Door: C.N.M. Renckens | Geplaatst: 31 december 2005

Proces-Sickesz (VI)

Op 2 juni 2005 vond bij de Amsterdamse rechtbank de mondelinge behandeling plaats van de zaak Sickesz versus Renckens en de VtdK. In de uitspraak op 4 augustus 2005 stelde de rechtbank dat ‘kwakzalver’ een negatief woord is, maar dat de VtdK altijd duidelijk maakt geen kwade trouw te impliceren, en dat als het publiek of de krant dat niet begrijpt, de VtdK dat niet kan worden aangerekend. De plaatsing van Sickesz op de lijst is volgens de rechtbank voldoende op feiten gebaseerd. De rechtbank wees de vordering van Sickesz af.

De zitting

Op 2 juni 2005 vond bij de Amsterdamse rechtbank de mondelinge behandeling plaats van de door de Haagse arts Sickesz aanhangig gemaakte zaak tegen schrijver dezes en de Vereniging tegen de Kwakzalverij. De voorgeschiedenis is bekend: onze Vereniging had bij de eeuwwisseling een verkiezing gehouden onder haar achterban over wie de Grootste Kwakzalvers van de twintigste eeuw waren geweest. De Vlaardingse kankerdokter Cornelis Moerman eindigde op de eerste plaats en mevrouw Sickesz bezette de zevende plek.

Sickesz (1923) is een basisarts, die een eigen (‘orthomanuele’) geneeswijze (OMG) ontwikkelde waarbij scheefstanden van de wervels en andere gewrichten centraal staan en aangemerkt worden als oorzaak van alle ziekten, van rugpijn, via suikerziekte, maagzweren, onvruchtbaarheid en astma tot aan depressie, autisme, anorexia nervosa en schizofrenie. Deze laatste kwaal geneest ze, blijkens een uitspraak gedaan tegenover de voorzitter van de patiëntenvereniging voor Anorexia Nervosa, ‘aan de lopende band’. Als patiënten met schizofrenie of anorexia zich aan de vervolgafspraken onttrekken dan belt ze hen op en voorspelt hun vroegtijdige dementie.

Voorafgaand aan de zitting had Sickesz’ raadsman mr. Eblé, die tevens een dankbare oud-patiënt van haar is, nog twee producties overgelegd. De eerste was een krantenknipsel uit NRC Handelsblad waarin onder de titel ‘Kraken helpt’ verslag werd gedaan van een vraaggesprek tussen Wim Köhler, die ooit in diezelfde krant eens klakkeloos optekende hoe effectief de homeopathie wel was (toen na een Maastrichts proefschrift), en de Groningse bewegingswetenschapper Gert Bergman, die zou hebben aangetoond dat manuele therapie werkzaam is bij nek- en/of schouderklachten. Bij schouderpijn heeft de patiënt volgens Bergman gewoonlijk last van zijn schoudergordel en dat begrip is bij fysiotherapeuten overbekend, maar ach die suffe huisartsen, die kennen dat helemaal niet. Frits Philips had na een gunstige ervaring met een kraker in Australië niet voor niets in 1967 een opleidingsinstituut opgericht in Eindhoven. Het artikel was verlucht met een foto van Jeanette Schotkamp, een van de deelneemsters aan het onderzoek, die op dat moment blijkens het onderschrift ‘de wervels van een patiënt in het gareel zet’. De tweede productie die Eblé inbracht is op pagina 9 afgedrukt, want hij is te curieus om samen te vatten. Smalhout op zijn smalst, zullen we maar zeggen.

Voorafgaand aan de zitting hebben wij even kunnen kennismaken met de nog opmerkelijk vitale en strijdlustige Sickesz. Ze begon direct te argumenteren: zo stelde ze dat zij wordt geboycot: toen zij eens een artikel naar het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde had opgestuurd, werd dat prompt teruggestuurd. Volgens Sickesz was de verklaring eenvoudig: de hoofdredacteur was een internist (Dunning, CR) en die zou brodeloos worden als de orthomanuele geneeskunde alle inwendige ziekten vlot zou genezen.

