Symposium 2022Kritische kijk op leefstijlgeneeskunde

Schrijf u nu in
Door: C.N.M. Renckens | Geplaatst: 29 juni 2014

Kwakzalvende psychiaters en hun beroepsvereniging NVvP

Een oproep aan de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie om hun leden aan te spreken op kwakzalverij.

Kwakzalvende psychiaters en hun beroepsvereniging NVvP

Op 6 maart 2013 verstuurde Michiel Hengeveld, in een dubbelrol als kwakzalverijbestrijder en lid van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie een brief aan het NVvP-bestuur, waarin hij meldde voor enige ophef te hebben gezorgd door de psychiater Margreet Slee als voorbeeld van een disfunctionerende collega te hebben opgevoerd.

De beroepscodecommissie van de NVvP heeft zich toen, op verzoek van het bestuur, hierover gebogen en gesteld dat hij haar niet met naam en foto had moeten tonen (al kwamen die van haar eigen website), maar ook dat zij op haar website duidelijker moest maken wat wel en niet tot haar vakgebied behoort. Hengeveld borduurde verder op deze problematiek in het in die periode verschenen nummer van het vakblad MGv, waarin hij – nu geanonimiseerd – Slee en een aantal andere collegae citeerde, die publiekelijk verkondigen dat ze zich met kwakzalverij bezighouden.

Dat anonimiseren viel hem zwaar omdat ‘deze collegae zelf voor hun alternatieve praktijken gretig reclame maken op hun websites, hetgeen toch echt niet hoort’.

Hengeveld deed in zijn artikel een oproep aan (het bestuur) van de NVvP om dergelijke praktijken door leden van de NVvP niet meer toe te staan. De tuchtnorm luidt immers dat artsen dienen “te handelen binnen de grenzen van hetgeen door de beroepsgroep als norm of standaard wordt aanvaard, rekening houdend met de stand van de wetenschap.” Naar zijn mening schaden deze (en een schrikbarend aantal vergelijkbare collegae) het aanzien van de psychiatrie.

Nadat hij zijn verwondering had uitgesproken over het feit dat de NVvP de hartcoherentietraining, een therapie die niet is gebaseerd op evidentie, maar op zweverige theorieën over het hart (aldus Hengeveld) waardeerde met 18 accreditatiepunten drong hij er bij het NVvP-bestuur op aan actie te ondernemen tegen dit soort praktijkvoering.

Reactie

Een reactie liet niet lang op zich wachten, want in een NVvP-nieuwsbrief aan haar leden viel in april 2013 het volgende te lezen: “Van tijd tot tijd wordt de vereniging benaderd met kritische vragen omtrent de inzet van ‘alternatieve therapieën’ door psychiaters. Leden hebben het bestuur opgeroepen om geen accreditatie meer te verlenen aan cursussen/symposia over alternatieve therapieën. Het bestuur geeft daaraan gehoor.

Daarnaast zal er in de kwaliteitsvisitatie aandacht zijn voor het behandelen van patiënten middels alternatieve therapieën. Ook in de Beroepscode voor psychiaters worden alternatieve therapieën afgewezen. De Raad voor de Beroepscode van de NVvP zal zich hierover buigen. Het verenigingsbestuur adviseert haar leden om elkaar eerst aan te spreken op ‘alternatieve praktijken’ alvorens verdere (publieke) stappen te ondernemen.”

Onze Vereniging telt twee psychiaters in haar bestuur en zij waren uiteraard in hun nopjes met deze positiekeuze van de NVvP. De NVvP leek hiermee Hengeveld aanzienlijk tegemoet te komen en ook gehoor te geven aan een verzoek van de VtdK van begin 2012 om geen accreditatiepunten meer te geven voor de Integrale-Psychiatriecongressen van de Groningse GGZ-organisatie Lentis.

