Openbaar Ministerie seponeert aangifte tegen magnetiseur Van Dommelen

Het OM heeft de aangifte van de VtdK tegen magnetiseur Van Dommelen geseponeerd omdat er niet voldoende hard bewijs zou zijn. Dat is vreemd.
Door: Fons Prince, Cees Renckens | Geplaatst: 29 maa 2017 | Laatste Wijziging: 15 aug 2019

De leugen regeert’. (Koningin Beatrix in 1999).

In onze aangifte wezen wij de officier van justitie op de volgende vier ongeloofwaardige beweringen van Van Dommelen.

a. Het is onbestaanbaar dat Van Dommelen in een eenmanszaak in de onderhavige periode (2004 - 2007), zes- tot zevenduizend patiënten per jaar heeft behandeld. Ter vergelijking: een gemiddelde psychologenpraktijk heeft maar 600, een normhuisartsenpraktijk 2000 tot 2500 patiënten. Van Dommelen was daarnaast gedurende een - aanzienlijk - deel van deze periode ook varkensboer met een eenmansbedrijf in een behoorlijk complex met allerlei gebouwen. Buurtbewoners hebben nooit iets gemerkt van enige aanloop van patiënten

b. Zijn aangegeven omzet over de betreffende jaren is niet realistisch (veel te hoog). Op basis van een naheffingsaanslag van € 82.135 over 4 jaar komt men op een omzet van ± € 100.000 per jaar. Bij een gebruikelijk uurtarief van € 60-70 en een consultduur van ½ tot 1 uur (zie websites paranormale genezers/magnetiseurs) zijn dat ruim tweeduizend klanten per jaar. Collega- magnetiseurs hebben verklaard, dat een dergelijke omzet in hun branche niet gehaald wordt. Van Dommelen moet zijn geld op andere wijze hebben verdiend.

c. Door Van Dommelen als verwijzers genoemde hulpverleners (huisartsen, psychologen en kinderartsen) hebben geen patiënten verwezen. De VtdK heeft na uitgebreid onderzoek niet één professionele verwijzer in de regio gevonden. Door ons zijn in de directe omgeving een huisarts, die 37 jaar in deze omgeving gewerkt heeft, een psychologenpraktijk en de kinderartsen van het ziekenhuis Bernhoven in Uden geraadpleegd. Niemand heeft naar Van Dommelen verwezen.

d. Wat Van Dommelen over betalingen, via klanten, door zorgverzekeraars beweert is onjuist. De grote regionaal werkzame zorgverzekeraars CZ en VGZ hebben, met in achtneming van de privacy, verklaard geen praktijk te kennen met een dergelijke grote omzet. De bewering dat Van Dommelen c.q. zijn klanten tot 2013 vergoeding hebben gekregen uit de basisverzekering kan niet juist zijn, omdat de aard van de behandeling dat wettelijk niet toestaat. Beide zorgverzekeraars ontkennen ook dergelijke declaraties te hebben betaald uit het basispakket.

Reactie OM

Eind december ontvingen wij de reactie van het Brabantse OM op onze aangifte d.d. 1 maart 2016 over de zeer sterke verdenking op frauduleuze verklaringen, afgelegd door de Millenaarse varkensboer annex paranormaal genezer, tijdens de bezwaarprocedures over zijn btw-aanslag. Op het gevaar af de NTtdK-lezer te gaan vervelen met deze zaak geven wij de brief van de officier integraal weer:

‘Datum: 21-12-2016; Onderwerp: klacht opleggen aangifte

Geachte heer/ mevrouw Terpstra,

Naar aanleiding van uw brief van 01 maart 2016 bericht ik u namens de officier van justitie als volgt.
In uw brief doet u namens de Vereniging tegen de Kwakzalverij aangifte tegen de heer W.M. van Dommelen, ter zake mogelijke valsheid in geschrifte, witwassen en fiscale delicten. De heer van Dommelen oefent kennelijk een praktijk uit in de alternatieve geneeskunde. De behandeling van uw brief en aangifte heeft langer op zich doen wachten dan ik voor wenselijk houd. Ik bied u daarvoor mijn welgemeende excuses aan.

Beoordeling

Lees ik het goed dan is voor het indienen van de aangifte (mede) moverend de uitspraak van de Hoge Raad waarin de Hoge Raad heeft bevonden dat die Van Dommelen, gezien de aard van zijn geneeskundige werkzaamheden, recht heeft op een Btw-vrijstelling. U bent het daarmee niet eens: die uitspraak leidt volgens u tot misleiding van burgers.

Primair is het zo dat het niet aan het Openbaar Ministerie is om door strafrechtelijk optreden de eventuele gevolgen van een u onwelgevallige rechterlijke uitspraak te doen wijzigen. Ten tweede kan ik in uw aangifte en bijlagen nog geen begin van bewijs ontwaren voor de verdenking aan de door u genoemde strafbare feiten, dan wel aan enig ander strafbaar feit. Ik zie dan ook geen aanleiding om de opsporingsinstanties opdracht te geven tot het instellen van een opsporingsonderzoek.

Ten overvloede deel ik u mee dat de controle op de belastinginvordering en de opsporing van fiscaal strafbare feiten door respectievelijk de Belastingdienst en de FIOD ter hand worden genomen. Mocht u alsnog over concrete informatie komen te beschikken waaruit een even concrete verdenking aan een fiscaal strafbaar feit voortvloeit, dan geef ik u in overweging om dit aan de Belastingdienst of de FIOD te melden.

