AGB-codelijst verzekeraars bevat veel fouten

Verzekeraars zijn niet in staat onderscheid te maken tussen alternatieve behandelingen, meestal gefinancierd uit een aanvullende verzekering en reguliere behandelingen zoals vastgelegd in de basisverzekering.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 14 nov 2011

Downloads

De codelijst van alternatieve artsen die zorgverzekeraars gebruiken voor de afhandeling van declaraties bevat namelijk veel fouten, ontdekte Jan Willem Nienhuys, bestuurslid van de Stichting Skepsis.

Nienhuys bekeek de codes die de ongeveer 1800 alternatieve zorgverleners in Nederland gebruiken. Elke zorgverlener die - direct of indirect - declareert bij verzekeringsmaatschappijen heeft een AGB-code die hij/zij moet (laten) aanvragen bij Vektis. Dit bedrijf in Zeist opereert als informatiecentrum voor de zorg.

AGB staat voor Algemeen Gegevens Beheer Zorgverleners. Op internet is de AGB-code terug te vinden die een zorgverlener (of een werkgever van een zorgverlener) hanteert. Codes zijn onderverdeeld naar type zorgverlener. Onder code 01 zitten de huisartsen, onder code 02 de specialisten met daarbij nog een onderverdeling naar specialisatie.

Onder code 84 staan de 'overige artsen'. Onder die categorie zitten alternatieve artsen. Deze lijst is op haar beurt onderverdeeld naar type: variërend van iriscopie, homeopathie, natuurgeneeskunde, antroposofische geneeskunde tot flebologie en neurale therapie.

Artsen (en hun werkgevers) kunnen een code aanvragen, Vektis beoordeelt en controleert die. Verzekeraars varen blind op de beoordeling en indeling van Vektis. In de groep 'overige artsen' zijn merkwaardig genoeg ook artsen voor verstandelijk gehandicapten, verpleeghuisartsen, verslavingsartsen en ggz-artsen ondergebracht. Ze kunnen zich met recht beledigd voelen met de gehanteerde indeling van Vektis, vindt Nienhuys.

Nienhuys kwam er achter dat het alternatieve bestand ernstig vervuild is. 'Een zwijnenstal', is de aanduiding die Nienhuys hanteert. Zo wemelt het in de lijst 'alternatieve artsen' volgens Nienhuys van de doden en van de niet-artsen. Elf procent van de ruim 1800 alternatieve artsen is overleden of is niet-arts. Dertig van hen zijn gemiddeld vijf jaar geleden overleden, twee zijn al meer dan twaalf jaar dood.

Uit het onderzoek van Nienhuys blijkt bijvoorbeeld dat 14 procent van de alternatieve artsen voor hun alternatieve behandelingen een reguliere code gebruiken, een code dus die uitsluitend bestemd is voor reguliere geneeskunde. Zij gebruiken voor hun alternatieve behandelingen een code 01 (huisarts), 03 (medisch specialist), 12 (tandarts) en 14 (bedrijfsarts), terwijl ze de code 84 'overige artsen' zouden moeten hanteren. Pas zo kan een verzekeringsmaatschappij achterhalen of er sprake is van een alternatieve behandeling. De verzekeraars horen 'alternatief' te betalen uit de pot van de aanvullende verzekering niet uit de premies die voor de basisverzekering worden betaald. De slechte databestanden van Vektis maken dit onmogelijk, zegt Nienhuys. Tot hoeveel declaratiefraude die niet-artsen in groep 084 aanleiding geven, is niet te achterhalen. Niet meer, zegt Nienhuys. Vektis gooit gegevens over declaraties na een jaar weg.

 

Naschrift 9 december 2011

Begin december 2011 heeft het informatiecentrum voor de zorg Vektis antwoord gegeven op vragen die de Vereniging tegen de Kwakzalverij had gesteld. In dit antwoord meldt Vektis dat er, in samenwerking met zorgverzekeraars, de komende jaren pogingen zullen worden gedaan om het AGB-bestand te schonen. Indirect erkent Vektis zo dat er fouten in het bestand zitten, zoals door Jan Willem Nienhuys is geconstateerd. ‘Er wordt momenteel hard gewerkt aan een betere en snellere controle met de gegevens in het BIG-register. Zo zal een groot deel van de niet-actieve registraties nader worden onderzocht op actualiteit en noodzaak’. Overleden zorgverleners zullen zo worden ‘geconstateerd en aangepast`, laat Vektis in zijn brief weten. Het informatiecentrum ziet zichzelf louter en alleen als doorgeefluik. Vektis schrijft er niets aan te kunnen doen dat er artsen zijn die alternatieve handelingen declareren onder reguliere handelingen. ‘Vanuit AGB wordt niet getoetst welke AGB-code de zorgaanbieder gebruikt voor het declareren. De AGB-code wordt toegekend op basis van de bevoegdheden van de betreffende zorgaanbieder. Als de zorgaanbieder naast huisarts ook geregistreerd is als alternatieve arts, dient de zorgaanbieder declaraties zelf op de juiste wijze (lees: juiste AGB-code) aan te leveren aan de zorgverzekeraar. De oorzaak van het uitbetalen vanuit het verkeerde potje (regulier of aanvullend) ligt niet bij Vektis of bij de zorgverzekeraar maar bij de zorgverlener. De zorgverlener is verantwoordelijk voor het indienen van de juiste behandeling op de juiste AGB-code. Een slecht databestand kan dus hier niet zomaar als oorzaak worden aangewezen’.

Lees ook