Sickesz’ raadsman schilderde op de zitting haar geneeswijze af als een grote ontdekking, die op de drempel van algehele erkenning zou staan en al lang niet meer als alternatief bekend staat. Dat zou ook blijken uit het feit dat verzekeraars deze behandelingen vergoeden, dat er een eigen actieve artsenvereniging bestaat en dat er voldoende wetenschappelijk bewijs zou bestaan. Bovendien zou ze de steun hebben van ‘hoogleraren, professoren, artsen en honderden patiënten met uiteenlopende klachten’. De advocaat was zelf ook eens behandeld door Sickesz en met zeer gunstig resultaat. Hij vermeed zorgvuldig elke verwijzing naar Sickesz’ brutale en onheuse claims op het gebied van interne en psychiatrische aandoeningen en haalde zoveel mogelijk gunstige literatuur aan over de nuttige effecten die manuele geneeskunde zou hebben.

De verklaringen van de zes hoogleraren die de Vereniging had overgelegd (internist M.M.Levi (AMC), neuroloog H.P.H. Kremer (AZN), psychiater D.H. Linszen (AMC), orthopeed J.A.N. Verhaar (AZR), longarts H.M. Jansen (AMC) en radioloog J.L. Bloem (LUMC) en die alle uitgesproken negatief waren over Sickesz’ geneeswijze werden door hem afgedaan als ‘die verklaringen van Renckens’ vriendjes’. Hij wees er ook nog nadrukkelijk op, dat Sickesz fervent tegenstander van de rugbysport is: te slecht voor de rug.

Na zijn betoog, dat zijn cliënte zelf ongedurig en met nauw verholen ongeduld had gevolgd, spoedde Sickesz zich naar de tafel van de drie rechters om haar standpunt nog eens toe te lichten en hen wat publicaties te overhandigen. Toen zij daarmee, ondanks de mededeling van de rechter dat dit geen zin had, niet wilde stoppen zei ze op een toon die geen tegenspraak duldde: ‘Ik heb het recht mijzelf te verdedigen’. Met zachte aandrang moest haar raadsman haar ten slotte naar haar plaats terugbrengen.

Een van de overhandigde artikelen was er een over OMG bij whiplash en was door haar tezamen met Van der Schaar (ook bekend uit de Toptwintig, direct onder Sickesz: nummer acht!) geschreven in een alternatief blaadje. De advocaat van de Vereniging, mr. S. Vlaar, stelde dat Renckens Sickesz herhaaldelijk had verzocht haar bevindingen te publiceren in echte medische tijdschriften voordat zij die ging toepassen in de praktijk. Dat Sickesz daarop slechts had gereageerd met het verzoek aan hem om zelf eens te komen kijken en vooral ook zelf eens een behandeling te ondergaan, beschreef Vlaar als vruchteloos en weinig behulpzaam bij het oplossen van de controverse.

Daarnaast wees mr. Vlaar erop dat – hoewel de Vereniging de gehele manuele geneeskunde als kwakzalverij althans onbewezen nuttig blijft beschouwen – Sickesz nimmer zo hoog op de Toptwintig-lijst zou zijn gekomen als zij zich in haar claims zou hebben beperkt tot de klachten van het bewegingsapparaat. Juist de absurde, maar ook harteloze claims (geheel voorbijgaand aan het leed van lijders aan schizofrenie, anorexia, autisme etc.) op het gebied van de interne geneeskunde en de psychiatrie deed de VtdK-achterban vermoedelijk kiezen voor een zo hoge positie. Hij wees erop dat mr. Eblé daar steeds wijselijk het zwijgen over deed.

