De voorbede als aanvullende behandeling bij coronaire chirurgie

Door: Frits van Dam | Geplaatst: 2 apr 2006

In het aprilnummer van het beroemde tijdschrift American Heart Journal werd het langverwachte onderzoek1 naar het effect van de voorbede op complicaties bij cardiologische bypassoperaties gepubliceerd. Het onderzoek werd gefinancierd door de John Templeton Foundation, een 'creationistische' stichting die wetenschappelijk onderzoek naar spiritualiteit en religie financiert. De onderzoeksgroep onder leiding van de cardioloog Herbert Benson van het Harvard Medical School, ging niet over één nacht ijs en leverde in methodologisch, maar helaas niet in theologisch opzicht, een vlekkeloos onderzoek af.

De onderzoekers volgden in zes ziekenhuizen 1802 patiënten die coronairebypasschirurgie kregen. Er waren drie groepen patiënten: Voor twee groepen werd gebeden en voor de derde groep was dat niet het geval. De helft van de patiënten werd in onzekerheid gelaten of er wel dan niet voor ze gebeden werd. Ongeveer twee derde van de patiënten waren het geheel eens met de uitspraak: "Ik geloof in spirituele genezing". Vrijwel alle patiënten dachten dat er wel iemand was die voor hen een gebed uitsprak. De onderzoekers vonden drie congregaties (twee rooms-katholiek en een protestants) om gedurende 14 dagen de voorbede te doen, zij kregen hiervoor slechts de voornaam van de patiënt en de eerste letter van de achternaam. Er werd vanuit gegaan dat Onze Lieve Heer hier genoeg aan zou hebben om de desbetreffende patiënt te traceren. Belangrijk is dat de congregaties op hun eigen wijze konden bidden maar dat er wel voor enige systematiek in de voorbede werd gezorgd. In ieder gebed moest in ieder geval de volgende zin worden opgenomen: "voor succesvolle chirurgie met een snel en gezond herstel en zonder complicaties". Gemiddeld werd er dagelijks door 33 personen een voorbede gedaan, waarbij 1 tot 4 keer per dag gebeden werd gedurende 30 seconden tot 4 uur.

Als belangrijkste uitkomst maat werd 30 dagen na de ingreep gekeken naar complicaties. Er was één statistisch verschil tussen de groepen, patiënten die wisten dat er voor ze gebeden werd hadden na dertig dagen significant meer complicaties, 59% van de groep die wist dat er voor ze gebeden werd had complicaties vergeleken met 51% die daar niet zeker van was. De onderzoekers denken dat dit op toeval berust, daarbij over het hoofd ziende dat Hij niet van toeval houdt. Verder vonden de onderzoekers geen verschillen tussen de groepen. Het feit dat Onze Lieve Heer de juiste patiënt niet heeft kunnen identificeren – Hij had immers slechts de voornaam en de eerste letter van de achternaam – kan bijgedragen hebben aan het nulresultaat van deze studie.

Bidden wordt in dit onderzoek als een adjuvante, een toegevoegde, behandeling gebruikt. Men zou minstens verwachten dat Onze Lieve Heer niet alleen complicaties kan voorkomen maar dat Hij minstens in staat zou moeten zijn om verstopte aderen te repareren. Het getuigt dan ook van weinig vertrouwen in Hem dat er niet gekozen is voor een opzet waarbij de patiënten gerandomiseerd werden tussen wel en niet een bypassoperatie. De patiënten die geen bypassoperatie kregen zouden weer onderverdeeld zou kunnen worden in een groep waar wel en een groep waar niet voor gebeden werd. Een ernstige methodologische tekortkoming is het feit dat er in het geheel geen controle was op de gebeden die buiten het onderzoek om werden gedaan. En dat gebeurde volgens eigen zeggen bij vrijwel alle patiënten.

Het kan niet anders of dit heeft de onderzoeksresultaten in ernstig mate vervuild. Ook het feit dat de onderzoekers de patiënten niet verboden hebben om voor zichzelf te bidden maakt de resultaten moeilijk interpreteerbaar. Bedenkelijk vanuit theologisch standpunt is dat er drie groepen voorbidders waren, twee rooms-katholieke en een protestantse groep, maar dat de verhouding in de patiëntengroep precies andersom was, 60% protestants en 30% katholiek. Bovendien baden alle voorbidders voor iedereen. Nu weet iedereen dat het geen zin heeft als een katholiek voor een protestant bidt en omgekeerd. Het is dan ook onbegrijpelijk dat er geen matching heeft plaats gevonden tussen de denominatie van de voorbidder en de ontvanger. Het enige significante resultaat van deze studie, namelijk dat als je weet dat er voor je gebeden wordt, je meer complicaties krijgt, zou in feite tot een verbod op de voorbede moeten leiden. En dat wil toch niemand. Mijn conclusie is dat het onderzoek van Benson et al. gerepliceerd moet worden, maar dan wel in theologisch opzicht juist opgezet. De Templeton Foundation heeft vast nog wel ergens een potje met geld.


Literatuur

1. Herbert Benson, Jeffery A. Dusek, et al. Study of the Therapeutic Effects of Intercessory Prayer (STEP) in cardiac bypass patients: A multicenter randomized trial of uncertainty and certainty of receiving intercessory prayer, American Heart Journal, 151, 4, 934-942, April 2006

 

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.



 

Lees ook