten het gevolg van ‘onvoorziene omstandigheden’. Rosenstiel is geen onbekende van de vereniging. De kinderarts, nu praktiserend in het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem, werd in 2007 geroyeerd als lid, vanwege haar kwakzalverfratsen.

De laatste bijbaan op het cv van Martine Busch is ‘lid van de adviesraad van de Academy for Integrative Medicine’. Deze organisatie verzorgt opleidingen en nascholing. In het kader van nascholing wordt er jaarlijks een congres georganiseerd. Catherine de Jong, anesthesioloog en secretaris van de VtdK, schreef er in 2019 een verslag over voor onze website. 

Het AIM blijft aan de weg timmeren. Het congres dit jaar, over de ‘waarde van het zelfhelend vermogen’ (23 april 2020, Landgoed De Horst, Driebergen) krijgt zelfs een oranje tintje. Hare Koninklijke Hoogheid prinses Irene komt spreken over de kracht van de natuur. 

Ondanks Busch’ vele inspanningen is de Nederlandse zorgsector niet onder de indruk van haar therapeutisch aanraking. Busch loopt al jaren de deur plat bij symposia en verpleegkundigendagen. Verder vormen de cursussen bij het Van Praag Instituut en een opleiding complementaire zorg bij HAN kweekvijvers voor nieuwe IM/TT-behandelaren.

Desondanks zijn er slechts een paar individuen bij twee ziekenhuizen die daadwerkelijk iets aan TT doen. Er is dus effectief weinig bereikt met een behandelmethode die meer dan twintig jaar geleden al werd ontmaskerd door een 9-jarig Amerikaans meisje.

 

Jeffrey Stevens

Gerelateerde artikelen

artikelen - 17 mei 2024

Is er een opmars gaande in de zogenaamde complementaire zorg?  Een overzicht met achtergronden.

artikelen - 17 oktober 2023

Opnieuw accreditatiepunten voor een PRI-congres van Ingeborg Bosch, het moet niet gekker worden.

artikelen - 28 april 2022

Astrid Vester, basisarts, is niet alleen gespecialiseerd in alternatieve neuraaltherapie, maar weet ook veel van sjamanen en mystici.