Encyclopedie: Pappenheim, Bertha (1869-1936)

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Patiënte van Josef *Breuer, door hem en Sigmund *Freud beschreven onder het pseudoniem Anna O. in hun boek over *hysterie.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

Bertha Pappenheim was een buitengewoon intelligente, gepassioneerde, geestrijke, dichterlijke jonge vrouw (misschien ook *fantasy prone) uit een welgestelde joodse familie. Ze had zich gedurende enkele maanden geheel gewijd aan de verpleging van haar stervende vader aan wie ze zeer gehecht was, tot haar moeder had besloten dat het beter was als ze haar vader maar helemaal niet meer zag. Ze kwam in 1880 bij Breuer vanwege een hardnekkige hoest, maar al spoedig behandelde hij haar voor psychische klachten (hallucinaties, slapeloosheid, vergeetachtigheid, verlammingen) waarvan het aantal gedurende de 'therapie' steeds groter werd. De behandeling verliep desastreus. Ze raakte verslaafd aan het slaapmiddel chloraalhydraat. Mevrouw Breuer vond het maar niets dat haar man zoveel aandacht aan een aantrekkelijke jongedame besteedde. Met als gevolg dat Breuer de behandeling letterlijk ontvluchtte toen hij Bertha Pappenheim aantrof met buikkrampen die hij als een schijnbevalling interpreteerde. Daarna bracht Bertha nog twee jaar in een Zwitsers sanatorium door, waar ze boven op haar verslaving aan chloraalhydraat zo zwaar aan morfine verslaafd raakte dat Breuer aan Freud schreef dat 'hij zou willen dat ze dood was opdat de arme uit haar lijden verlost zou zijn'. Toen Pappenheim het sanatorium verslaafd en wel verliet had ze weinig waardering voor de inspanningen van de medische stand. Ze wist haar verslavingen op eigen kracht de baas te worden. Breuer en Freud vatten in hun boek de afloop samen met: 'Toen verliet ze Wenen en ging op reis, maar ze had toch nog langere tijd nodig voordat ze helemaal haar psychisch evenwicht hervonden had.'

Bertha Pappenheim ontwikkelde zich tot een vurig maar ook warmhartig voorvechtster van vrouwenrechten, belangrijk genoeg om in 1954 door de Duitse posterijen geëerd te worden met een postzegel. De psycholoog Robyn M. Dawes oppert dat 'Anna O.' niets mankeerde wat niet vanzelf zou zijn overgegaan als ze een normaal sociaal leven had kunnen leiden (haar vader zien, uitgaan, enzovoorts). Met andere woorden: Breuer was een broddelaar, maar gelukkig heeft zijn *psychotherapie Pappenheims leven niet definitief kunnen verknoeien.


Literatuur
Dawes, R.M., House of cards; psychology and psychotherapy built on myth. New York, 1994.
Israëls, H., Het geval Freud. Amsterdam, 1993.

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

 

Lees ook