De raadsman van de Vereniging schetste ook enkele recente ervaringen van vrouwen met anorexia nervosa, die nog kort geleden door Sickesz werden behandeld. Tijdens de vrij ruwe en zeer onpersoonlijke behandeling, waarbij de vrouwen vrijwel geheel ontkleed waren, liepen er voortdurende mannen in en uit, van wie taak en functie onduidelijk waren. Enige uitleg kreeg men daarover niet. En allen moesten zij haar boekje over de rug aanschaffen. Een gunstig effect van de behandeling hadden zij niet bespeurd. De Stichting voor Anorexia Nervosa heeft een ruime ervaring met kwakzalvers, maar zo brutaal als Sickesz had men er nog niet veel meegemaakt. Mr. Eblé zou dit deel van Vlaars relaas later in zijn repliek als een ‘rotstreek’ betitelen.

Mr. Vlaar schetste Sickesz ten slotte als een vrouw die gedurende haar gehele carriëre was geconfronteerd met een gebrek aan erkenning en een voortdurende afwijzing van haar ‘wetenschappelijke artikelen’. Haar opneming in het boekje met notoire genezers was voor haar de zoveelste kwetsing in een lange rij. Daarom stonden wij daar nu. En zo zit dat inderdaad. Mr. Eblé nam in zijn laatste woorden zijn laatdunkende uitlating over de zes hoogleraren als ‘Renckens’ vriendjes’ terug, nadat wij hem erop hadden gewezen dat wij niemand van hen ooit persoonlijk hadden ontmoet en dat zij slechts wegens hun goede reputatie en vakkennis waren aangeschreven.

De uitspraak

Op 4 augustus kwam de rechtbank, die bestond uit mr. M. van Hees, voorzitter, en mrs. E. Pennink en J. Jonkers, rechters, met de uitspraak: zij wees het gevorderde af en veroordeelde Sickesz tot betaling van de kosten van het geding. Dit goede nieuws bleek het gevolg van een glasheldere en overtuigende besluitvorming, die in het twaalf pagina’s tellende vonnis goed te volgen is. Allereerst recapituleerde de rechtbank de vijf criteria die de Vereniging in het gewraakte boekje Genezen is het woord niet had geformuleerd en als leidraad had gekozen waarop de verkiezing van de Toptwintig der Grootste Kwakzalvers, later notoire genezers genoemd, was gebaseerd. Deze criteria zijn de volgende:

(a) elk beroepsmatig handelen c.q. het verlenen van raad of bijstand in relatie tot de gezondheidstoestand van mens of dier

(b) dat niet gefundeerd is op toetsbare en voor die tijd logische dan wel empirisch-houdbare hypothesen en theorieën

(c) die actief onder het publiek wordt verspreid (‘overpromotion’)

(d) zonder dat toetsing binnen de beroepsgroep op effectiviteit en veiligheid heeft plaatsgevonden

(e) die (veelal) zonder overleg met medebehandelaars worden toegepast.

De rechtbank stelde vervolgens vast dat er twee hoogwaardige maatschappelijke belangen tegen elkaar moeten worden afgewogen: Sickesz mag niet in de pers worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen en het grote publiek mag niet onnodig blootgesteld blijven aan misstanden die de samenleving raken.

Sickesz beweerde dat de term ‘notoir genezer’ eigenlijk hetzelfde bedoelt als de term ‘kwakzalver’ en dit werd door de Vereniging ook niet bestreden. Dat die term, ook naar de mening van het hof dat het hoger beroep van de zaak-Houtsmuller behandelde, door het publiek steeds als erg negatief wordt opgevat, betekent niet dat zoiets de Vereniging kan worden aangerekend. De VtdK heeft steeds gesteld dat zij de term kwakzalverij hanteert zonder daarbij kwade trouw te impliceren en kan er niets aandoen als deze nuance in persberichten of samenvattingen het publiek ontgaat. Er is nu eenmaal neutrale en negatieve kwakzalverij, aldus de rechtbank.

