Door: Freek van Sluijs | Geplaatst: 05 november 2026

Dick Kruijthoff onderzocht de zachte feiten achter gebedsgenezing

Kun je gebedsgenezing wetenschappelijk onderzoeken? Huisarts en belijdend christen Dick Kruijthoff denkt van wel. De Vrije Universiteit was bereid om er een promotieonderzoek aan te wijden, maar dat leverde geen bewijs voor genezing door gebed.

Dick Kruijthoff onderzocht de zachte feiten achter gebedsgenezing

Foto: Onvermoed aangeraakt door Dick Kruijthof

Over zijn promotietraject schreef Kruijthoff het boek Onvermoed aangeraakt, met als ondertitel Onderzoek van een arts naar genezing na gebed.1 Het boek is een publieksversie van het proefschrift Healing after prayer. An interdisciplinary case study, waarop hij in 2023 promoveerde.2

Wetenschappelijk onderzoek door een arts naar gebedsgenezing3 kan rekenen op argwanende belangsteling vanuit de medische wereld, die het liefst met een grote boog om dit omstreden onderwerp heen loopt. De belangrijkste reden: het ‘probleem’ is niet effectief te onderzoeken met de gebruikelijke medische methoden. Wie gelooft dat Dick Kruijthoff hiervoor een oplossing heeft gevonden, wordt helaas teleurgesteld. Al aan het begin van zijn onderzoek beseft Kruijthoff dat hij zijn ambities moet bijstellen. De oorspronkelijke titel Prayer and healing. Post aut propter (Gebed en genezing. Na of door) werd al snel verlaten. De gekozen onderzoeksmethode bleek niet geschikt voor het beantwoorden van de vraag of de veronderstelde genezing plaatsvond door of ondanks het bidden. Als vervanging koos Kruijthoff voor een beschrijving van een aantal genezingen waarbij gebed een rol speelde.

De kern van het proefschrift is een gedetailleerde analyse van elf genezingen. Deze werden geselecteerd uit een groep van zevenentwintig casussen die voldeden aan de Lambertini-criteria; criteria die worden gehanteerd door de commissies in Lourdes en het Vaticaan bij de beoordeling van wonderbaarlijke genezingen.

Selectie

De selectie werd gemaakt door een medisch beoordelingsteam van vijf onafhankelijke medisch specialisten. Het team had geen vaste samenstelling; de expertise van de leden was afgestemd op de desbetreffende ziekte. Constante factoren waren de voorzitter (een theoloog) en de aanwezigheid van twee toehoorders (een filosoof en een ‘kwantitatief methodicus’). Hun taak bestond uit het observeren en beoordelen van de analyse. Dit hele proces had tot doel de genezingen in te delen in twee categorieën: ‘medisch onverklaarbaar’ en ‘medisch opmerkelijk’. Elf van de zevenentwintig casus werden geclassificeerd als opmerkelijk, geen enkele kreeg het predicaat onverklaarbaar. Echte wonderen zaten er dus niet tussen. Het kleine aantal genezingen dat werd geanalyseerd roept de vraag op in hoeverre de resultaten medisch relevant zijn.

De gouden standaard in medisch-wetenschappelijk onderzoek is de randomized clinical trial (RCT). Hierbij wordt een groot aantal patiënten voorafgaand aan hun behandeling ingedeeld in twee of meer groepen. Eén groep krijgt een nepbehandeling (placebo), de andere de te onderzoeken behandeling. Er gelden strenge eisen voor het benodigde aantal patiënten, de vergelijkbaarheid van de groepen, de betrouwbaarheid waarmee het resultaat kan worden gemeten, de randomisatie (willekeurige indeling), de blindering van patiënt en onderzoeker en de statistische analyse van gevonden verschillen. Deze aanpak is niet geschikt voor onderzoek naar gebedsgenezing, omdat de verschillen tussen de respectievelijke ‘genezingen’ te groot zijn en het onderzoek niet kan worden uitgevoerd als een prospectieve studie. Geen enkele ethische commissie zal immers toestemming geven voor het toewijzen van een behandeling die zeer waarschijnlijk geen effect zal hebben.

Dit neemt niet weg dat dergelijke studies in het verleden zijn uitgevoerd. Kruijthoffs literatuuronderzoek leidde hem onder andere naar een reviewartikel uit 2007, waarin zeventien RCT’s over gebedsgenezing worden geanalyseerd.4 Het resultaat werd door de onderzoekers beoordeeld als non-conclusive en onbevredigend voor zowel voor- als tegenstanders van gebedsgenezing.

