Symposium 2022Kritische kijk op leefstijlgeneeskunde

Schrijf u nu in
Door: Barbara Vreede | Geplaatst: 22 mei 2014

Homeopathisch arts krijgt lintje voor neponderzoek in Kenia

In plaats van dat er iets gedaan wordt aan de valse beloften die de Nederlandse homeopaat Jan Scholten wekt in Afrika, wordt hij beloond met een lintje. Biologe Barbara Vreede maakt zich in een artikel op de website Sciencepalooza kwaad over zijn homeopathische kwakonderzoek in Kenia.

Homeopathisch arts krijgt lintje voor neponderzoek in Kenia

De eerste lintjesregen van Willem-Alexander zit erop. Talloze dierenasielmedewerkers, voetbalcoaches en andere vrijwilligers zijn in het zonnetje gezet en door vertegenwoordigers van zijne majesteit onderscheiden. Een eer die – volgens de regels – alleen burgers ‘van onbesproken gedrag’ ten deel mag vallen. En ook binnen de onderscheidingen bestaat een hiërarchie: naast de ‘gewone’ lintjes is een select aantal dienstbare burgers geridderd in de orde van Oranje Nassau. Eén van deze nieuwe ridders is de homeopaat Jan Scholten, met een praktijk in Utrecht. 

Basisarts Scholten is het brein achter het homeopathische middel Iquilai, dat hij heeft ontwikkeld als aidsremmer en nog steeds als zodanig verspreidt, met name in Kenia. Een homeopathisch middel mag in Nederland geen medisch indicatielabel meer dragen als niet wetenschappelijk is bewezen dat het werkzaam is, maar buiten Nederland is de regelgeving niet zo streng. En sommige Nederlandse artsen, onder wie Jan Scholten, schromen blijkbaar niet om dit soort middelen, die geen bewezen werking hebben, in te zetten tegen ernstige ziektes zoals hiv/aids.

Placebo-effect
Iquilai heeft dezelfde chemische compositie als het goedje dat u dagelijks door uw koffie roert. Homeopathie baseert zich op het idee dat water een geheugen heeft, en dat deze magische boodschap vervolgens kan worden doorgegeven aan een balletje lactose. In werkelijkheid is nooit bewezen dat dit soort medicatie meer is dan een placebo: keer op keer laten homeopathische middelen het afweten als ze onder degelijke wetenschappelijke condities worden getest. Iquilai is weliswaar getest maar niet volgens wetenschappelijke standaarden en slechts één maal: in 2006 is een klinische trial uitgevoerd op aidspatiënten in Kenia (PDF). 

Ik gebruik de term ‘klinische trial’ hier losjes: de trial was niet gerandomiseerd, niet blind – sterker nog, er was überhaupt geen controlegroep waarmee de met Iquilai behandelde patiënten vergeleken konden worden. Deze elementaire fout in de onderzoeksopzet maakt alle conclusies over de effectiviteit van het middel onmogelijk. Het rapport van die ‘studie’ is een schokkend verslag van een buitengewoon slecht opgezet ‘onderzoek’, waarin kwetsbare patiënten proefpersoon mogen spelen voor een middel waarvoor geen enkele indicatie van effectiviteit bestaat. Dat patiënten in deze studie-zonder-controlegroep verbetering laten zien, zegt niets meer dan dat het placebo-effect ook hier werkzaam is. En dat is verre van verrassend.

De ontwikkeling en distributie van Iquilai is de corebusiness van het Nederlandse Aids Remedy Fund, een non-profitorganisatie van Scholten en van collega-arts en homeopaat Leo van Gelder, die een praktijk heeft in Amsterdam-Noord. Na de nutteloze en onethische exercitie in Kenia is het fonds in 2011 aan een daadwerkelijk gecontroleerde en gerandomiseerde trial begonnen in Cuba, maar op de resultaten is niet gewacht: via e-mail laat Van Gelder weten dat de studie ‘door bureaucratie, epidemieën en wisselende ministers op het ministerie van Gezondheid’ nog niet is afgerond. Dat heeft verder niemand ervan weerhouden het middel gewoon beschikbaar te stellen als aidsremmer in Kenia en elders. ‘U kunt mij uw adres geven, en dan sturen wij het middel op’, bevestigt de lokale distributeur desgevraagd.

Levensgevaarlijk
Het kan niet allebei. Of een middel is effectief, het doet iets – en dan dient het grondig getest te zijn voordat het op de markt wordt gebracht, of het is een ineffectief placebo dat net zo veilig is als de suiker waarvan het is gemaakt. Wat hoe dan ook niet kan, is suggereren dat zo’n middel een (tijdelijke) vervanger zou zijn voor de daadwerkelijk wetenschappelijk bewezen medicatie die van levensbelang is voor patiënten met het hiv-virus. Want dat adviseert het Aids Remedy Fund namelijk: ‘In veel gevallen kan de introductie van antiretrovirale therapie uitgesteld worden, waardoor aanzienlijke kosten bespaard kunnen worden.’

Nee. Nee, dit kan helemaal niet!

En deze opmerking staat niet op zichzelf: volgens onderzoeksjournalisten, die in opdracht van de Britse The Independent werken, wimpelen homeopaten die Iquilai voorschrijven, stelselmatig het belang van anti-retroviralen af. (Zie ook deze e-mail van een Iquilai-voorschrijvende homeopaat in Kenia, of dit interview met dezelfde dame, die ook andere homeopaten traint.) Dit is simpelweg levensgevaarlijk.
 
