Higher Superstition

The academic left and its quarrels with science
Mooi boek met uitgebreide documentatie over de in Amerika prominente wetenschapskritiek, zoals die gevoed wordt vanuit feminisme, ecologie, taalkritiek, wetenschapssociologie en postmoderne wetenschapsopvattingen.
Door: C.N.M. Renckens | Geplaatst: 6 sept 2001 | Laatste Wijziging: 14 feb 2016

Auteurs: P. Gross, N. Levitt
Uitgeverij: John Hopkins University Press, Baltimore en Londen, 1998
ISBN 0-8018-5707-4. 328 bldz. Prijs ca. € 22.

Een boek, waarnaar in Science in Public herhaaldelijk en met instemming wordt verwezen is een boek van Gross en Levitt met de benijdenswaardig mooie titel Higher Superstition en als ondertitel The academic left and its quarrels with science. (1994, herziene druk 1998).

Uit dit alarmerende boek blijkt dat er niet alleen onder het gewone publiek veel misvattingen leven over de wetenschap, maar dat de bètawetenschappen, zeker in de VS, te kampen hebben met zeer veel onheuse en pseudo-geleerde kritiek vanuit universitaire faculteiten als sociologie, recht, geschiedenis, economie etc. De auteurs, respectievelijk bioloog en wiskundige, geven hun diepste overtuiging weer op p. 217 in een van de laatste hoofdstukken: "We believe that the health of a culture is measured in part by the vigor with which its immune system responds to nonsense. Such an immune respons, although sometimes slow in mounting, has been the richest heritage of the Enlightenment." Ze spreken de hoop uit dat hun boek bij mag dragen aan die respons.

Wel, daarover kan niet de minste twijfel bestaan: de kritiek op wat zij in een niet geheel gelukkige woordkeus de 'academic left' noemen is vernietigend. Onder deze academic left verstaan de auteurs die universitaire kringen, waarin wetenschappelijke strengheid is vervangen door ideologisch aangedreven wetenschapskritiek. Daarvan bestaan er in de VS meerdere varianten: wetenschapssociologie (wetenschap als sociale constructie), postmodernistische filosofie, literaire theorie, feministische theorie, milieu- en ecologie- denkers, alsmede denken vanuit Afro-amerikaanse superioriteit.

Hiërarchie en jaloezie
Voor de verklaring van de populariteit en invloed van deze aanvallen op de reguliere wetenschap geven zij een interessante suggestie. Zij stellen dat er een veelal onuitgesproken, maar toch reële epistemologische hiërarchie zou bestaan tussen de verschillende wetenschappen (p. 12). De harde wetenschappen staan bovenaan en produceren betrouwbare kennis. Historici produceren over het algemeen betrouwbare feiten, maar speculeren te veel. De economische wetenschap beschikt over strenge methodologie, maar is in haar veronderstellingen vaak veel te simplificerend. De sociale wetenschappen verschuilen hun impressionisme en subjectiviteiten vaak achter uitgebreide statistiek, maar verliezen meer gezag naarmate ze meer theoretisch zijn. De literaire kritiek genoot eens veel aanzien, maar is 'subjective beyond hope of redemption'! De auteurs verklaren een deel van de aanval op de harde wetenschappen uit een verlangen van de andere wetenschappen om hun eens ingenomen hoge positie te herwinnen.

Het boek leest als een trein en de eerste druk ervan stond aan de wieg van de inmiddels beroemde canard, waarmee de natuurkundige Alan Sokal in 1996 de wereld van taalkritiek en wetenschapssociologie te kijk zette. Na lezing van Higher Superstition besloot Sokal om enkele weken vrij te nemen en zich te zetten aan het schrijven van een parodie van de ijdele frasen die gemeengoed zijn in trendy tijdschriften als Social Text.

Hij produceerde een artikel 'Transgressing the Boundaries: The Transformative Hermeneutics of Quantum Gravity', dat probleemloos werd geplaatst in Social Text van mei 1996. Hij had tevoren bij de notaris laten vastleggen wat zijn intentie was geweest en kwam al enkele dagen later met de onthulling dat zijn artikel slechts wartaal bevatte. Het werd een enorme rel. Behalve dit fraaie succes van het boek leidde de eerste druk ook tot een conferentie van de New York Academy of Sciences in 1995 met de titel The Flight from Science and Reason, waarvan het verslag ook in boekvorm verscheen (Ed. Gross, Levitt en Lewis; John Hopkins University Press, 1996) en dat een zeer diepgravende en moeilijke analyse gaf van het tanend gezag van rede en wetenschap.