Op die congressen o.l.v. Hoenders ritselt het van de biochemici, acupuncturisten en Tibetaanse lama’s. Helaas kende de NVvP begin oktober 2012 vorig jaar nog accreditatiepunten toe aan het congres ‘Heel de mens‘ over Integrative Medicine in Utrecht.

Een drietal psychiaters, die toevallig ook lid zijn van de VtdK, hebben de oproep in de laatste zin van het nieuwsbericht van hun beroepsvereniging ter harte genomen. Zij hebben een brief gestuurd aan psychiaters waarvan zij het vermoeden hebben dat deze kwakzalverij bedrijven. In deze brief wilden ze hun collegae er voor waarschuwen dat ze het risico lopen geroyeerd te worden als lid van de NVvP of tuchtrechtelijk gecorrigeerd te worden. Wat zouden zij gaan doen?

Testcase

Van het accreditatiefront kwam ook al snel een testcase, toen er op de dag van de omstreden promotie van Hoenders in Groningen op 13 januari 2014 een mini-symposium werd georganiseerd met wederom enkele alternatieve sprekers. De organisatie had bij de NVvP accreditatie aangevraagd. De symposium-uitnodiging had het over ‘treating the ‘whole person’ from a holistic perspective, considering mind/body and its systems as interrelated, with biological, mental, emotional, cultural, ecological and spiritual / religious aspects´. Het bekende koeterwaals van de integratieve geneeskunde. Elders in dit blad een korte samenvatting van de inhoud van dat mini-symposium.

Het VtdK-bestuur, dat zich ook al richtte tot de rector magnificus wegens het abominabele gehalte van het proefschrift en om een herbeoordeling had gevraagd, drong er in een brief op aan om dit congres niet te accrediteren. Het eerste verzoek werd binnen twee dagen afgewezen – het proefschrift zou van voldoende kwaliteit zijn – en het mini-symposium bleek drie accreditatiepunten waard te zijn! Dit was volkomen in strijd met de nieuwsbrief die het NVvP-bestuur in april 2013 had rondgestuurd.

Advies uit Nieuwsbrief opgevolgd

Op 6 januari 2014 wendde Hengeveld zich opnieuw tot het NVvP-bestuur. Hij meldde hen dat hij in mei 2013, naar aanleiding van de oproep in de nieuwsbrief van de NVvP om niet-regulier werkende collegae intercollegiaal te benaderen, samen met collegae Ten Doesschate en Van den Berg, een brief geschreven aan ruim 20 psychiaters die op websites of anderszins zich afficheerden met niet-reguliere diagnostiek en/of behandelvormen. ‘We hebben deze collegae erop gewezen dat dergelijk handelen volgens de beroepscode en het tuchtrecht niet toegestaan is en dat het niet door middel van een DBC-GGZ gedeclareerd mag worden.’

Ruim een half jaar later had Hengeveld nog eens gekeken naar de websites van de betreffende psychiaters. Hij ontdekte dat de verenigingen van niet-reguliere aard hun ledenlijsten van de website hebben gehaald. Het was ook duidelijk dat een aantal psychiaters zich niets van de beleidsuitspraken van de NVvP en van hun brief had aangetrokken.

Zij vermeldden nog steeds niet-reguliere diagnostiek en/of behandelvormen op hun websites. Het leek de drie briefschrijvers daarom nu het moment dat het bestuur zelf deze leden zou benaderen over deze kwestie. Om die reden noemde Hengeveld ook de namen van deze psychiaters: Margreet Slee (diverse niet-reguliere behandelvormen); Andries Keizer (homeopathie); J.B. Mallens (homeopathie); H.J.M.Z.A. Moeniralam (acupunctuur) en Louisa Roosch (HRV biofeedback).

Het antwoord kwam op 13 februari 2014: 

‘In uw schrijven dd. 6 januari 2014 vraagt u ons als Verenigingsbestuur een aantal psychiaters te benaderen vanwege het feit dat zij niet reguliere behandelwijzen aanbieden naast of vermengen met regulier psychiatrisch aanbod. U heeft deze psychiaters eerder zelf per brief verzocht zich van deze praktijken te onthouden of in ieder geval het aanbod van hun website te verwijderen.