Twee jaar later publiceerde de Cochrane Library een review van een aantal experimenten met in totaal 7646 patiënten. De auteurs van dit over- zicht waren nog duidelijker in hun oordeel: ‘De bevindingen zijn dubbelzinnig en hoewel sommige resultaten van individuele studies een positief effect van gebed suggereren doet de meerderheid dat niet. Het bewijsmateriaal ondersteunt geen aanbeveling voor of tegen het gebruik van gebed. We zijn er niet van overtuigd dat er verder onderzoek naar dit soort interventies moet worden gedaan en zouden liever zien dat de beschikbare middelen voor een dergelijk onderzoek worden gebruikt om andere vragen in de gezondheids- zorg te onderzoeken.’5 Duidelijke taal, maar Kruijthoff liet zich er niet door weerhouden.

Ruim geïnterpreteerd

De analyse van casusrapporten staat op de onder- ste trede van de bewijsladder voor medisch-wetenschappelijk onderzoek. Zij kan een bijdrage leveren aan de medische kennis door opmerkelijke (combinaties van) feiten te signaleren, maar is niet geschikt voor onderzoek naar het resultaat van een behandeling. De aangewezen methode hiervoor is de RCT. Kruijthoff onderkent dit probleem, maar zijn oplossing is halfbakken. Door te stellen dat er in de casusrapporten wordt gezocht naar ‘ontdekking en verklaring’, denkt hij de strenge eisen van een RCT te kunnen ontlopen. Maar die vlieger gaat niet op: gebed wordt in zijn onderzoek gepresenteerd als een behandeling die kan leiden tot genezing (prayer healing) en moet dus ook met daarvoor geschikte middelen worden onderzocht.

Behalve bij de keuze van de methode kunnen er ook vraagtekens worden gezet bij de uitvoering. Deelnemers werden gerekruteerd via verschillende kanalen: de praktijken van de leden van het onderzoeksteam, krantenartikelen, gebedsgenezers en collega-artsen. De casus komen dus niet uit een aselecte populatie. Het begrip ‘genezing’ wordt ruim geïnterpreteerd: een ‘significante vermindering van de symptomen, resulterend in herstel van de gezondheid zoals beleefd door de patiënt’ is voldoende. Of de gevonden afwijkingen bij lichamelijk of aanvullend onderzoek (laboratorium, diagnostische beeldvorming) ook verdwijnen is niet van belang voor de classificatie van het resultaat. Zeven van zeventien onderzochte gevallen hadden na hun genezing nog steeds afwijkende onderzoeksresultaten. Dit is dus geen zeldzame uitzondering.

Zowel in het proefschrift als in het boek geeft Kruijthoff een levendige en persoonlijke beschrijving van zijn proces, van de eerste gedachte tot aan promotie. Er is ruime aandacht voor gesprekken die hij voerde met deskundigen die hem de weg wezen. De verhalen geven een indruk van wat een promotietraject betekent voor een arts die niet in een academische omgeving werkt, maar dragen niet bij aan het beantwoorden van de primaire vraagstelling.

Verschillende vormen

Het gebed kon verschillende vormen aannemen: gebed door de patiënt zelf, door zijn of haar naasten, een religieuze gemeenschap, een gebedsgenezer, elke andere persoon of groep van personen, of een combinatie daarvan. Ook de duur van de gebeden varieerde van eenmalig tijdens een bijeenkomst tot uitgespreid over een langere periode. En tot slot hadden bijna alle patiënten een andere ziekte. Deze variatie in bijna alle factoren maakt het onmogelijk om conclusies te trekken over de medische aspecten van de waargenomen genezingen.

Wat blijft er dan over? Het resultaat kan het best worden omschreven als een beschrijving van de beleving van gebedsgenezing door patiënten en hun omgeving. Een van de leden van het beoordelingsteam, Peter Huijgens, emeritus hoogleraar Hematologie Amsterdam UMC (locatie VUmc), omschrijft de betekenis van het onderzoek in de flaptekst als volgt: ‘Door een aantal mirakels bij zieke mensen respectvol te beschrijven en holistisch te duiden, worden wegen geopend om “zachte” en “harde” feiten in de geneeskunde met elkaar te verbinden.’ Een discutabele conclusie, want de harde feiten blijven in het onderzoek buiten beschouwing. Hoe een brug kan worden geslagen als een van de pijlers ontbreekt, blijft even onduidelijk als het effect van het gebed.