Higher Superstition zal door elke kwakzalverijbestrijder en over het huidige postmoderne en New Age denken verontrusten met veel genoegen worden gelezen. Over alternatieve geneeskunde gaat het slechts en passant, maar de problemen waarmee wij worstelen zijn vrijwel identiek. Het boek bevat een schat aan citeerbare passages en nuttige verwijzingen. Terecht stelt het boek dat aanhangers van gebedsgenezers, 'cancer quacks' en handleeskundigen zich even wetenschappelijk kunnen voelen als gewone medici dankzij het filosofisch en cultureel relativisme van denkers als Latour en de Harvard University Press.

De kritiek van de schrijvers op teksten als "Towards a Feminist Algebra" en "The Importance of Feminist Critique for Contemporary Cell Biology" is vernietigend en stemt de lezer oprecht vrolijk. In aparte hoofdstukken worden de verschillende hoeken van waaruit de wetenschap wordt bekritiseerd haarfijn op de korrel genomen en worden de kopstukken ervan volledig gefileerd. Dat stemt zoals gezegd vrolijk en het is voor mensen als u en ik daardoor een echt 'feel-good-book', maar tegelijkertijd vergaat je het lachen als de schrijvers er terecht op wijzen dat deze manier van denken aan talrijke studenten van de betreffende faculteiten wordt bijgebracht en uit die 'rank and file' worden toch later juristen, politici e.d. gerekruteerd!

Geen gastvrijheid warhoofden
In het slothoofdstuk ('Does it matter?') wijzen de schrijvers op het feit dat intussen de wetenschap in de laboratoria gewoon zijn gang gaat en zich in het geheel niets gelegen laat liggen aan al die academische kritiek. De kans dat er aan de wetenschapspraktijk ook maar iets zal veranderen op basis van al die kritiek achtten de auteurs nihil. Desalniettemin verschijnen er af en toe publikaties van dergelijke critici in serieuze tijdschriften voornamelijk van een meer algemeen en informeel karakter: 'This illustrates an admirable hospitality, or - sometimes - a lazy and weak-minded one. But it should not be misread as general acceptance or influence on actual scientific practice'. Wie zal er bij deze regels niet denken aan al die publikaties over alternatieve of integrale geneeskunde in het British Medical Journal, The Lancet en de JAMA?

Bomhoff, econoom
Maar zo ver van huis hoeven wij het niet eens te zoeken, want mocht iemand denken dat het in ons land niet zo'n vaart loopt, dan zij hier nog eens herinnerd aan het curieuze debatje tussen Piet Borst en econoom Eduard Bomhoff in NRC Handelsblad. Na een prettig kritische column (16 december 2000) over de hedendaagse kwakzalverij, zoals Borst die met een mooie regelmaat maar niet overdreven vaak afscheidt, reageerde Bomhoff met een tegencolumn 'Gezond Nieuwjaar' op 30 december 2000. Hij werd later door Borst op 10 februari 2001 adequaat afgeserveerd (onder de titel 'Bomhoffs frutseltherapieën'), maar het is toch illustratief en instructief om te zien hoe een als kritisch bekend staand wetenschapper en opinieleider als Bomhoff volledig de plank misslaat als het om medische nep en pseudo-wetenschap gaat.

Bomhoff bleek namelijk oprecht overtuigd van de werkzaamheid van acupunctuur, ayurvedische geneeskunde, chiropraxie, bidden, oosterse diëten etc. Hij kwam ook nog met echte literatuurverwijzingen. Dergelijke mensen hebben beslist invloed op de publieke opinie en het is onjuist om slechts smalend – zoals je toen wel hoorde – te spreken over die 'Domhoff' en over te gaan tot de orde van de dag. De aanbevelingen en zorgen van Gross en Levitt gaan dus ook op voor ons land. Er zit voorlopig dus niets anders op dan alsmaar tegen die populaire misvattingen blijven strijden en argumenteren: het is sisyphusarbeid, maar het blijft geboden. Frappez, frappez toujours!

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

 

Lees ook