‘De vereniging heeft intern tuchtrecht om klachten van psychiaters over psychiaters te behandelen. Het doel van het intern tuchtrecht is in het reglement (zie bijlage) als volgt geformuleerd:

1. De interne tuchtrechtspraak heeft ten doel het weren en beteugelen van misslagen van een lid, dat daardoor het vertrouwen in de geneeskundige stand, in het bijzonder van de psychiater, ondermijnt of zich gedraagt in strijd met de waardigheid of de belangen van die stand, dan wel zich schuldig maakt aan oncollegiaal optreden, onder meer zoals beschreven in de Beroepscode van de NVvP.

2. De interne tuchtrechtspraak behelst het beoordelen van het handelen en/of nalaten van een lid naar aanleiding van een door een ander lid ingediende klacht en het uitbrengen van een gemotiveerde uitspraak.

‘Ook de KNMG kent een verenigingstuchtrecht waar klachten over artsen aanhangig kunnen worden gemaakt. Voor vermoedens van onrechtmatige declaraties kent de NZa een meldpunt. Het tuchtrecht van de NVvP is alleen van toepassing op de leden van de vereniging. Twee van de vijf genoemde personen (Slee en Roosch) zijn geen lid van de NVvP.

‘Wij adviseren u deze wegen te bewandelen voor de behandeling van de klacht. Voor het intern tuchtcollege bent u klachtgerechtigd wanneer u lid bent van de NVvP en ook rechtstreeks betrokken bij de zaak waarover u klaagt. Het is aan het college om na binnenkomst van de klacht te bepalen of de klacht ontvankelijk is op grond van deze voorwaarden.

‘Het bestuur van de vereniging is altijd klachtgerechtigd. Zij heeft echter besloten in dit geval de door u aangedragen zaak niet zelf voor te brengen bij het intern tuchtcollege.

Met vriendelijke groet,

Namens de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie,

Dr. W. Cahn, vice voorzitter’

Teleurstellend

Een teleurstellende reactie van een professionele organisatie als de NVvP. Voor elke professionele organisatie geldt immers dat een verwijt dat een hunner leden gemaakt kan worden terugslaat op alle leden van zo’n organisatie. Dat is een essentieel kenmerk van deze organisaties, die zich o.a. kenmerken door een eigen interne discipline en waaraan door de samenleving een aantal hoogwaardige veelal gecompliceerde taken en privileges is toevertrouwd.

Publiek vertrouwen is daarbij onmisbaar en moet streng verdedigd en verdiend worden. Door drempels op te werpen over de ontvankelijkheid wordt het zelfreinigend vermogen van de Nederlandse psychiatrie bepaald niet gediend. Er dringen zich parallellen op met vergelijkbare onvrede van KNMG-leden over hun (alternatieve) vakbroeders.

Ik zelf trachtte ooit een homeopaat/KNMG-lid geroyeerd te krijgen na aanname van nieuwe Gedragsregels m.b.t. alternatieve geneeswijzen, maar werd niet ontvankelijk verklaard omdat er geen gemeenschappelijke patiënt in het geding was. Keppel Hesselink klaagde eveneens tevergeefs bij de Tuchtraad KNMG over de woordkeuze van onze voorzitter in een blog op Artsennet, omdat hij niet persoonlijk was genoemd.

Nieuwe gedragsregels voor psychiaters

De NVvP publiceerde in februari van dit jaar haar vernieuwde gedragsregels inzake de niet-reguliere behandelwijzen in de psychiatrie. Voor de integrale tekst zij hier verwezen naar de NVvP website en kijken onder publicaties (‘Uitgangspunten niet-reguliere behandelwijzen in de psychiatrie’. Publikatie NVvP, febr, 2014).

