Symposium 2014: Wijsheid uit het Oosten - Aziatische behandelwijzen belicht

Het CBS publiceerde in maart 2014 cijfers over de alternatieve consumptie in ons land, over de jaren 2010-2012. Daaruit bleek dat in dat laatste jaar 5,7% van de Nederlanders een alternatieve genezer had bezocht, een cijfer dat lager is dan het de laatste 25 jaar was geweest: in die periode schommelde het percentage bezoekers aan alternatieve genezers tussen de zes en de zeven.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 4 okt 2014 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

Van de diverse geneeswijzen, waarvan gebruik werd gemaakt, was de acupunctuur de meest populaire, gevolgd door homeopathie, chiropractor, osteopaat, natuurgenezer, paranormaal genezer, kruidendokter, antroposoof en gebedsgenezing.

In 1971 moest prins Bernhard voor een acupunctuurbehandeling nog naar Londen, maar daarna zou de Chinese geneeskunst snel ingang vinden in de westerse wereld. Dat hing zeker samen met de ontdooiing van de politieke verhoudingen tussen de VS en de volksrepubliek China, alsmede door opkomend cultuurrelativisme, dat voor opvattingen en zienswijzen ander criteria aanlegde dan eerder gebruikelijk. In 1975 organiseerde de KNMG een jaarcongres, dat zij wijdde aan ‘randgebieden van de geneeskunde’ en waar een antroposoof, een homeopaat en een acupuncturist spraken. De laatste moest nog uit België worden gerekruteerd. Hoewel er ook enige belangstelling bestond voor de ayurvedische geneeskunde, yoga en Chinese kruidentherapie was het vooral de acupunctuur, die te onzent zeer populair werd. In haar kielzog profiteerden oudere vormen van ‘alternatieve geneeskunde’ als homeopathie, antroposofische geneeskunde, paranormale geneeskunde en manuele geneeskunde van die opmars. Dat leidde tot een opbloei van de kwakzalverij op nooit eerder vertoonde schaal. Waar in de jaren 60 slechts 1% van de Nederlanders een alternatieve genezer bezocht, steeg dit percentage in 1993 tot boven de zes en dat zou lang zo blijven.

In dit symposium zal worden bekeken hoe dit proces is verlopen, waarom veel burgers en zelfs een (beperkt) aantal medici in de ban konden komen van geneeswijzen, die zeer ver af staan van het succesvolle biomedisch model van de reguliere geneeskunde. Dat geldt vooral voor de onzinnige acupunctuur met zijn meridianen en punten en in iets mindere mate voor de import van beweerd geneeskrachtige kruiden uit China en India. Uit India betreft het vooral ayurvedische kruiden, waarvan de geclaimde werking is ingebed in de hindoe-filosofie. China beschouwt intussen zijn kruiden als een belangrijk export-product en tracht de WHO, maar ook de westerse farmaceutische wereld zover te krijgen dat er meer erkenning komt. Zij besteedt daaraan aanzienlijke sommen geld. Yoga wordt in het westen meer als sport beschouwd en de medische claims blijven zeer beperkt. Geheel anders ligt dat met de op het boeddhisme gebaseerde psychotherapie mindfulness, die momenteel zeer populair is en waarvan het indicatiegebied en de werkzaamheid nog onduidelijk is. Eclecticisme is in de psychotherapiewereld geen verwijt, maar voegt de mindfulness iets toe aan het arsenaal van psychiater of psycholoog?

Het laatste onderdeel van het symposium is gewijd aan acupunctuur bij dieren. Reguliere medische technieken hebben altijd al hun weerslag in de diergeneeskunde gevonden. Veel diagnostische technieken (radiologie, etc.) en behandelingen (antibiotica) worden zowel in de humane als in de diergeneeskunde toegepast. Acupunctuur nu is een alternatieve methode die zowel in de humane als in de diergeneeskunde wordt bedreven. Welke parallellen zijn hier te trekken? Anders dan inzake de reguliere methoden die navolging kregen in de diergeneeskunde ontbreekt overtuigend effectiviteitsonderzoek en de opkomst en historie van veterinaire acupunctuur is onduidelijk. Propagandisten ervan beweren dat zij al 3000 jaar oud is, maar op het symposium zal deels al gepubliceerd en deels nieuw materiaal worden gepresenteerd, waaruit blijkt dat er aan die beweringen over de hoge leeftijd van de veterinaire acupunctuur ernstig getwijfeld kan worden.

 

Programma

HUMANE GENEESKUNDE

14.00 – 14.30 uur Oost-Aziatische geneeskunde in context. Prof. Dr. Harmen Beukers, emeritus hoogleraar in de geschiedenis der geneeskunde en Scalinger professor bijzondere collecties Universiteitsbibliotheek, Universiteit Leiden.

14.30 – 15.00 uur Oosterse kruidenmiddelen als medicijn – werkzaamheid en veiligheid. Prof. Dr. Meindert Danhof, hoogleraar farmacologie, Universiteit Leiden.

15.30 – 16.00 uur Mindfulness, mist of mirakel? Prof. Dr. Joop de Jong, emeritus hoogleraar culturele en internationale psychiatrie, Vrije Universiteit Amsterdam, hoogleraar psychiatrie, Boston University.

