Encyclopedie: Reflextheorie

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Verouderde theorie die stelde dat allerlei organen elkaar via het centrale zenuwstelsel konden beïnvloeden.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

Doktoren konden op die manier de meest curieuze verzamelingen symptomen met elkaar in verband brengen. Net als *irritatie van de ruggengraat vormde deze pseudodiagnose een welkome uitvlucht voor patiënten met *psychosomatische klachten.

De reflextheorie werd geïnspireerd door de ontdekking (in de 18de eeuw) van de rol van het ruggenmerg bij reflexen zoals de kniepeesreflex. Grondlegger van de reflextheorie was de Britse arts Marshall Hall, (1790-1857) maar een artikel van de Parijse arts Charles-Édouard Brown-Séquard (1817-1894) in The Lancet in 1858 betekende de doorbraak voor deze theorie. Brown-Séquard stelde dat men inwendige organen kon behandelen door de via het zenuwstelsel daarmee verbonden uitwendige organen te manipuleren. Klachten omtrent de baarmoeder bijvoorbeeld kon men 'genezen' via de borsten. (Brown-Séquard zou zich later richten op het inspuiten van patiënten met de gemalen testikels van honden en cavia's, en geldt daarom als de vader van de hormoontherapie.)

Tegen het eind van de 19de eeuw kwam de reflextheorie van de neus in het middelpunt van de belangstelling te staan. De neus stond met vele (volgens de Bostonse arts John Noland Mackenzie álle) organen in verbinding, en afwijkingen of ziekten van de neus veroorzaakten dus klachten elders in het lichaam. Met name de invloed van de neus op de geslachtsdelen trok veel belangstelling. Een beroemde vertegenwoordiger van deze stroming was Wilhelm *Fliess.

Tegen de tijd dat Fliess mensen als Emma *Eckstein en Sigmund *Freud aan hun neus opereerde (de laatste vanwege een writer's block), was de reflextheorie echter al op haar retour. Een gevoelige slag was het werk van de Straatsburgse fysioloog Friedrich Leopold Goltz (1834-1902), die bij een teef de ruggengraat doorsneed en constateerde dat het dier nog steeds in staat was loops te worden en zwanger te raken. Dit experiment toonde aan dat er nog heel andere manieren waren waarop verschillende organen (in dit geval het brein en de geslachtsdelen) met elkaar communiceerden.

Een moderner variatie op de reflextheorie is het idee van de KNO-arts William H. Fitzgerald die in 1913 het lichaam onderverdeeld dacht in tien verticale zones (voor elke teen een). Dit schiep de mogelijkheid om door voetmassage alle kwalen te genezen, omdat ieder deel van het lichaam in verbinding staat met een plek op de voet. De masseuse Eunice D. Ingham werkte in de jaren '30 dit idee verder uit en ontwierp complete landkaarten voor de voeten waarop elk orgaan staat. Hierop zou dan weer de werking van biomagnetische sokken zijn gebaseerd.

Deze voetzoolreflexologie zou zowel een diagnostisch instrument kunnen zijn als genezing kunnen brengen voor kwalen als aambeien, anemie, angina pectoris, artritis, astma (dat is nog maar de letter A). Het gunstigste wat van deze *alternatieve geneeskunde gezegd kan worden is dat massage van de voeten ontspannend kan zijn. Een variatie op de voetzoolreflexologie is de metamorfosemassage van Robert St. John die ervan uitgaat dat de prenatale geestelijke ontwikkeling op de wervelkolom wordt afgebeeld, maar dat de delen van de wervelkolom elk weer met delen van de voet corresponderen. De prenatale ontwikkeling kan gestoord zijn door energieblokkades. Als de therapeut heeft vastgesteld dat een of ander geestelijk probleem te wijten is aan een blokkade in de 15de zwangerschapsweek, dan kan dit weer in orde komen door massage in de buurt van de borstwervels of de middenvoetsbeentjes. Vandaar dat deze methode ook wel prenatale therapie heet. 

Literatuur
Dijk, P. van, Geneeswijzen in Nederland. Deventer, 1993.
Federspiel, K., en V. Herbst, Die andere Medizin. Berlijn, 1992 (4de druk 1996).
Shorter, E., From paralysis to fatigue. New York, 1992. 

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

 

Lees ook