De tekst leunt zeer sterk op de KNMG-richtlijn over dit onderwerp en dat betekent dat er aan talrijke randvoorwaarden moet zijn voldaan alvorens een niet-reguliere behandelwijze wordt verkozen, maar een volledig verbod bevatten deze regels helaas niet. Extra pikant is het feit dat er veel aandacht is voor het accrediteren van alternatieve nascholingen.

De tweede alinea van het inleidende hoofdstuk stelt: ‘Het Verenigingsbestuur heeft daarop in een nieuwsbrief aan leden gesteld dat geen accreditatiepunten meer toegekend worden aan cursussen en symposia die (aankomend) psychiaters scholen over therapievormen die niet behoren tot de professionele en wetenschappelijke standaard en dat in de kwaliteitsvisitatie en in de Beroepscode voor psychiaters het behandelen van patiënten met alternatieve therapieën zal worden afgewezen.’

Vervolgens luidt hoofdstuk 2, lid 2: ‘Reguliere behandelwijzen verwijst in dit standpunt naar de methoden van diagnostiek, preventie en behandeling die gebaseerd zijn op de kennis, vaardigheden en ervaring die nodig zijn om de artsentitel te behalen en te behouden, die algemeen door de beroepsgroep worden aanvaard en deel uitmaken van de professionele standaard. Niet-reguliere behandelwijzen zijn methoden van diagnostiek en behandeling die buiten deze omschrijving vallen (KNMG gedragsregel, 2008).’

Maar dan luidt hoofdstuk 4, eerste lid als volgt: ‘Bovenstaande uitgangspunten geven richting aan de accreditatie die de NVvP verleent aan bij- en nascholing. De NVvP acht het niet wenselijk om alleen datgeen te accrediteren wat al bekend is of als bekend mag worden beschouwd. Het bijwonen van congressen of symposia waar kennis kan worden genomen van nieuwe ontwikkelingen, (voorlopige) resultaten van onderzoek, of nieuwe inzichten en perspectieven is wezenlijk anders dan het volgen van bijscholing met als doel niet reguliere behandelwijzen eigen te maken voor toepassing in het vak van psychiater. In de te verlenen accreditatie wordt met dit verschil rekening gehouden.’

Schijn

Het heeft er alle schijn van dat met die laatste tekst opeens het omgekeerde wordt beweerd van wat er eerder in de inleiding en in hoofdstuk 2 werd gesteld. Of deze interne inconsistentie nu in de praktijk gaat leiden tot het accrediteren van allerlei onzinnige congressen, dat moet vooreerst worden afgewacht, maar eenduidig in een afwijzing daarvan is deze richtlijn zeker niet.

Het heeft er de schijn van dat de opstellers van de tekst daarmee zelf ook al rekening hielden, want de laatste alinea van de richtlijn luidt: ‘De vereniging verzamelt de in de accreditatie en kwaliteitsvisitaties voorkomende casuïstiek en bespreekt deze jaarlijks met de betreffende commissies om waar nodige en relevant beleid bij te kunnen stellen.‘

Kennis genomen hebbend van de inhoud van het Hoenders-minisymposium zijn wij reuze benieuwd hoe de toekenning van drie accreditatiepunten aan die malligheid straks zal worden geëvalueerd.

C.N.M. Renckens

Gerelateerde artikelen

page - 14 december 2019

Kwetsbare mensen zoeken soms hun toevlucht tot psychokwakzalvers en dat kan fatale gevolgen hebben. Wat wordt daartegen gedaan?

artikelen - 05 oktober 2016

Dr. Rogier Hoenders is integratief psychiater bij het Groningse Lentis. Daar biedt hij alternatieve onbewezen behandelmethoden aan.

artikelen - 17 januari 2015

Het komende, zesde, congres Integrale Psychiatrie van het Centrum Integrale Psychiatrie (CIP) van de Groningse ggz-instelling Lentis, verdient geen accreditatiepunten.