Encyclopedie: Urinetherapie

Therapie met de eigen urine (als injectie of als drank) als geneesmiddel, ook wel genoemd eigenurinetherapie.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

In de injectieversie gaat om een toepassing naar het model van eigenbloedtherapie, maar dan met de eigen urine; het is eveneens in het begin van de 20ste eeuw bedacht. Een kuur bestaat uit een eerste injectie in de spieren van 0,5 ml urine met een drupje fenol. Dan wordt elke twee tot drie dagen de hoeveelheid opgevoerd tot 5 ml in stapjes van 0,1 ml. Het zou werken tegen onder andere allergie. Het is onzin en gevaarlijk als de urine niet steriel is, bijvoorbeeld bij urineweginfecties en geslachtsziekten. Een recent (februari 2009) sterfgeval door injectie met urine is dat van Gabriela Ascarrunz. Het is niet bekend op welke schaal injecties met eigen urine thans in Nederland worden toegepast.

Een tweede versie van urinetherapie is het drinken van de eigen ochtendurine, vaak ter preventie van ziekte. Een bekende voorstander hiervan is de Indiase politicus (geen medicus) Morarji Desai. Een Amerikaanse propagandiste is Martha M. Christy, die het drinken van eigen urine voor tientallen zo niet honderden kwalen aanbeveelt. In Nederland prijst de ayurveda-beoefenaar en classicus Coen van der Kroon (1962) deze methode aan. Zie ook:
Skeptic Dictionary over Urine Therapy
Martin Gardner, Urine Therapy, Skeptical Inquirer, vol. 23 (6), mei/juni 1999, p.13-15.
Voorlichtingsmateriaal van de American Cancer Society
En tevens de Engelse Wikipedia.

Lees ook