Hoe kon dit onderzoek dan toch uitgroeien tot een promotie en een boek? De medische kern is klein, maar de beschrijving ervan krijgt toch een behoorlijke omvang door herhaling en aanvulling met zachte feiten. In hoofdstuk 4, 5, 6 en 7 duiken dezelfde casuïstieken op; de gebruikte methode wordt daarbij steeds opnieuw beschreven. Een logisch gevolg van het opnemen van al gepubliceerde artikelen als aparte hoofdstukken. In medische proefschriften is dit gebruikelijk, maar meestal gaat het dan over verschillende patiënten en/of behandelingen. Bij Kruijthoff zijn zowel de patiënten als de behandeling steeds hetzelfde. De beschrijving van casuïstieken is erg gedetailleerd en beperkt zich niet tot patiënten uit het eigen onderzoek. Er worden vijftien pagina’s ingeruimd voor een beschrijving van de analyse van achttien opmerkelijke genezingen door commissies in Lourdes en het Vaticaan. Dat zijn er zeven meer dan de promovendus zelf heeft onderzocht.

Wonderen

Na de publicatie van het onderzoek resteert de vraag of Kruijthoffs onderzoek heeft geleid tot een beter begrip van gebedsgenezing. Het antwoord hangt af van de gekozen invalshoek. De hypothese dat gebed kan leiden tot genezing kon niet worden bevestigd. In medische zin dus geen nieuwe inzichten, want deze conclusie was in eerder onderzoek al getrokken. Vanuit een gelovige invalshoek lijkt dat anders te liggen. Een deel van de begeleiders blijft geloven in de genezende kracht van gebed. Voor longchirurg Rick Paul, lid van het medisch beoordelingsteam, ‘stond het geloof in wonderen al vast, vanuit zijn christelijke levensovertuiging, maar ook vanuit eigen ervaring’.6

Promotor en gereformeerd dogmaticus Kees van der Kooi is blij dat de indruk die hij van tevoren had, is bevestigd. Hij geeft wel toe dat veel gebeden om genezing niet worden verhoord. Hierover zegt hij: ‘God is geen democraat.’ Ondanks het uitblijven van een bevestiging in het eigen onderzoek blijft hij geloven in gebedsgenezing: ‘De wonderen uit de Bijbel zijn tekenen, verwijzingen naar het Koninkrijk van God. Ja, genezingen op gebed komen voor. Maar niet heel veel, zoals ook uit het onderzoek van Dick blijkt.’7

Het is niet duidelijk wat Van der Kooi bedoelt met ‘genezing op gebed’. Kruijthoff onderscheidt genezing door en na gebed; zijn onderzoek richt zich op genezing na gebed. Van der Kooi lijkt te kiezen voor iets wat tussen beide varianten in ligt.

De theologische benadering verschilt dus sterk van de medische visie op onderzoek. De combinatie van deze twee opvattingen in een project roept twijfel op. De ondertitel suggereert een medische aanpak, maar het daarmee gewekte verwachtingspatroon wordt niet ingelost. Een ondertitel als ‘Onderzoek van een belijdend christen naar genezing na gebed’ had de lezer beter voorbereid op de gekozen aanpak.

Dierenarts dr. Freek van Sluijs is emeritus hoogleraar chirurgie van gezelschapsdieren.

Referenties

1 Onvermoed aangeraakt. Kruijthoff, D.J. 2025,KokBoekencentrum Uitgevers Utrecht.

2 Kruijthoff, D.J. (2023). Healing after Prayer, an interdisciplinary case study. [PhD-Thesis – Research and graduation internal, Vrije Univer- siteit Amsterdam]. Vanderperk Groep. https:// doi.org/10.5463/thesis.169

3 Kruijthoff gebruikt in zijn proefschrift de term Prayer Healing (HP)

4 Hodge H.R. A systematic review of the empirical literature on intercessory prayer. Research on Social Work Practice 2007;17(2):174-178.

5 Roberts L, Ahmed I, Hall S et al. Intercessory prayer for the alleviation of ill health. Cochra- ne Database Syst Rev April 2009;2:CD000368.

6 Kruijthoff D.J. Onvermoed aangeraakt. Pag 85-89; KokBoekencentrum Uitgevers 2025.

7 Kruijthoff D.J. Onvermoed aangeraakt. Pag 216-219; KokBoekencentrum Uitgevers 2025.

Freek van Sluijs

Gerelateerde artikelen

tijdschrift - 05 november 2026

Gebedsgenezers als Tom de Wal, Jelthe Kloens en Andrew Ebenezer bevolken zaaltjes en straten door heel Nederland. Been- en armlengteverschillen van centimeters verdwijnen er als sneeuw voor de zon, patiënten lopen en dansen weg en laten hun rolstoel achter.

tijdschrift - 12 oktober 2026

Lees het NTtdK 2026, nr 2 met onder meer: het verdienmodel van gebedsgenezing, een afscheidsinterview met Cees Renckens en meer.

artikelen - 08 oktober 2026

Op zaterdag 3 oktober 2026 vond het VtdK-symposium ‘Gebedsgenezing, spiritualiteit en gezondheid' plaats in Amsterdam. Bekijk video’s van het symposium hier.