Door: C.N.M. Renckens | Geplaatst: 06 september 2001

Higher Superstition

Mooi boek met uitgebreide documentatie over de in Amerika prominente wetenschapskritiek, zoals die gevoed wordt vanuit feminisme, ecologie, taalkritiek, wetenschapssociologie en postmoderne wetenschapsopvattingen.

Auteurs: P. Gross, N. Levitt
Uitgeverij: John Hopkins University Press, Baltimore en Londen, 1998
ISBN 0-8018-5707-4. 328 bldz. Prijs ca. € 22.

Een boek, waarnaar in Science in Public herhaaldelijk en met
instemming wordt verwezen is een boek van Gross en Levitt met de
benijdenswaardig mooie titel Higher Superstition en als ondertitel The
academic left and its quarrels with science
. (1994, herziene druk
1998).

Uit dit alarmerende boek blijkt dat er niet alleen onder het
gewone publiek veel misvattingen leven over de wetenschap, maar dat de
bètawetenschappen, zeker in de VS, te kampen hebben met zeer veel
onheuse en pseudo-geleerde kritiek vanuit universitaire faculteiten als
sociologie, recht, geschiedenis, economie etc. De auteurs,
respectievelijk bioloog en wiskundige, geven hun diepste overtuiging
weer op p. 217 in een van de laatste hoofdstukken: “We believe that the
health of a culture is measured in part by the vigor with which its
immune system responds to nonsense. Such an immune respons, although
sometimes slow in mounting, has been the richest heritage of the
Enlightenment.” Ze spreken de hoop uit dat hun boek bij mag dragen aan
die respons.

Wel, daarover kan niet de minste twijfel bestaan: de kritiek
op wat zij in een niet geheel gelukkige woordkeus de ‘academic left’
noemen is vernietigend. Onder deze academic left verstaan de auteurs
die universitaire kringen, waarin wetenschappelijke strengheid is
vervangen door ideologisch aangedreven wetenschapskritiek. Daarvan
bestaan er in de VS meerdere varianten: wetenschapssociologie
(wetenschap als sociale constructie), postmodernistische filosofie,
literaire theorie, feministische theorie, milieu- en ecologie- denkers,
alsmede denken vanuit Afro-amerikaanse superioriteit.

Hiërarchie en jaloezie
Voor de verklaring van de
populariteit en invloed van deze aanvallen op de reguliere wetenschap
geven zij een interessante suggestie. Zij stellen dat er een veelal
onuitgesproken, maar toch reële epistemologische hiërarchie zou bestaan
tussen de verschillende wetenschappen (p. 12). De harde wetenschappen
staan bovenaan en produceren betrouwbare kennis. Historici produceren
over het algemeen betrouwbare feiten, maar speculeren te veel. De
economische wetenschap beschikt over strenge methodologie, maar is in
haar veronderstellingen vaak veel te simplificerend. De sociale
wetenschappen verschuilen hun impressionisme en subjectiviteiten vaak
achter uitgebreide statistiek, maar verliezen meer gezag naarmate ze
meer theoretisch zijn. De literaire kritiek genoot eens veel aanzien,
maar is ‘subjective beyond hope of redemption’! De auteurs verklaren
een deel van de aanval op de harde wetenschappen uit een verlangen van
de andere wetenschappen om hun eens ingenomen hoge positie te
herwinnen.

Het
boek leest als een trein en de eerste druk ervan stond aan de wieg van
de inmiddels beroemde canard, waarmee de natuurkundige Alan Sokal in
1996 de wereld van taalkritiek en wetenschapssociologie te kijk zette.
Na lezing van Higher Superstition besloot Sokal om enkele weken vrij te
nemen en zich te zetten aan het schrijven van een parodie van de ijdele
frasen die gemeengoed zijn in trendy tijdschriften als Social Text.

Hij produceerde een artikel ‘Transgressing the Boundaries: The
Transformative Hermeneutics of Quantum Gravity’, dat probleemloos werd
geplaatst in Social Text van mei 1996. Hij had tevoren bij de notaris
laten vastleggen wat zijn intentie was geweest en kwam al enkele dagen
later met de onthulling dat zijn artikel slechts wartaal bevatte. Het
werd een enorme rel. Behalve dit fraaie succes van het boek leidde de
eerste druk ook tot een conferentie van de New York Academy of Sciences
in 1995 met de titel The Flight from Science and Reason, waarvan het
verslag ook in boekvorm verscheen (Ed. Gross, Levitt en Lewis; John
Hopkins University Press, 1996) en dat een zeer diepgravende en
moeilijke analyse gaf van het tanend gezag van rede en wetenschap.

Higher Superstition zal door elke kwakzalverijbestrijder en
over het huidige postmoderne en New Age denken verontrusten met veel
genoegen worden gelezen. Over alternatieve geneeskunde gaat het slechts
en passant, maar de problemen waarmee wij worstelen zijn vrijwel
identiek. Het boek bevat een schat aan citeerbare passages en nuttige
verwijzingen. Terecht stelt het boek dat aanhangers van gebedsgenezers,
‘cancer quacks’ en handleeskundigen zich even wetenschappelijk kunnen
voelen als gewone medici dankzij het filosofisch en cultureel
relativisme van denkers als Latour en de Harvard University Press.

