Twee kwakzalvers in Haarlem voor de rechter

Op 29 en 30 mei 2013 dient voor de Haarlemse rechtbank de zaak tegen twee alternatieve hulpverleners, waarvan er een ook arts is, die aan een inmiddels overleden vrouw adequate medische hulp onthielden.
Door: de Webredactie | Geplaatst: 29 mei 2013

De orthomoleculair arts knoopte ook een liefdesrelatie aan met het slachtoffer, dat was wijsgemaakt dat zij aan de ziekte van Lyme zou lijden. De twee kwakzalvers beweren op de eerste dag van de rechtszaak steeds tegen de vrouw te hebben gezegd dat ze naar het ziekenhuis moest gaan.

De huisarts van het slachtoffer kaartte de zaak aan bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) die vervolgens aangifte deed bij het Openbaar Ministerie (OM). Later deed ook de familie aangifte bij het OM. De IGZ is voornemens om na deze rechtszaak een tuchtklacht in te dienen tegen de arts.

Volgens het OM zijn de twee alternatieve genezers schuldig aan het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan de patiënte. De officier van justitie eiste donderdag 3 jaar celstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk, en een beroepsverbod van 10 jaar tegen de alternatief werkende arts Peter J. (54) uit Heemstede. Tegen de alternatief genezer, Marthe B. (71) uit Amsterdam, is 2 jaar cel, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, en ook een beroepsverbod van 10 jaar geëist. Het is logisch dat een arts, die vanuit zijn opleiding beter zou moeten weten, een hogere straf krijgt dan de alternatief genezer in deze zaak. De vraag is hoe je een beroepsverbod van de alternatief genezer kunt handhaven als haar beroep niet eens bestaat / erkend wordt.

Lees ook