DIERGENEESKUNDE

16.00 – 16.45 uur Acupunctuur bij dieren in historisch perspectief. Dr. Sjeng Lumeij, veterinair specialist, faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht

 

Over de sprekers

Harmen Beukers (Rotterdam, 1945) studeerde van 1963 af geneeskunde, biochemie en middeleeuwse paleografie en codicologie aan de Universiteit Leiden. Hij behaalde zijn doctoraal in 1968 en promoveerde in 1978. Hij was wetenschappelijk (hoofd)medewerker van het Laboratorium voor Medische Biochemie van 1971-1981. Van 1981-2007 was hij verbonden aan de Sectie Geschiedenis der Geneeskunde van de Afdeling Metamedica, van 1988-2008 als hoogleraar in de geschiedenis der geneeskunde. Sinds 2007 is hij Scaliger professor (bijzondere collecties Universiteitsbibliotheek Leiden).

Hij was gasthoogleraar aan het Research Institute for Japanese Culture (Tohoku University, Sendai, Japan) in 1994/5 en Sarton professor voor de geschiedenis der geneeskunde aan de Universiteit van Gent in 1998/9. Hij is Honorary Fellow of the Royal College of Physicians (1992), erelid van de Nederlandse vereniging voor Biochemie en Moleculaire Biologie (1997) en erelid van het Nederlands Genootschap voor Japanse Studiën (2007). Van 1993 - 2010 was hij hoofdredacteur van het Nederlands-Vlaamse tijdschrift Geschiedenis der Geneeskunde.

Meindert Danhof (1951) studeerde farmacie aan de Rijksuniversiteit Groningen en studeerde af in 1976. Hij promoveerde in Leiden in 1980. Van 1980-1983 was hij post-doc onderzoeker op de afdeling farmacie, State University van New York. Hij specialiseerde zich in de klinische farmacologie in het Stanford University Medical Center van 1983-1986. Daarna keerde hij terug naar Leiden en werd hij in 1996 hoogleraar bij de faculteit Wiskunde - en Natuurwetenschappen. In 2007 werd hij tevens hoogleraar bij het LUMC. Sindsdien is hij ook voorzitter van de afdeling farmacologie van het Leiden Academic Center for Drug Research (LACDR). Van 2005 tot 2012 was hij hier de wetenschappelijk directeur. Zijn onderzoek richt zich op de ontwikkeling van nieuwe theoretische concepten in farmacokinetische-farmacodynamische [PK-PD] modellen en ontwikkeling van nieuwe concepten van 'disease system analysis'. Hij is de oprichter (in 1990) en voorzitter van de reeks 'Meten en kinetiek van In Vivo Drug Effects' in Noordwijkerhout, in Nederland gehouden 4-jaarlijkse internationale conferenties. Hij ontving meerdere internationale prijzen en werd in 2014 benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Joop de Jong is psychiater/psychotherapeut en heeft vanuit die discipline vooral antropologie en epidemiologie als wetenschappelijk werkterrein. Hij was hoogleraar culturele en internationale psychiatrie aan de VU en is sedert vorig jaar emeritus. Momenteel is hij verbonden aan het Amsterdam Institute for Social Science Research van de UvA, adjunct professor psychiatrie aan Boston University en visiting professor psychologie aan Rhodes University, Zuid Afrika. Na zijn medische studie in Nederland werd hij opgeleid in internationale public health en werd uitgezonden naar (post-)conflict gebieden in Senegal, Guinee-Bissau en Angola. Terug in Nederland werd hij opgeleid tot psychiater en psychotherapeut, waarna hij terugkeerde naar Guinee-Bissau om daar te helpen bij de opzet van de geestelijke gezondheidszorg van het land.

Hij was oprichter en directeur van TPO (Transcultural Psychosocial Organisation), dat zich richt op behandelprogramma’s op het gebied van geestelijke gezondheidszorg, met name voor vluchtelingen en voor mensen die anderszins getroffen zijn door oorlog of rampen. TPO heeft wereldwijd ongeveer 1000 medewerkers in 14 landen. De Jong werkte op vier continenten: in een dozijn Afrikaanse landen, in een elftal landen in Klein Azië en het verre Oosten, in een viertal in Zuid-Amerika en twee conflictgebieden in Europa (Bosnië en Kosovo). In Nederland werkt hij met immigranten en vluchtelingen. Hij adviseert de WHO, maar werkte van 2008-2011 ook als hoofd-adviseur van de Gemeente Amsterdam na aldaar enige jaren directeur van de GGD geweest te zijn. Hij was auteur of coauteur van meer dan 240 hoofdstukken in boeken en artikelen in peer-reviewed tijdschriften.

Johannes T. (Sjeng) Lumeij (Londen, 1951), dierenarts specialist vogelziekten, is Universitair hoofddocent aan de faculteit Diergeneeskunde te Utrecht en hoofd van de Afdeling Vogels en Bijzondere Dieren aldaar. Zijn werkzaamheden bestaan uit onderzoek, onderwijs en patiëntenzorg voor vogels en bijzondere dieren, variërend van vogelspinnen tot circustijgers. Daarnaast is hij initiatiefnemer van het keuzevak wildlife aan de veterinaire faculteit. Lopende onderzoekprojecten gaan over bijniertumoren bij fretten, verenpikken bij papegaaien en syphilis bij wilde hazen. In zijn onderwijs aan veterinaire studenten wordt veel aandacht besteed aan evidence based medicine. Hij heeft in zijn vakgebied veel gepubliceerd over ver uiteenlopende onderwerpen. Lumeij is sinds 2002 bestuurslid van de VtdK.

Lees ook