Discussie over DCA

Het droevige echec van DCA (deel 3)
De webredactie ontving van dr. M.C.P. Braat, oud-internist/longarts, een brief, waarin hij de kritiek op DCA (dichlooracetaat) relativeert. Hieronder staat een geredigeerd uittreksel (de hele brief kan gedownload worden) met commentaar van dr. D. Brandsma, neuroloog in het Nederlands Kanker Instituut-Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 9 jan 2009

Downloads

Het commentaar van dr M.C.P. Braat

(Volledige brief hier rechts te downloaden.)

“De vereniging stelt zich te negatief op tegenover dichloorazijnzuur (DCA). De antikankerwerking van DCA is nog niet zorgvuldig en uitvoerig bij patiënten getoetst, maar er zijn goede argumenten om patiënten die DCA willen proberen niet zonder meer af te schepen.

Ik heb in mijn werkzame leven vele 'wondermiddelen' zien passeren, maar ben van mening dat DCA een veelbelovend middel is, dat in potentie de meeste vormen van kanker kan beïnvloeden, liefst als adjuvante therapie in aanvulling op reguliere antikankerbehandelingen.

DCA moet niet zonder medische controle gebruikt worden.

De afwijzende houding van oncologen bevordert het tegendeel en lokt zelfbehandeling uit zonder dat de reguliere behandelaar daarvan op de hoogte is en dus zonder echte medische controle.

DCA heractiveert het mitochondrion in de kankercel (Bonnet 2007). In de meeste kankercellen zijn de mitochondria uitgeschakeld, wat groei (en uitzaaiing) van de kanker bevordert, terwijl heractivering van de mitochondria door DCA de kankercel weer gevoelig maakt voor vernietiging.

DCA wordt al jaren in tablet of drank gebruikt, voornamelijk bij kinderen met een aangeboren mitochondriale spieraandoening. De vele klinische studies in de afgelopen twintig jaar hebben in elk geval aangetoond dat het gebruik van DCA weinig klachten geeft, minder dan de gangbare antikankerbehandelingen. Bij hogere dosering kan echter soms een vorm van zenuwprikkeling optreden (polyneuropathie) die tot stoppen noopt, dus medische controle is gewenst.

De groep uit de Universiteit van Alberta, te Edmonton, Alberta (Canada), die in 2007 de antikankerwerking van DCA als eerste beschreef, meldt in oktober 2008 dat inmiddels met privégeld twee klinische trials zijn gestart, in samenwerking met het Cross Cancer Institute and het Alberta Cancer Board. Definitieve resultaten van deze studies zijn niet vóór hooguit het einde van 2009 te verwachten.

Medicor, een Canadees particulier kankercentrum, waar terminale patiënten die dat wensen met DCA worden behandeld onder medische controle (maar niet in het kader van regulier onderzoek), beschrijft in september 2008 een 60-70% 'overall positive response rate' bij 265 patiënten met eindstadium van allerhande vormen van kanker, bij wie DCA vaak als adjuvant middel is gebruikt.

Samenvattend, DCA is een veelbelovend antikankergeneesmiddel dat aangrijpt op een belangrijk en algemeen kankercelmechanisme. Er is nog uitgebreid klinisch onderzoek nodig voordat definitief duidelijk is of en welke plaats DCA kan innemen bij de reguliere kankertherapie.

Het is heel begrijpelijk en goed invoelbaar wanneer diegenen die geen tijd meer hebben, niet willen wachten op resultaten van de trials in Alberta. Deze patiënten wordt geadviseerd om DCA niet zonder medeweten van de medische behandelaar te gebruiken; deze kan dan ook zorgen voor de FDG-PET-scan, dat is een voorwaarde voor de behandeling; immers wanneer deze negatief is, is er geen grondslag voor de behandeling met DCA.”



Tot zover de samenvatting van de brief van dr. Braat. De VtdK vroeg mw. dr. D. Brandsma, neuroloog in het Nederlands Kanker Instituut, om advies. Dr. Brandsma is bekend met het DCA-gebruik bij kankerpatiënten, voorgeschreven door niet-reguliere artsen, en heeft daar ernstige neurologische gevolgen van gezien. Zij heeft een aantal opmerkingen over de bijdrage van dr. Braat.

 

Het commentaar van dr. D. Brandsma

Zij vindt dat de relatief geringe neuropathische bijwerkingen van DCA bij kinderen niet naar volwassenen kunnen worden doorgetrokken, omdat er sterke aanwijzingen zijn dat het metabolisme van DCA bij kinderen en volwassenen verschilt. Verder suggereert Braat dat een positieve FDG-PET-scan een voorwaarde is voor DCA-behandeling. Er zijn echter geen studies verricht naar de mate van PET-positiviteit van een tumor en reactie op DCA-behandeling.

Dr. Braat speculeert daarnaast in zijn volledige brief dat cafeïne in combinatie met DCA werkzaam zou kunnen zijn bij hersentumoren omdat patiënten aansluitend aan de behandeling met deze combinatie van middelen dood gingen, mogelijk door hersenoedeem. Dr. Brandsma vindt dit eerder een zorgwekkende dan een bemoedigende bevinding. Als het waar is dat patiënten met een hersentumor snel overlijden doordat DCA (al dan niet in combinatie met cafeïne) een oncontroleerbaar hoeveelheid hersenoedeem veroorzaakt, dan pleit dit slechts sterk tegen het gebruik van DCA bij hersentumoren anders dan in studieverband. Ze merkt bovendien op dat het gaat om 'internet-verhalen' waar verder geen details van bekend zijn. Er kan dus heel goed een andere oorzaak zijn voor het overlijden van de patiënten na inname van DCA, bijvoorbeeld tumorgroei ondanks DCA-gebruik.

Het standpunt van de VtdK over DCA

De VtdK is van mening dat de werking van DCA moet zijn aangetoond in klinische trials, waarbij betrouwbare gegevens over bijwerkingen, ook bij volwassenen, essentieel zijn. Dr. Braat stelt voor dat DCA (voorgeschreven door een alternatieve behandelaar) niet zonder (reguliere) medische controle gebruikt mag worden. Het is echter ongewenst dat een reguliere arts een controle uitvoert over een middel, waarvan de effectiviteit en de toxiciteit niet bekend zijn. Een reguliere arts kan niet de verantwoordelijkheid (en controles) op zich nemen voor dergelijke experimentele middelen, voorgeschreven door alternatieve artsen.

 

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.  


 

Lees ook