Door: Rob Koene | Geplaatst: 18 februari 2004

Het rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg over Sylvia Millecam

Op 17 februari 2004 verscheen het rapport getiteld “De zorgverlening aan S.M. Een voorbeeldcasus”. Wij citeren uit de samenvatting van dit 101 pagina’s dikke rapport het volgende. “Tussen september 1999 en augustus 2001 hebben bijna 30 individuele beroepsbeoefenaren of zorginstellingen beroepsmatig bemoeienis gehad met de patiënte die aan een mamma­carcinoom leed. Vanuit het reguliere veld […]

Op 17 februari 2004 verscheen het rapport getiteld “De zorgverlening aan S.M. Een voorbeeldcasus”. Wij citeren uit de samenvatting van dit 101 pagina’s dikke rapport het volgende.

“Tussen september 1999 en augustus 2001 hebben bijna 30 individuele beroepsbeoefenaren of zorginstellingen beroepsmatig bemoeienis gehad met de patiënte die aan een mamma­carcinoom leed. Vanuit het reguliere veld werd van verschillende zijde een adequaat behandelingsaanbod gedaan, patiënte verkoos uitsluitend niet-reguliere behandelwijzen die haar geen genezing brachten.”

“Belangrijk aspect daarbij is geweest dat vanuit de zijde der alternatieve hulpverleners de diagnose borstkanker werd tegengesproken en patiënte met ongefundeerde behandelings­wijzen genezing in het vooruitzicht werd gesteld.”

“Het casuïstisch deel van het onderzoek leidt tot de conclusie dat verscheidene individuele zorgverleners dusdanig onverantwoorde zorg geboden hebben dat tuchtrechtelijke en/of strafrechtelijke toetsing voor de hand ligt. Het initiatief tot het eerste zal door de inspectie zelf ter hand worden genomen, voor het strafrechtelijk deel zal aangifte worden gedaan bij het Openbaar Ministerie. Voorts komt de inspectie tot de conclusie dat er onder het huidige liberale regime van de Wet BIG onvoldoende waarborgen zijn ter bescherming van de burger tegen malpractices door niet-reguliere zorgverleners.”

Het volledige rapport is hier rechtsboven te lezen en ook te vindenop de website van de Inspectie www.igz.nl

Zoals te verwachten krijgt deze affaire nu opnieuw veel aandacht. Het standpunt van de Vereniging tegen de Kwakzalverij zal duidelijk zijn.

Wij zijn verheugd dat de Hoofdinspecteur Dr. Herre Kingma zijn belofte om deze zaak tot op de bodem uit te zoeken gestand heeft gedaan. Het heeft wel even geduurd, maar dat vinden wij niet zo erg. Belangrijk is dat de Inspectie een degelijk, goed onderbouwd en goed leesbaar rapport heeft afgeleverd. Nog belangrijker is dat de schuldigen nu tuchtrechtelijk en strafrechtelijk kunnen worden vervolgd. Wij hopen ook dat de meer algemene aanbevelingen uit het rapport gevolgd zullen worden en dat de onvoldoende functionerende wet BIG zal worden aangepast.

In de publiciteitsmedia is er momenteel vooral aandacht voor het ‘medium’ Jomanda, terwijl de alternatieve artsen die haar hebben geadviseerd en behandeld buiten schot lijken te blijven. Dat is niet terecht. Jomanda is iemand die zelf vreselijk in de war is. De vraag is of zij wel voldoende toerekeningsvatbaar kan worden geacht. Veel erger en gevaarlijker zijn evenwel de kwakzalvers met een artsdiploma. Op basis van hun gezag als medicus geven zij alternatieve behandelingen die met echte geneeskunde helemaal niets te maken hebben. Dat is een gevaarlijke vorm van misleiding. Het is goed dat de Inspectie in haar rapport een aantal alternatieve artsen die betrokken waren bij de behandeling van Millecam ook gaat vervolgen.

Op onze site kunt u meer lezen over de kwakzalvers en de zaak Millecam.
Hier zijn enkele belangrijke links:

http://www.kwakzalverij.nl/php/display/cp/30

http://www.kwakzalverij.nl/php/display/ap/105/70

Nog meer informatie krijgt u door in het zoekkader “Millecam” of “Jomanda” te typen.

 

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

Rob Koene

Prof.dr. R.A.P. Koene (1938) studeerde geneeskunde aan de KU te Nijmegen. Van 1965 tot 1969 volgde hij de opleiding tot internist in het Sint-Radboudziekenhuis te Nijmegen. In 1969 en 1970 werkte hij in het Massachusetts General Hospital te Boston, alwaar hij zich verder bekwaamde in de klinische Nierziekten en laboratoriumonderzoek deed op het gebied van de transplantatie. In 1980 werd hij benoemd tot hoogleraar in de Nefrologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Van 1982 tot 2001 was hij hoofd van de afdeling Nierziekten van het Universitair Medisch Centrum St. Radboud te Nijmegen en van 1992 tot 1999 tevens voorzitter van de Cluster Inwendige Specialismen. Van 1974 tot 1987 was hij voorzitter van de Transplantatie Werkgroep Nederland en van 1984 tot 1988 voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Nefrologie. Hij heeft wetenschappelijk onderzoek verricht op de volgende terreinen: transplantatie-immunologie, klinische transplantatie, experimentele glomerulonefritis, erytropoëtine en hypertensie.

Gerelateerde artikelen

artikelen - 08 december 2019

Kwakzalverplatform KTNO kwalificeert Erik Dankmeijer als “internist” terwijl hij geschrapt is uit het BIG-register.

artikelen - 29 januari 2018

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft kwakzalver René Broekhuyse vrij spel gegeven om door te gaan met zijn onbewezen methodes.

artikelen - 03 maart 2017

Middels een verborgen camera-actie heeft SBS-programma Undercover met hulp van de VtdK twee kwakzalvers betrapt.