Kwakregistratie

29 mei 2001 | P. Bügel | Laatste wijziging: 6 apr 2009

Actieblad mei 1999, jaargang 110 nr.2
(deze column verscheen eerder in HP/De Tijd).
Op 11 maart werd de Regeling homeopathische farmaceutische produkten in de Staatscourant gepubliceerd. Sommige journalisten meenden dat dit nieuws was. Groot nieuws zelfs: Borst zou de kwakzalverij gaan aanpakken. Zowel het één als het ander is onjuist. De publicatie betrof een besluit van 12 december 1995 en dat besluit betrof weer een aanpassing aan een EEG-richtlijn uit 1992. De tekst van de Regeling blijkt niet zo toegankelijk, maar de conclusie dat Borst nu de kwakzalverij gaat aanpakken mist elke grond. Eerder lijkt het tegendeel aan de orde. Homeopathische middelen krijgen een registratie van het College ter beoordeling van geneesmiddelen (CBG). Nu is het bij de registratie van echte geneesmiddelen zo dat die eerst in een laboratorium, dan op dieren en tenslotte op mensen worden uitgeprobeerd. Dat laatste volgens een procedure die dubbelblind gerandomiseerd heet. Een groep krijgt het geneesmiddel een andere groep die zoveel mogelijk op de eerste lijkt een fopmiddel. Onderzoekers en patiënten weten niet wie wat krijgt. De Europese Commissie begreep dat klassieke homeopathische middelen niet op deze wijze onderzocht konden worden. Die worden namelijk niet voorgeschreven op basis van ziektediagnoses, maar op geleide van klachten. Die zijn bij elk mens weer een beetje anders. Volgens de Regeling hoeven de aanvragers dan ook geen klinisch bewijs van werkzaamheid te leveren. Ze hoeven alleen de indicatie te onderbouwen met "bibliografische gegevens zoals in kringen van homeopathische en antroposofische artsen gebruikelijk zijn".

In homeopathische bibliografieën beweert men dat geneesmiddelen krachtiger zijn naarmate ze meer verdund zijn en er meer mee is geschud, terwijl antroposofische teksten willen dat we allemaal reïncarnaties zijn van een uit Atlantis afkomstig volk en dat we naast een fysiek lichaam ook beschikken over een astraal, geestelijk en etherisch lichaam. Hierover hoeft het CBG geen oordeel te vellen.

Het enige dat het CBG nog mag beoordelen is de mogelijke schadelijkheid van de middelen. Vanwege de gebruikelijke verdunningen zullen de meeste homeopathica zonder probleem worden geregistreerd. Wel komt er een bijsluiter met de cryptische tekst :"De werkzaamheid van dit homeopathisch middel is door het College ter beoordeling van geneesmiddelen niet met wetenschappelijke criteria beoordeeld". Aan het CBG is voor de gelegenheid een homeopathisch arts toegevoegd.

Vergelijkbaar zou een situatie zijn waarbij de overheid voorschreef dat aan elke sterrenkundige faculteit in de lande een astroloog zou moeten worden toegevoegd. De wetenschappelijke leden van de CBG voelen zich begrijpelijkerwijs in hun nek gewaterd. CBG-lid en hoogleraar interne geneeskunde Ernest Briët meent dat de geloofwaardigheid van het college een geduchte knauw heeft gekregen. In het AMC magazine verklaarde hij "de registratie is ons opgedrongen. Het is een politieke beslissing, géén medisch-wetenschappelijke. Als de politiek zich op het terrein van de wetenschap begeeft, gebeuren er vreemde dingen." Het wachten is op de registratie van pendels, padden-speeksel en door Jomanda ingestraalde suikerklontjes.

Voor een overzicht van artikelen over de registratie van homeopathische middelen
zie: Homeopathie 4: registratie van homeopathische middelen

 

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

 

 

GERELATEERDE ARTIKELEN

NIEUWSBRIEF AAN- OF AFMELDEN

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site. Vul uw e-mailadres in en meld u aan!
Uw e-mailadres: 
Aanmelden Afmelden