De kritiek van de schrijvers op teksten als “Towards a
Feminist Algebra” en “The Importance of Feminist Critique for
Contemporary Cell Biology” is vernietigend en stemt de lezer oprecht
vrolijk. In aparte hoofdstukken worden de verschillende hoeken van
waaruit de wetenschap wordt bekritiseerd haarfijn op de korrel genomen
en worden de kopstukken ervan volledig gefileerd. Dat stemt zoals
gezegd vrolijk en het is voor mensen als u en ik daardoor een echt
‘feel-good-book’, maar tegelijkertijd vergaat je het lachen als de
schrijvers er terecht op wijzen dat deze manier van denken aan talrijke
studenten van de betreffende faculteiten wordt bijgebracht en uit die
‘rank and file’ worden toch later juristen, politici e.d. gerekruteerd!

Geen gastvrijheid warhoofden
In het slothoofdstuk (‘Does
it matter?’) wijzen de schrijvers op het feit dat intussen de
wetenschap in de laboratoria gewoon zijn gang gaat en zich in het
geheel niets gelegen laat liggen aan al die academische kritiek. De
kans dat er aan de wetenschapspraktijk ook maar iets zal veranderen op
basis van al die kritiek achtten de auteurs nihil. Desalniettemin
verschijnen er af en toe publikaties van dergelijke critici in serieuze
tijdschriften voornamelijk van een meer algemeen en informeel karakter:
‘This illustrates an admirable hospitality, or – sometimes – a lazy and
weak-minded one. But it should not be misread as general acceptance or
influence on actual scientific practice’. Wie zal er bij deze regels
niet denken aan al die publikaties over alternatieve of integrale
geneeskunde in het British Medical Journal, The Lancet en de JAMA?

Bomhoff, econoom
Maar zo ver van huis hoeven wij het
niet eens te zoeken, want mocht iemand denken dat het in ons land niet
zo’n vaart loopt, dan zij hier nog eens herinnerd aan het curieuze
debatje tussen Piet Borst en econoom Eduard Bomhoff in NRC Handelsblad.
Na een prettig kritische column (16 december 2000) over de hedendaagse
kwakzalverij, zoals Borst die met een mooie regelmaat maar niet
overdreven vaak afscheidt, reageerde Bomhoff met een tegencolumn
‘Gezond Nieuwjaar’ op 30 december 2000. Hij werd later door Borst op 10
februari 2001 adequaat afgeserveerd (onder de titel ‘Bomhoffs
frutseltherapieën’), maar het is toch illustratief en instructief om te
zien hoe een als kritisch bekend staand wetenschapper en opinieleider
als Bomhoff volledig de plank misslaat als het om medische nep en
pseudo-wetenschap gaat.

Bomhoff bleek namelijk oprecht overtuigd van de werkzaamheid
van acupunctuur, ayurvedische geneeskunde, chiropraxie, bidden,
oosterse diëten etc. Hij kwam ook nog met echte literatuurverwijzingen.
Dergelijke mensen hebben beslist invloed op de publieke opinie en het
is onjuist om slechts smalend – zoals je toen wel hoorde – te spreken
over die ‘Domhoff’ en over te gaan tot de orde van de dag. De
aanbevelingen en zorgen van Gross en Levitt gaan dus ook op voor ons
land. Er zit voorlopig dus niets anders op dan alsmaar tegen die
populaire misvattingen blijven strijden en argumenteren: het is sisyphusarbeid, maar het blijft geboden. Frappez, frappez toujours!

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

 

C.N.M. Renckens

Profiel: (1946) Hij studeerde geneeskunde aan de RUG en behaalde het artsdiploma in 1971. Na werkzaam te zijn geweest als tropenarts in Zambia volgde zijn specialisatie tot vrouwenarts. In die kwaliteit is hij sinds 1980 verbonden aan het Westfries Gasthuis te Hoorn. Sinds 1988 bekleedt hij het voorzitterschap van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Hij is auteur van vele publikaties op het gebied van kwakzalverij en alternatieve geneeswijzen, zowel in de lekenpers als in de professionele pers. Van zijn hand verschenen vier boeken: ‘Hedendaagse kwakzalverij’ (1992), ‘Kwakzalvers op kaliloog’ (2000), ‘Genezen is het woord niet. Biografische schetsen van de twintigste meest notoire genezers van de twintigste eeuw’ (2001) en zijn in handelseditie verschenen dissertatie ’Dwaalwegen in de geneeskunde. Over alternatieve geneeswijzen, modeziekten en kwakzalverij’ (2004). In 2006 werd hij wegens zijn verdiensten voor de kwakzalverijbestrijding benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Gerelateerde artikelen

artikelen - 17 maart 2007

Fraai uitgewerkte proceedings van een conferentie te New York, voortvloeiend uit de in Higher Superstition (zie elders in dit blad) aan de orde gestelde problematiek van kritiek op de wetenschap.

tijdschrift - 14 juni 2005

Thomas Wakley (1795-1862) was een jong medicus uit Middlesex, die behalve surgeon ook lijkschouwer, journalist en parlementslid was. Hij startte in 1823 de uitgave van een medisch tijdschrift waarin hij de casuïstiek ging publiceren die werd gepresenteerd in de ziekenhuizen en de medische genootschappen van zijn tijd. Hij doopte het blad The Lancet en dit […]

page - 14 juni 2005

Thomas Wakley (1795-1862) was een jong medicus uit Middlesex, die behalve surgeon ook lijkschouwer, journalist en parlementslid was. Hij startte in 1823 de uitgave van een medisch tijdschrift waarin hij de casuïstiek ging publiceren die werd gepresenteerd in de ziekenhuizen en de medische genootschappen van zijn tijd. Hij doopte het blad The Lancet en dit […]