Encyclopedie: Aderlaten

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Geneesmethode die berust op het weg laten lopen van een hoeveelheid bloed, door een snede in een ader te maken (flebotomie).
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

Dit is een gewoonte die door Hippocrates (ca. 450-370 v.C.) wordt beschreven. Het idee is dat de vier lichaamssappen (*humorenleer) in evenwicht gebracht moeten worden om de gezondheid te herstellen, maar lang voor de oude Grieken werd deze methode al gebruikt. Pas in de 17de eeuw begon men deze methode wat minder toe te passen. De Engelse arts Walter Harris merkte toen op dat de Hollanders wel erg weinig aan aderlaten deden. Een mogelijke verklaring voor de populariteit van aderlaten is dat het acuut oedeem op spectaculaire wijze doet verdwijnen. Aderlaten werd echter toegepast bij 'koorts'. Peter Brain heeft in Galen on bloodletting (1986) gespeculeerd dat ijzertekorten die door aderlaten ontstaan inderdaad sommige infecties tegengaan, waaronder malaria. Pas tegen het einde van de 19de eeuw werd flebotomie niet meer in de westerse geneeskunde toegepast.

Wat de patiënten van aderlatingen dachten is niet goed bekend, maar uit de briefwisseling van Marie Antoinette met haar moeder, keizerin Maria Theresia, tussen 1770 en 1780 blijkt dat ze buitengewoon tevreden was over de aderlatingen die ze onderging. In het begin van de 19de eeuw werden op grote schaal bloedzuigers gebruikt in plaats van flebotomie. Frankrijk importeerde miljoenen bloedzuigers om aan de vraag te voldoen. Elders werd nog vlot het mes gehanteerd. De Russische tsaar Alexander I (1777-1825) en de Britse dichter Lord Byron (1788-1824) zijn door aderlaten om het leven gekomen. De eerste Amerikaanse president George Washington (1732-1799) overleed nadat hem op eigen verzoek een liter bloed was afgetapt in verband met een zere keel. De kwikchloride die hem bij wijze van laxeermiddel werd toegediend kan zijn einde ook wel verhaast hebben.

In 1830 bleek uit vergelijkend onderzoek van patiënten met delirium tremens en tyfus in Londen, Edinburg en Boston dat aderlaten en andere drastische methodes alleen maar nadelig werkten. Pierre Louis (1781-1872) beschreef de resultaten van analoog eigen onderzoek in 1835. Maar nog in 1840 viel het de jonge scheepsarts Robert Mayer (1814-1878) op hoe buitengewoon helderrood het aderlijke bloed was dat hij als algemene voorzorgsmaatregel tegen tropische ziekten van schepelingen in Nederlands-Indische wateren aftapte. Dat bracht Mayer ertoe te denken dat door de tropische warmte er minder zuurstof gebruikt werd, en warmte dus ook een soort energie was en dat energie niet zomaar uit het niets kon ontstaan of verloren gaan (*perpetuum mobile).

De geschiedenis van het aderlaten (en andere schadelijke dokterspraktijken) toont aan dat in de discussie over de waarde van geneeswijzen zowel de ouderdom van een geneeswijze als de tevredenheid van de patiënten van nul en gener waarde is.

Literatuur
Armstrong, D. en E.M., The great American medicine show. New York, 1991.
Bynum, W.F., en R. Porter, Companion encyclopedia of the history of medicine. Londen, 1993.
Caneva, K.L., Robert Mayer and the conservation of energy. Princeton, 1993.
Noordwijk, J. van, 'Marie Antoinette vond baat bij aderlatingen', Actieblad tegen de Kwakzalverij 1994, vol. 105 (1), p. 6-7.

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002)

 

 

Lees ook