Façade
Hiermee is de collectieve dagdroom waarin beoefenaars van homeopathie zich bevinden geen kwestie meer van ‘baat het niet dan schaadt het niet’. Deze manier van geneesmiddelenonderzoek en -distributie lijkt op doktertje spelen, een façade waar kwetsbare patiënten in een derdewereldland de dupe van zijn. De artsen in kwestie moeten véél beter weten dan dit: ‘Ik zal de patiënt geen schade doen’ houdt niet op bij de grenzen van ons land. Scholten en collega’s zouden voor een medisch-ethisch tribunaal moeten verschijnen, en niet voor de burgemeester van Utrecht om een ridderorde in ontvangst te nemen.

Dit verhaal van het Aids Remedy Fund is tevens een déjà vu. In 2008 leidde eenzelfde casus tot Kamervragen: de (deels) met Nederlands belastinggeld opgezette Eva Demaya-kliniek in Malawi bleek ingestraald water te serveren in plaats van virusremmers. De Nederlandse overheid heeft verder weinig gedaan; tot op de dag van vandaag heeft de Stichting Eva Demaya een ANBI-status. ANBI staat voor  algemeen nut beogende instelling en wordt afgegeven door de belastingdienst. Ook oprichtster Jacqueline Kouwenhoven van deze stichting kreeg een lintje. Want het leven van mensen in Afrika in gevaar brengen met kwakzalverij, valt in Nederland blijkbaar onder ‘onbesproken gedrag’.

 

Noot webredactie

Vragen van de webredactie over de materiële inhoud van zijn hiv-verdunningen en over de gezondheidssituatie van de door hem behandelde mensen in Kenia, na maanden drinken van zijn wonderdrankje, wil basisarts Jan Scholten niet beantwoorden. Ook zijn homeopathische collega-basisarts Leo van Gelder geeft niet thuis. Beiden vinden het ook niet nodig te antwoorden op ethische vragen over hun onderzoek in Kenia met onbewezen spullen en merkwaardige, niet te onderbouwen beloftes, zonder dat aan hun studie enige beoordeling van een medisch-ethische commissie aan te pas is gekomen.

PvdA-kamerleden Roelof van
Laar en Tunahan Kuzu hebben op 21 mei 2014 de ministers van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport, voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties vragen gesteld (PDF) over het stuk van Barbara
de Vreede over de Utrechtse homeopathische arts Jan Scholten. De kamerleden willen
onder meer weten waarom homeopaat Scholten een lintje heeft gekregen; zij
vragen de ministers moeite te willen doen deze onderscheiding te herroepen. Ze
willen verder weten waarom Scholten, en zijn homeopathische arts-collega Leo
van Gelder, het middel Iquila, een superverdund homeopathisch middel gevuld met
niets anders dan geloof, onder andere in Kenia kunnenh voorschrijven als
(tijdelijke) vervanger van reguliere aidsremmers. Moeten beide heren niet door
Nederlandse instanties (de IGZ bijvoorbeeld) worden aangepakt voor hun activiteiten
in Kenia en in andere ontwikkelingslanden, vragen ze de ministers om er zo voor
te zorgen dat `patiënten in ontwikkelingslanden geen slachtoffer worden van
deze praktijken.´
 
Scholtens geloof in homeopathie wankelt niet. Zo liggen er twee dikke rapporten van al even dik-bemensde wetenschappelijke commissies die in opdracht van respectievelijk het Britse parlement, enkele jaren geleden, en recenter van de Australische overheid onafhankelijk tot eenzelfde conclusie komen: homeopathie werkt niet, concluderen ze op basis van de bestaande wetenschappelijke literatuur. 

De Utrechtse homeopathisch arts Scholten, hierop gewezen, reageert weinig voorspelbaar. `Ik leg me daar niet bij neer. Er zijn daar heel veel vragen bij te stellen. In principe is negatief bewijs geen bewijs. Ik stel voor daarover verder te discussiëren.´

Barbara Vreede schreef dit stuk voor de website Science Palooza. De artikelen op deze website worden geschreven door een grote groep jonge wetenschappers en wetenschapsjournalisten. De Volkskrant zetten het artikel van Vreede 9 mei op haar website. Vreede heeft biologie gestudeerd en werd gegrepen door de evolutionaire ontwikkelingsbiologie en deed onderzoek aan vissen en vlinders in Leiden en aan duizendpootjes in Galway, Ierland. Eenmaal klaar met haar masters reisde ze af naar Lissabon, Portugal. Daar probeerde ze met behulp van vele vliegensoorten uit te zoeken hoe nieuwe structuren worden gemaakt in de evolutie. In 2012 promoveerde ze er. Vreede werkt nu als postdoc aan de Hebrew University in Jeruzalem, Israël.

Barbara Vreede

Gerelateerde artikelen

artikelen - 27 mei 2019

Buitenlandrubriek met o.a.: Netwerk verspreidde bleekmiddel onder 50.000 Ugandezen tegen hiv / Groei Amerikaanse stamcelklinieken.

artikelen - 27 juni 2017

Homeopathische artsen Scholten en Van Gelder willen geen VtdK’ers in het college dat hun beroepszaak behandelt.

artikelen - 30 maart 2017

De IGZ gaat in hoger beroep tegen homeopaten Jan Scholten en Leo van Gelder die onbewezen medicijnen als 'wondermiddel tegen aids' inzetten.