Encyclopedie: Signatuurleer

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Theorie die (in haar algemeenheid) stelt dat de innerlijke eigenschappen van planten, dieren en voorwerpen zichtbaar zijn in de vorm van uiterlijke kenmerken.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

Deze opvatting is al zeer oud en bijvoorbeeld terug te vinden in de *fysiognomiek en *handlijnkunde. In de 16de en 17de eeuw had het begrip vooral betrekking op geneeskrachtig geachte kruiden. Een kwaal in een bepaald orgaan of met bepaalde symptomen zou genezen kunnen worden door een kruid te slikken dat op dat orgaan lijkt, hartvormige bladeren tegen hartklachten bijvoorbeeld. Een vaak aangehaald voorbeeld is Stinkende Gouwe (Chelidonium majus) tegen leverkwalen, omdat het (giftige) sap ervan oranjegeel is. Extracten van deze plant werden voor de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk nog wel toegepast bij crise de foie.

Deze medische versie van de signatuurleer werd voor het eerst duidelijk geformuleerd door *Paracelsus. Paracelsus schreef wel dat je niet zomaar op de kleur kunt afgaan, en gaf het voorbeeld van pyriet (ijzersulfide) dat bedrieglijk veel op goud lijkt maar het niet is. Speciaal bij planten speelt de innerlijke structuur net zo'n grote rol als het uiterlijk. Het doorgronden van het wezen van de middelen is volgens Paracelsus een grote kunst van de geneeskundige. Hij raadde artsen af hun kennis dienaangaande aan de grote klok te hangen, dat zou maar paarlen voor de zwijnen zijn. Veel voorbeelden geeft hij dan ook niet. Hij beperkte zich overigens niet tot planten. Bepaalde stenen zouden fijngemaakt helpen tegen blaasstenen.

De signatuurleer van Paracelsus kende illustere voorstanders, maar anderen maakten deze op menselijke kwalen toegesneden 'taal' van de schepping juist weer belachelijk. In de 18de eeuw gold de signatuurleer als verouderd en werd ze veelal niet meer serieus genomen, onder andere omdat men negatief over Paracelsus dacht. De grondlegger van de *homeopathie, Samuel *Hahnemann moest dan ook weinig hebben van de signatuurleer, hoewel hij wel een paar van de traditionele middelen toepaste. In de bredere zin, als men het geneesmiddelbeeld als uiterlijk kenmerk van een substantie opvat, steunt de homeopathie op hetzelfde idee.

Al in het werk van Paracelsus is de overgang aanwijsbaar van de signatuurleer naar de veel invloedrijkere 'specifiekenleer', waarin ziekten niet als verstoringen werden gezien (*humorenleer) maar als afzonderlijke entiteiten, waarvoor men specifieke geneesmiddelen kon vinden. Grondleggers van deze leer waren Van *Helmont en de Britse arts Thomas Sydenham (1624-1689), beroemd vanwege zijn experimenten met de kinabast, een middel tegen malaria.

In de 20ste eeuw werd een versie van de signatuurleer gepropageerd door de Duitse homeopaat en Paracelsuskenner Emil Schlegel (1852-1934). In diens boek Religion der Arznei (1915, 3de druk 1933) legt hij bijvoorbeeld uit waarom olijfolie bij jicht, nier- en galstenen zo goed zou zijn. Eeuwenoude olijfbomen stralen, kronkelig als ze zijn, zo'n kracht uit die de ouderdom trotseert, dat vanzelfsprekend de olijfolie als smeermiddel bij innerlijke wrijving het aangewezen middel is.

Ook de bloedkristallisatietest van de *antroposofische geneeskunde is gebaseerd op een uitwerking van de signatuurleer. Het idee is dat de formerende krachten van levende substanties de kristallisatie van koperchloride of glauberzout op een kenmerkende manier kunnen beïnvloeden. Deze invloed blijft wanneer de substanties sterk verdund worden, en zelfs wanneer ze niet in direct contact met de koperchlorideoplossing zijn. Aldus de ontdekker Ehrenfried Pfeiffer (1899-1961).

Literatuur
Oosterhuis, R.A.B., Paracelsus en Hahnemann. Amsterdam, 1937.

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

 

Naschrift maart 2010
De afbeelding (gevlekt longkruid, Pulmonaria officinalis) toont een plant die geschikt zou voor longkwalen, op grond van de signatuurleer.

 

Lees ook