Symposium 2022Kritische kijk op leefstijlgeneeskunde

Schrijf u nu in
Door: C.N.M. Renckens | Geplaatst: 05 maart 2013

Bestaat het premenstrueel syndroom toch?

Anders dan de groep (vrouwelijke) Canadese en Nieuw-Zeelandse psychologen, die op voortreffelijke wijze de bestaande kennis over PMS (premenstrueel syndroom) inventariseerde en tot de conclusie kwam dat PMS niet bestaat, gelooft columniste Monique Snoeijen (NRC Lux, 16 februari) er wel in, want ze heeft het zelf.

Laten we een paar zinnen overnemen uit haar column.

‘Het onderzoek is al weer een aantal maanden oud, maar ik kan me er nog steeds over opwinden. Op sommige dagen van de maand trouwens meer dan op andere dagen. Eind vorig jaar publiceerden Canadese wetenschappers een onderzoek met een opmerkelijke conclusie: het premenstrueel syndroom bestaat niet. Dat de halve wereldbevolking één keer per maand, vlak voor de menstruatie, ten prooi valt aan stemmingswisselingen, zou berusten op een misverstand. Wie geeft er in hemelsnaam geld voor zo’n studie? Begrijp me goed. Dit is geen schreeuw om aandacht. Het moet ook niet te serieus worden genomen. Maar het verband ontkennen tussen stemmingswisselingen en de periode van de maand, dat gaat me te ver. Het is voor iedereen beter als dat patroon wordt onderkend,’ schrijft Snoeijen in haar column.

De wetenschap leert echter anders, illustreren de Canadese en Nieuw-Zeelandse onderzoekers in oktober 2012 in een grote overzichtsstudie. PMS is een voorbeeld van een ‘ziekte’, die je gemakkelijk zelf krijgt als je erover leest en op zoek bent naar een verklaring voor klachten als (vul maar in): pijn, moeheid, prikkelbaarheid, duizeligheid, onredelijkheid of een opgezet gevoel. Van PMS zijn wel 150 symptomen beschreven en als je als vrouw een verklaring wilt voor onredelijk gedrag of onbegrepen klachten, dan is die diagnose snel, al te snel gesteld. Dat de Canadese onderzoekers vonden dat al die gerapporteerde ‘PMS-symptomen’ net zo vaak vroeg, als in het midden, als laat in de cyclus voorkomen, ondermijnt het bestaan van een syndroom als PMS. Wel biedt het een beperkt aantal vrouwen dat meent deze symptomen vooral laat in de cyclus te krijgen, de mogelijkheid deze aan PMS toe te schrijven. Ziektewinst heet dat. Snoeijen is daarvan een voorbeeld. Dat het gebruik van een monofasische anticonceptiepil, waarmee hormonale schommelingen geheel worden weggenomen, niet goed werkt tegen PMS past ook goed bij de Canadese bevindingen.

Overigens bevindt NRC-columniste Snoeijen zich in goed gezelschap, want zelfs de Nederlandse gynaecologenvereniging NVOG behandelt de diagnose in haar richtlijnen en de zorgverzekeraar betaalt grif voor de DBC-code PMS (PDF). Hopelijk zal kennisneming van het Canadese onderzoek ook daar tot correctie leiden. Wetenschap boekt ook vooruitgang door het achterhalen van onjuiste opvattingen.

Kwakzalvers zijn dol op dit type vage ziektebeelden, want de gewone geneeskunde heeft hier niets te bieden. Twintig jaar geleden beloofde de Britse arts Katharina Dalton genezing met vitamine B6 en extra progesteron. Dat bleek niet te werken. Tegenwoordig zijn er zelfs gynaecologen die bij PMS bepaalde dure anticonceptiepillen voorschrijven of antidepressiva: allemaal kwakzalverij.

C.N.M. Renckens

Gerelateerde artikelen

tijdschrift - 09 april 2021

Hoe ontwikkelen modeziekten zich door de jaren heen?