TACT-studie: chelatietherapie nog steeds niet bewezen

Hoofdonderzoeker Gervasio Lamas van de chelatietherapie-studie TACT, die recent is gepubliceerd in de Journal of the American Medical Association (JAMA), benadrukt dat zijn studie geen reden is chelatietherapie als standaardtherapie te adviseren bij patiënten met hartproblemen (MI).
Door: Broer Scholtens | Geplaatst: 26 apr 2013 | Laatste Wijziging: 15 feb 2016

Daarvoor beschikken we nog over te weinig onderzoeksgegevens, antwoordt Lamas op kritische vragen in het discussieforum CardioExchange van de New England Journal of Medicine (NEJM).

Deze waarschuwing, die ook in zijn JAMA-artikel staat, is ongetwijfeld bedoeld om chelatietherapeuten, die maar al te graag aan de haal gaan met resultaten van de TACT-studie, de wind uit de zeilen te nemen. De studie, waarvan de resultaten eind maart na veel statistisch vallen en opstaan zijn verschenen, heeft tien jaar in beslag genomen en meer dan 31 miljoen dollar gekost, gefinancierd uit de zak van het NCCAM (National Center for Complementary and Alternative Medicine), de alternatieve tak van de federale overheidsinstantie National Institutes of Health (NIH).

Er zijn in het kader van deze studie meer dan zeventienhonderd patiënten na een hartinfarct behandeld met chelatietherapie: de helft van hen kreeg veertig maal een infuus met een EDTA-oplossing (een metalenvanger), die zware metalen en overtollige kalkdeeltjes uit het bloed haalt; de andere helft van de groep kreeg via infusen een placebo toegediend. Uit de studie blijkt dat met EDTA behandelde mensen na 55 maanden mogelijk een klein beetje beter af zijn wat risico op een vervolginfarct betreft dan mensen in de placebogroep.

Erg overtuigend zijn de resultaten echter niet, laat de redactie van het Amerikaanse vakblad JAMA in een commentaar weten. `We hebben het artikel geaccepteerd voor publicatie na afronding van een zorgvuldig vraag/antwoordproces, waaraan verschillende reviewers hebben meegedaan', legt de redactie uit. `Het artikel is gepubliceerd omdat de studie statistisch goed lijkt uitgevoerd. Wel is nog onduidelijk of het effect moet worden toegeschreven aan chelatie (binding) van onder andere zware metalen of aan de aanwezigheid van een hoge concentratie aan onder meer antioxidanten in de infuusvloeistof. Ook die kunnen het cardiorisico wat hebben verlaagd`, suggereren de JAMA-redacteuren. Ze waarschuwen dat chelatietherapie niet als preventieve therapie kan worden ingezet, omdat een goede wetenschappelijke onderbouwing, ondanks TACT, nog steeds ontbreekt.

Steven Nissen van de Cleveland Clinic Foundation, een van de bekendste cardiologen in de VS met een grote wetenschappelijke staat van dienst, gaat een stap verder. De resultaten van de TACT-studie kunnen niet worden gebruikt ter onderbouwing van een toenemend gebruik van chelatietherapie, het is een controversiële behandeling`, schrijft hij in een tweede commentaar in de JAMA waarin hij bovendien zijn twijfels uit over de betrouwbaarheid van de studie.

Nissen bevindt zich in goed gezelschap. Ook de beroemde Amerikaanse kwakzalverijbestrijder David Gorski maakt, onder het pseudoniem Orac, gehakt van de TACT-studie en van de werkzaamheid van chelatietherapie. De opzet en de methodologie van de studie is fout geweest, zo oordeelt Orac.

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag berispte in juni 2012 chelatietherapeut Peter van der Schaar, met een praktijk in Leende, om dezelfde reden. Van der Schaar had een patiënt fout voorgelicht door te suggereren dat chelatietherapie een reguliere behandeling zou zijn. Dat is niet zo. Chelatietherapie is een alternatieve behandeling waarvan het effect nimmer wetenschappelijk is bewezen, zo oordeelde het tuchtcollege vorig jaar. Edith Schippers, de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is het daar mee eens en stelde begin januari dit jaar in antwoorden aan de Tweede Kamer dat er geen bewijzen zijn voor de werkzaamheid van chelatietherapie. De Inspectie voor de Gezondheidszorg IGZ) deelt haar visie.

Lees ook