Encyclopedie: Humorenleer

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Medische theorie uit het oude Griekenland, gebaseerd op de gedachte dat de lichaamsprocessen beheerst worden door vier lichaamssappen of 'humoren'.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

In teksten uit de 5de eeuw v.C. is er al sprake van dat bloed de drager is van het leven, en dat gal en slijm nauw betrokken zijn bij ziekte. Onder invloed van de elementenleer van de filosoof Empedocles (ca. 492-ca. 432 v.C.), die de elementen vuur, water, aarde en lucht onderscheidde, voegden leerlingen van de medische School van Hippocrates (460-ca. 370 v.C.) daar een vierde vloeistof aan toe, de zwarte gal die niemand ooit gezien had.

De Romeinse geneesheer Galenus (129-ca. 200) combineerde in zijn publicaties de hippocratische geneeskunde met de filosofieën van Plato en Aristoteles. De drie belangrijke organen, aldus Galenus, waren het hart, de hersenen en de lever. Zij beschikten ieder over een eigen systeem van vaten en zenuwen, gevuld met een eigen geest of 'pneuma'. Galenus beschouwde ziekten, ook psychische klachten, als het gevolg van de verstoring van het evenwicht tussen vier lichaamsvloeistoffen of humoren: bloed, slijm, gele gal en zwarte gal. Zijn therapieën waren gebaseerd op een combinatie van *dieet en geneesmiddelen. Hiermee was de humorenleer compleet.

In later eeuwen werd wat meer ruimte gelaten voor individuele verschillen, maar anderzijds bloeide met name in de Renaissance de overtuiging dat 'boven' en 'onder' nauw samenhingen (*hermetisme) en dat de sterren dus ook een woordje meespraken. De vier humoren hingen vanaf dat moment samen met de vier dagdelen, met de vier windstreken, evangelisten et cetera. Pas vanaf het eind van de 17de eeuw, met de opkomst van de *signatuurleer, werd de humorenleer langzaam maar zeker naar de achtergrond gedrongen. In de taal leven de vier humoren nog voort als sanguinisch, flegmatisch, cholerisch en melancholisch of zwartgallig temperament, en natuurlijk ook als humeur en (via het Engels voor grillig temperament) als humor.

Literatuur
Bynum, W.F., en R. Porter, Companion encyclopedia of the history of medicine. Londen, 1993.

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

Naschrift november 2009

Het Engelse Wikipedia-artikel over de humorenleer is tamelijk volledig. Een belangrijke persoon die bijdroeg tot de acceptatie van de humorentheorie was de Arabische universele geleerde Ibn Sina (Avicenna, ca. 980-1037) en diens boek Canon Medicinae (oorspronkelijke titel Al-Qanun fi’l-tibb). Dit boek zou in Europa het standaardleerboek voor medische studenten blijven tot het eind van de 17de eeuw. De humorenleer, ook wel genoemd humoraalpathologie is nog springlevend in de natuurgeneeskunde en in de zogeheten Unani-geneeskunde.

 

 

Lees ook