Encyclopedie: Paracelsus (1493-1541)

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
(eigenlijk: Philippus Aureolus Theophrastus Bombastus von Hohenheim) Zwitsers-Duits medicus en scheikundige (hij ontdekte het metaal zink). Hij was vooral bekend om zijn afkeer van de klassieke medische autoriteiten, zoals Galenus. Zijn naam betekent ook zoiets als 'beter dan Celsus', een in die tijd bekend medicus.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

Paracelsus was een rusteloze geleerde, die overal waar hij werd aangenomen controverses opriep. Desondanks vormden zijn eigenzinnigheid en zijn voorkeur voor onderwijs in de landstaal (in plaats van Latijn) een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de wetenschap in de 16de en 17de eeuw. Hij verwierp de *humorenleer van Galenus en kwam met een eigen systeem gebaseerd op de *alchimie. Zijn belangrijkste bijdrage was wellicht dat hij de alchimisten een nieuwe taak gaf: het bereiden van medicijnen.

Zijn beroemdste genezing betrof die van de Bazeler drukker Johannes Frobenius in 1527. Deze had een kwaal aan zijn been die de doktoren ter plaatse niet konden verhelpen. Aangezien Paracelsus toevallig in de stad was, ontbood Frobenius hem. Paracelsus hielp Frobenius er weer bovenop en via de drukker leerde hij beroemde humanisten kennen zoals Erasmus, wiens lijfarts hij werd. Paracelsus kreeg ook een aanstelling als stadsarts en verwierf daarmee het recht te doceren aan de universiteit van Bazel. Daar stak hij zijn minachting voor de klassieke autoriteiten niet onder stoelen of banken, en veroorzaakte een schandaal door tijdens de traditionele vreugdevuren op Johannesdag een belangrijk medisch werk, de Canon (al-Qanun) van de Arabische geneesheer en filosoof Abu Ali al-Husayn ibn Abdallah ibn Sina, oftewel Avicenna, in de vlammen te werpen. Professoren en studenten moesten hem niet meer, en nadat in oktober 1527 zijn beschermheer Frobenius overleden was, verliet hij de stad.

Paracelcus sloeg weer aan het zwerven. In Neurenberg schreef hij een verhandeling over de bestrijding van syfilis, waarin hij de op dat moment gebruikelijke medicijnen (guaiakhout uit Zuid-Amerika en kwik) van de hand wees. In plaats daarvan prees hij een chemisch gemodificeerde vorm van kwik aan, in bescheiden doses. (De uitgave van een achtdelige serie over wat toen in Duitsland de Franse ziekte heette, werd verboden, waarschijnlijk op last van het bankiershuis Fugger, dat veel verdiende aan de handel in guaiakhout.)

Aangeland in Beratzhausen schreef hij zijn meest invloedrijke werk, de Paragranum, over de relatie tussen geneeskunde, alchimie, astrologie en filosofie. Hij bleef hierover publiceren tijdens alle daaropvolgende omzwervingen. Zijn laatste rustplaats was in Salzburg.

In het paracelsiaanse wereldbeeld is er één oermaterie: het Mysterium Magnum (grote raadsel). Daarvan afgeleid zijn zowel de vier elementen waarover de Griekse filosoof Aristoteles het had, als de drie (door Paracelsus geïntroduceerde) principes van de alchimie: zwavel, kwik en zout. Het zwavelprincipe stond voor brandbaarheid en structuur, het zoutprincipe stond voor stevigheid en kleur, het kwikprincipe voor de vluchtigheid. Deze drie waren overal aanwezig. Wie bijvoorbeeld een takje verbrandde zag het kwik in de vorm van rook, zwavel in de vorm van vlammen en zout in de vorm van as. Later produceerde Paracelsus nog vele variaties op dit schema, hetgeen zijn volgelingen nog veel hoofdbrekens zou bezorgen.

Bij het verklaren van ziekten verwierp hij de klassieke humorenleer. Ziekten werden volgens hem veroorzaakt door slechte invloeden van buiten op de verschillende archei, een soort alchimisten in onze organen die de wisselwerking verzorgen tussen de drie chemische principes. Met name de archeus in de maag, die de nuttige van de nutteloze stoffen scheidde, was van eminent belang. Deed een archeus zijn werk niet, dan hoopten zich ter plekke gifstoffen op en werd de mens ziek. Om die reden raadde hij aan het traditionele piskijken, gebaseerd op de humorenleer, te vervangen door alchemistisch onderzoek van de urine.

Wat betreft de invloeden van buiten benadrukte hij die der sterren, maar zijn belangstelling (en die van zijn volgelingen) ging zeker ook uit naar de atmosfeer, die immers de 'adem Gods' overbracht.

Paracelsus' bijdrage aan de ontwikkeling der geneeskunde is nog steeds onderwerp van discussie. Hij hechtte veel waarde aan de *signatuurleer. Een belangrijkere vernieuwing was zijn introductie van het beginsel (afkomstig uit de toenmalige volksgeneeskunst) dat datgene wat de ziekte veroorzaakte, deze in kleine doses ook zou genezen. (Het 'similiaprincipe' dat later een plaats zou vinden in de *homeopathie). Zijn voorschriften en filosofieën mogen waardeloos geweest zijn en nooit veel aanhangers hebben gevonden, zijn woede en sarcasme hebben waarschijnlijk velen geïnspireerd.

Zijn wellicht grootste bijdrage ligt op het vlak van het denken over de waarde van wetenschap. Hij benadrukte dat de alchimist die de transmutatie wilde volbrengen, niet alleen zijn vak moest verstaan maar ook rekening moest houden met de *astrologie en tevens zélf een ethisch zuiver leven moest leiden. De hieruit voortkomende paradox dat alleen diegene die geen waarde hechtte aan edele metalen, in staat zou zijn ze te maken, had grote invloed op het Europese intellectuele klimaat aan het begin van de 17de eeuw. Zo ontstond het ideaal van het geheime ('onzichtbare'), door hoge idealen gedreven broederschap van geleerden, een idee dat zijn praktische uitwerking vond in de beweging van de *rozenkruisers. Een vanuit Bohemen naar Engeland gevluchte aanhanger van deze leer, Theodore Haak (1605-1690), richtte omstreeks 1640 in Londen een Invisible College op, dat de voorloper zou worden van de Royal Society. 

Literatuur
Pagel, W., 'Paracelsus'. In: Gillispie, C.C., (red.), Dictionary of scientific biography. New York, 1970-80. (b).
Stillman, J.M., Paracelsus; his personality & influence as physician, chemist & reformer. Chicago, 1920.
Time-Life Books, Secrets of the alchemists. Amsterdam, 1990. 

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

 

Lees ook