Mocht u het niet eens zijn met mijn beslissing tot niet (verder) vervolgen van deze zaak, dan kunt u zich schriftelijk beklagen bij het Gerechtshof te 's¬Hertogenbosch, postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch, ingevolge artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering. Bij de correspondentie over uw zaak raad ik u aan een kopie van dit schrijven bij uw brief te voegen.

De officier van justitie, Mr. P.M. Ton Janssen, Parket Oost-Brabant.’

Commentaar VtdK: alternatieve feiten

Doel van de aangifte van de Vereniging tegen de Kwakzalverij was het om het OM en/of de Belastingdienst (BD)/FIOD te bewegen tot nader deskundig onderzoek naar een door ons team ontdekt bedrijfje dat geen economische activiteiten verrichtte, wel inkomsten opgaf aan de BD en onder het mom van het doen van paranormale genezing etc. de betaalde BTW van de Belastingdienst terugvorderde met het argument dat er sprake was van diensten die zich niet onderscheiden van reguliere (para)medische diensten c.q. psychologie en psychiatrie.

Meer en deskundig (fiscaal)juridisch onderzoek op dit gebied lag buiten onze competentie als burgers. Met het doen van een aangifte voldeden we aan onze burgerplicht en gaven wij gehoor aan de oproep van onze overheid om altijd aangifte te doen bij vermoeden van illegale activiteiten. Het doen van aangifte met een verslag van wat wij gevonden hadden met een onderbouwing met harde feiten was het enige wat juridisch deskundigen ons adviseerden. De afwijzing van de aangifte was voor ons niet verassend.

De Hoge Raad heeft geoordeeld over nep-activiteiten in een nep-praktijk als ware het een normale (para)medische praktijk en dat dient nu als jurisprudentie voor de “medische” BTW-vrijstelling in de rechtspraak. Wij vinden dat nep, een ernstige belediging voor gewone medici, ja zelfs volksverlakkerij en het ondergraven van vertrouwen in de rechtspraak. Maar (sommige) juristen zien dat kennelijk heel anders.

Uit berichten van de erkende media blijkt, dat het OM en de Belastingdienst bestuurlijk rammelen. Dat zullen ambtenaren en politiek wellicht niet nog eens willen illustreren met een Rechtspraak/Belastingdienst casus van een alternatieve (lees: niet bestaande) praktijk zonder alternatieve behandelingen waarbij de Belastingdienst jarenlang geen onderzoek in de boeken heeft gedaan, ook niet voor de rechtszaak.

Verminderde controle bij het midden- en kleinbedrijf wordt door de BD erkend en dat is al jaren aan de gang. Men hoeft tenslotte ook geen publieke zelfbeschadiging te verwachten in verkiezingstijd.

In de brief van 21 december 2016 aan de VtdK schrijft de officier van justitie (OvJ) in de 2e alinea “De heer van Dommelen oefent kennelijk een praktijk uit in de alternatieve geneeskunde”. Neen dus ! Er is juist geen spoor van enige economische activiteit aangetroffen. Dat was de kern van de aangifte van de VtdK en in die aangifte wordt juist met harde feiten aangetoond, dat er geen sprake is van economische activiteiten door “alternatieve geneeskunde”.

Ervan uitgaande dat deze OvJ de aangifte wel en goed heeft gelezen is zijn uitspraak in postmodern hedendaags een “alternatief feit”. Het kan zijn, dat hij het gewoonweg niet kan geloven (of de VtdK niet gelooft). De inhoud van zijn brief is echter zo karikaturaal dat het ook een blijk van actuele bestuurlijke onmacht kan zijn.

De conclusie van de OvJ in dezelfde brief zonder dat hij zelf ook maar enig onderzoek gedaan heeft, luidt dat er “geen begin van bewijs” is. Hij verwijst dan naar de Belastingdienst/FIOD. Als VtdK en als burgers hebben we daar geen toegang tot, omdat we geen belanghebbende zijn.

Misschien moeten we een en ander in post-moderne hyperhedendaagse termen beschrijven: “De nep-praktijk van een nep-therapeut had een opgegeven nep-omzet van 100.000 euro per jaar zonder economische activiteiten, daarbij ondersteund en geadviseerd door een adviesbureau. De BD heeft geen enkel boekhoudkundig controleonderzoek(en) verricht en alle betrokken rechters tot in de Hoge Raad hebben geoordeeld over een nep-bedrijf met een nep-aangifte.”

Aanbevolen literatuur: het in het NRC van 6 januari 2017 bij besproken boek van de Tilburgse hoogleraar Pieter Tops (en de Volkskrant-journalist Jan Tromp): “De achterkant van Nederland - hoe onder- en bovenwereld verstrengeld raken”.

We hebben op zoek naar harde controleerbare feiten (naam, adres, woonplaats, kenmerken activiteiten in de praktijk, praktijkbezoek etc. van betrokken natuurgenezer/varkensboer) in een veronderstelde alternatieve praktijk bij toeval iets anders ontdekt. Een nep-praktijk met andere en harde feiten uit een harde wereld met een alternatieve rechtspraak en een alternatieve belastingcontrole.

Tegen het zwijgen (behalve van lokale hulpverleners!) en wegkijken en gedogen van zaken die bij justitie tot grote ophef zouden behoren te leiden kunnen wij maar weinig inbrengen. Wat immers baten kaars en bril als den uil niet zienen wil. Maar alles is vastgelegd en in diverse media gepubliceerd. Dat is een mooi journalistiek en maatschappelijk resultaat in deze tijd, al was het eigenlijk slechts bijvangst.

Lees ook