Belgische minister wil kwaliteitslabel voor alternatieve behandelaars

De Belgische minister van Volksgezondheid, Laurette Onkelinx (van de Waalse Parti Socialiste), wil dat er beroepscriteria worden opgesteld voor vier takken van alternatieve behandelaars: osteopaten, chiropractors, acupuncturisten en homeopaten.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 2 maa 2012 | Laatste Wijziging: 13 feb 2016
Regels dus en daarmee een soort kwaliteitslabel. Het eigen Belgische kenniscentrum van de minister, het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE), is tegen zo'n label omdat het bestaan ervan suggereert dat er kwalitatief goede en slechte alternatieve beoefenaren zouden zijn.

Niets is minder waar, vindt het KCE. De vier behandelmethodes werken namelijk niet, luiden de conclusies van vier rapporten die het KCE in 2011 heeft opgesteld.

De proefballon die de Belgische minister heeft opgelaten over een soort kwaliteitslabel is een zoveelste poging om de uitvoering van de zogeheten Wet Colla vlot te trekken. Deze wet op de niet-conventionele geneeswijzen is in april 1999 afgekondigd maar is nooit volledig in werking getreden. In België mogen alleen artsen een medische diagnose stellen en een behandeling beginnen. De alternatieve behandelaars, die geen arts zijn, werken dus al meer dan tien jaar in de illegaliteit. Ze worden in zekere zin getolereerd. De Wet Colla voorziet de registratie van vier niet-conventionele geneeswijzen en de registratie van alle betrokken therapeuten. Dit moet patiënten een 'officiële garantie op kwaliteit en veiligheid' bieden, zo luidt de officiële uitleg achter de wet.

Voorzitter Wim Betz van onze Belgische zustervereniging Skepp heeft het over een 'onwerkbare' wet. Betz schrijft: 'Erkenning of registratie is volgens die wet mogelijk mits aanbeveling door een Kamer samengesteld uit de helft universitaire afgevaardigden en voor de andere helft uit kwakkers. De Kamer moet advies geven (met 60 procent van de stemmen) aan de overkoepelende paritaire commissie (samenstelling en stemquota idem) die vervolgens advies geeft aan de minister. In de zomer van 2011 zijn vier Kamers samengesteld nadat universiteiten jarenlang hadden geweigerd afgevaardigden te sturen naar die nonsens'.

Huisarts Wim Betz, emeritus-hoogleraar van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) zit overigens zelf in de Kamer homeopathie, op voordracht van de VUB. Zijn lidmaatschap is niet zonder slag of stoot gegaan. Een onbekende ambtenaar schrapte in eerste instantie de naam van Betz van de lijst. Dit leidde in oktober vorig jaar tot een heftige polemiek, onder meer in de Artsenkrant. In een recente mededeling in het Staatsblad is dit inmiddels gecorrigeerd, schrijft Wim Betz.

Of er in België ooit voorstellen zullen komen over registratie van alternatieve behandelaars is zeer de vraag, gezien het afwijzende standpunt van het Belgische kennisinstituut KCE over de vier eerder genoemde behandelmethoden. Over homeopathie schrijft het KCE: 'Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs dat homeopathie werkt'. Het KCE bekeek de internationale wetenschappelijke literatuur voor een trits aan indicaties van slapeloosheid, allergische neusverkoudheid tot astma, depressie, ADHD en HIV. De KCE-onderzoekers konden geen overtuigend bewijs vinden dat homeopathie werkt. Eventuele positieve effecten kunnen worden verklaard door het placebo-effect, stellen de rapportschrijvers.

Het KCE is daarom verbaasd dat homeopathische middelen in België op grote schaal worden gebruikt voor allerlei kwalen. Er zijn in België 340 homeopaten aangesloten bij twee beroepsverenigingen. De grote meerheid van deze homeopaten is arts. Ongeveer een vijfde heeft geen (para)medische opleiding gevolgd. Het KCE adviseert zorgverzekeraars homeopathische behandelingen en medicijnen niet te vergoeden.

De KCE-rapporten over acupunctuur en over osteopathie en chiropraxie oordelen niet anders. Ook voor deze alternatieve behandelwijzen is geen wetenschappelijk onderbouwing te vinden. Verzekeraars zouden ook deze methoden niet moeten vergoeden, adviseert het KCE.

Het is niet alleen de Belgische overheid die worstelt met alternatieve behandelaars. Zo speelt hier in Nederland al jaren de btw-kwestie. De meeste reguliere, medische, behandelingen zijn vrijgesteld van btw-heffing, maar dat geldt niet voor niet-reguliere (=alternatieve) behandelwijzen. Moeten die, zoals hun aanbieders bepleiten, ook niet worden vrijgesteld worden van btw en zo ja, op welke voorwaarden? Het is de regering nog niet gelukt die vraag te beantwoorden, terwijl het antwoord voor de hand ligt. De Vereniging tegen de Kwakzalverij stelt voor dat vrijstelling van btw-heffing uitsluitend zou moeten gelden voor behandelingen door BIG-geregistreerde behandelaars en uitsluitend voor bewezen, effectieve behandelingen.

Lees ook