Door: C.N.M. Renckens | Geplaatst: 14 maart 2014

CBS-publikatie over gebruik alternatieve geneeswijzen in Nederland

Het Webmagazine van CBS kwam op 10 maart 2014 met enkele interessante gegevens over de alternatieve consumptie in ons land in de periode 2010-2012.

CBS-publikatie over gebruik alternatieve geneeswijzen in Nederland
Veel getallen waren al eerder gepubliceerd, maar nieuw was de nu gepubliceerde onderverdeling van over welke soorten kwakzalverij we hier spreken. Bekend was al het percentage contacten met een alternatieve genezer: dat getal ligt al 20 jaar tussen de 6 en 7% en was in 2012 overigens 5,7%, het laagste percentage sinds ruim twintig jaar. Of hier sprake is van een trend zal moeten worden afgewacht.
 
Uit het onderzoek kwam naar voren dat het vooral hoger opgeleiden en vrouwen tussen de 30 en 60 jaar zijn die zich laten bekwakzalven. Tot zover weinig nieuws, maar leuk was te lezen welke vorm van kwakzalverij het populairst zijn: in volgorde van veel gebruikt naar minder zijn dat: acupunctuur, ‘andere geneeswijze’, homeopathie, chiropractor, osteopaat, natuurgenezer, paranormaal genezer, kruidendokter, antroposoof en gebedsgenezing.
 
Pijnlijk is het te lezen dat het CBS manuele therapie niet meer als alternatieve geneeswijze beschouwt, terwijl die onzinnige geneeswijze geen haar beter is dan chiropractie of osteopathie. Kennelijk gaat men er bij het CBS vanuit, dat deze geneeswijze regulier is omdat de zorgverzekeraar die betaalt. Een ergerlijk misverstand.
 
Mooi is dat de toepassing van alternatieve geneeswijzen door huisartsen op een zeer laag niveau is terecht gekomen: nog 4% doet wel eens iets alternatiefs (toch nog een pijnlijk en blamerend hoog cijfer voor deze beroepsgroep), maar slechts bij 13% van deze huisartsen is er in 2012 feitelijk een alternatieve geneeswijze gebruikt. Nu er daarvoor btw moet worden afgedragen, zal dit getal mogelijk nog verder zakken.
 
Opmerkelijk is de grote mate van tevredenheid onder gebruikers van alternatieve behandelwijzen: zij scoren gemiddeld een 8,1. Ter vergelijking; huisartsen en specialisten kregen gemiddeld resp. een 7,7 en 7,8. Het bewijst dat patiënttevredenheid weinig zegt over de kwaliteit van de geboden hulp en het toont ook aan dat het ‘U vraagt en wij draaien’ van de kwakzalver wordt gewaardeerd door de klant die zelf het initiatief nam om de kwakzalver te hulp te roepen.

C.N.M. Renckens

Profiel: (1946) Hij studeerde geneeskunde aan de RUG en behaalde het artsdiploma in 1971. Na werkzaam te zijn geweest als tropenarts in Zambia volgde zijn specialisatie tot vrouwenarts. In die kwaliteit is hij sinds 1980 verbonden aan het Westfries Gasthuis te Hoorn. Sinds 1988 bekleedt hij het voorzitterschap van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Hij is auteur van vele publikaties op het gebied van kwakzalverij en alternatieve geneeswijzen, zowel in de lekenpers als in de professionele pers. Van zijn hand verschenen vier boeken: ‘Hedendaagse kwakzalverij’ (1992), ‘Kwakzalvers op kaliloog’ (2000), ‘Genezen is het woord niet. Biografische schetsen van de twintigste meest notoire genezers van de twintigste eeuw’ (2001) en zijn in handelseditie verschenen dissertatie ’Dwaalwegen in de geneeskunde. Over alternatieve geneeswijzen, modeziekten en kwakzalverij’ (2004). In 2006 werd hij wegens zijn verdiensten voor de kwakzalverijbestrijding benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Gerelateerde artikelen

tijdschrift - 11 oktober 2019

Relatief recente cijfers onderstrepen het al lang levende idee dat Nederlanders zuinige gebruikers van kwakzalverij zijn.

page - 11 oktober 2019

Relatief recente cijfers onderstrepen het al lang levende idee dat Nederlanders zuinige gebruikers van kwakzalverij zijn.

artikelen - 04 juni 2008

Het persbericht van 2 juni 2008 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over het percentage Nederlanders dat een alternatieve behandelaar bezoekt bevat onjuistheden. In de afgelopen 10 jaar gaan er juist steeds minder mensen naar een alternatieve behandelaar.