Vervolgens besprak de rechtbank de vraag of Sickesz wel aan alle vijf criteria voldoet. Tegen criterium (a) en (c) had Sickesz geen bezwaar gemaakt, wel tegen de drie overige. Ten aanzien van de criteria (b) en (d) stelde Sickesz dat de methode wel degelijk wetenschappelijk is getoetst. Zij voerde daarbij aan dat Albers en Keizer erop waren gepromoveerd, dat een Groningse bewegingswetenschapper op manuele therapie bij schouderpijn was gepromoveerd, dat professor B. Smalhout een brief geschreven had (zie hierboven) en dat prof. Buijs (bioloog van het Hersen Instituut) nader onderzoek interessant achtte. Ook was de Nijmeegse Stichting Multiple Sclerose Centrum bezig een vragenlijst onder zijn patiënten te verspreiden.

De rechtbank volgde de Vereniging in haar uitleg over de aard van de eisen van evidence based medicine, waarbij de OMG zelfs niet toekwam aan de minst betrouwbare van de vijf welbekende EBM-categorieën.

Ook de bewering van Sickesz dat haar claims op het gebied van internistische, neurologische en psychiatrische ziektebeelden als ‘experimenteel’ moeten worden beschouwd, werd door de rechtbank verworpen. Zij licht haar patiënten over deze experimentele status absoluut niet in en overtreedt daarmee ook de wet medisch-wetenschappelijk onderzoek, die eist dat voorafgaande aan een experiment, toetsing door een medisch-ethische commissie plaatsvindt.

Inzake criterium (e) had Sickesz aangevoerd dat er een actieve vereniging is waarmee zij communiceert, de VAOMG: de club van haar oud-leerlingen, die zij zelf heeft opgericht. De rechter begreep, net als de Vereniging, dat met ‘criterium’ overleg buiten de eigen kring wordt bedoeld en overleg binnen de VAOMG kan daartoe niet gerekend worden. ‘De rechtbank concludeert uit het voorgaande dat is voldaan aan de vijf criteria van de definitie zoals gehanteerd door Renckens c.s. De plaatsing van Sickesz op de lijst van kwakzalvers is dan ook voldoende gebaseerd op de feiten.’ (par. 5.6.2)

De rechtbank achtte het in het algemeen belang dat het publiek kennis kan nemen van de publicaties, omdat deze kunnen bijdragen tot een juiste therapiekeuze en schade kan voorkomen. De rechtbank oordeelde ook ‘dat de Vereniging een serieus karakter heeft, te weten de bestrijding van kwakzalverij, en dat de publicaties, ook gezien hun aard en toonzetting, binnen die doelstelling vallen.’

Aldus redenerend en oordelend kwam de rechtbank tot het vonnis zoals dat in de aanhef van deze samenvatting werd gegeven. Een prachtig vonnis, dat de Vereniging steunt en sterkt in haar taalgebruik en werkwijze en een aanzienlijk bredere betekenis heeft dan alleen ten aanzien van de Haagse arts Sickesz, die hoe dan ook aan het eind van haar carrière zal zijn. Haar oud-leerlingen, die haar tot erelid van hun VAOMG benoemden, maar in feite alle aanbieders van alternatieve geneeswijzen moeten vrezen voor de conclusie als zij langs deze zelfde ladder worden gelegd, die mevrouw Sickesz – naar wij nu weten alleszins rechtmatig – noodlottig is geworden.

 

Dit artikel verscheen in het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij Jaargang 116, 2005, nummer 3, p.3-5.
De tekst is beschikbaar in bijgaande pdf (rechtsboven).

 

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

C.N.M. Renckens

Gerelateerde artikelen

artikelen - 25 november 2022

Buitenlandrubriek met o.a.: Wat maakt dat mensen misinformatie over gezondheid geloven? / Hoofd van Indiaas hooggerechtshof zegt dat kwakzalverij ‘India’s grootste ziekte’ is.

artikelen - 17 november 2022

Het Bravis ziekenhuis organiseert een informatieavond over endometriose en geeft daarbij ruimte aan kwakzalverij.

artikelen - 13 november 2022

De vereniging heeft op het Fraude Film Festival begin november de vertoning van een Duitse homeopathie-documentaire gesponsord en kreeg de tweede prijs van de Anti Fraude Award 2022. Een verslag.