Door: C.N.M. Renckens | Geplaatst: 10 mei 2009

Het leed dat Hesselink heet

Vraag: wat is de overeenkomst tussen prof.dr. L.M. Bouter, epidemioloog (VUmc), prof.dr. J.J. Jolles, neuropsycholoog (Universiteit Maastricht), prof.dr. J.M.A. Lange, internist (AMC), prof.dr. E. Lindeman, revalidatiearts (Umc) en prof.dr. W.P. Vandertop, neurochirurg (AMC en VUmc)? Antwoord: zij allen maken deel uit van de Adviesraad van de Stichting Innovatief Onderzoek Complementaire Behandelvormen (IOCOB).

Het leed dat Hesselink heet

Uit: Nederlands Tijdschrift tegen de kwakzalverij,
jaargang 117, nr. 3 (september 2006), p. 10-12;
Een versie van de passage tot het kopje IOCOB
staat ook elders op deze website onder de titel
Onder professoren.
Deze in juli 2004 opgerichte stichting kent o.a. de volgende bestuurders: prof.dr. Jan M. Keppel Hesselink (1953), neuroacupuncturist, David J. Kopsky, neuroacupuncturist (1975) en Antonin P. Kopsky (1953). De twee eersten bemannen ook het ORES Instituut voor Neuroacupunctuur te Soest, waar men zich toelegt op acupunctuurbehandeling van neurologische ziekten. De IOCOB geeft ‘onafhankelijke’ voorlichting en het ORES Instituut behandelt. Zo zit dat. De lijst van geschikt bevonden aandoeningen telt onder meer: MS, beroerte, kanker, Parkinson, posttraumatische dystrofie, spasticiteit, ruggenmergsletsel, migraine, spierziekten, tenniselleboog en chronische pijn. Men tracht zijn klantenkring uit te breiden door relevante patiëntenverenigingen te verzoeken op hun eigen sites naar de website van IOCOB te linken. Men beroept zich daarbij vol trots op de ’tophoogleraren uit de reguliere geneeskunde’ in de Adviesraad.

Het bestuur van de Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa rook onraad, temeer daar er in het vierkoppige bestuur van de Stichting IOCOB opvallend sterke familiebanden bleken te bestaan (tweemaal bestuursleden met dezelfde naam (Kopsky, vader en zoon) en twee andere (de heren Keppel Hesselink en Mulder) wonend op hetzelfde adres aan de Spoorlaan te Duin en Bosch. Men besloot toch maar niet met deze club met zijn onuitsprekelijke naam in zee te gaan. Of de genoemde hoogleraren echte tophoogleraren zijn, dat weten wij niet (wie bepaalt dat?), maar men kan zich afvragen hoe grondig zij zich in het gedachtegoed van de beide acupuncturisten hebben verdiept. Zouden zij bijvoorbeeld de afstudeerscriptie (De wondere wereld van tao, de oermeridianen en de embryogenese) van Kopsky junior hebben gelezen, waarmee hij zijn opleiding van de Nederlandse Artsen Acupunctuur Vereniging in april 2002 succesvol afsloot? Een citaat daaruit, dat onze lezers al kennen:

‘De hoofdvraag van dit artikel is hoe de oermeridianen verbonden zijn met de embryogenese, onderzocht met de oosterse theorie en de westerse wetenschap. De oermeridianen ontstaan uit de Ming Men, de basis van alle energie in het lichaam, van waaruit zij het lichaam doorkruizen en de Jing circuleren. De oermeridianen grijpen aan op het diepste niveau van de mens, waardoor zij goed zijn te gebruiken bij structurele (constitutionele) problemen. Deze energiekanalen hebben algemene regulerende functies, waarmee de andere meridianen in balans worden gehouden.’

Als de vijf tophoogleraren deze scriptie eens ter hand hadden genomen, dan zouden zij wellicht tot de conclusie zijn gekomen dat zij hun energiekanalen toch maar beter in een andere richting hadden kunnen aanleggen dan in de richting van de bossen van Soest. Je bent tophoogleraar of je bent het niet.

 

IOCOB

Zelfs mensen die niet zo onder de indruk zijn van de prestaties van de Chinese acupunctuur zullen moeten toegeven dat de IOCOB in zijn korte bestaan met zo weinig mensen toch een indrukwekkende presence heeft opgebouwd in de wereld van alternatieve geneeskunde. Zij manifesteert zich ook met grote regelmaat in de medische bovenwereld, want talrijk zijn de ingezonden brieven van de twee neuro-acupuncturisten in bladen als Medisch Contact, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, Bionieuws en Gezond Nu. Strijk en zet wordt met verwijzing naar literatuur in peer reviewed tijdschriften betoogd dat de werkzaamheid van acupunctuur nu bij die en die aandoening inmiddels bewezen is. Keppel Hesselink tooit zich daarbij onbekommerd van de titel hoogleraar, een titel die hij aan een antroposofische privé-universiteit in Witten/Herdecke (Duitsland) schijnt te hebben verworven als arts-farmacoloog. Zijn onderzoek naar sjamanistische kruiden werd daar hogelijk gewaardeerd. In ons land kent het BIG-register hem slechts als basis-arts. Zijn naam prijkt ook in de docentenlijst van de zegheten Comeniusleergang, een ‘executive programma over visie en leiderschap’. Dit initiatief van een aantal Europese universiteiten biedt – naar eigen zeggen – een cluster van inzichten uit vele wetenschapsgebieden:

‘Niet “koude” academische kennis staat centraal, maar kennis die verrijkt is met de persoonlijke visie en levenservaring van vooraanstaande docenten. De leergang vormt een vrijplaats voor executives die hun leiderschap (verder) willen ontwikkelen. De leergang stimuleert tevens het vermogen bij executives om creatief en innovatief op veranderingen in te spelen. De leergang is een investering in de veelzijdigheid en slagkracht van de deelnemer.’

Naast Keppel Hesselink zijn namen als die van Vincent Icke, Robbert Dijkgraaf, Heleen Dupuis en bisschop Bär te vinden. Cursisten worden zeven keer op twee aaneengesloten dagen verwacht. Het onderdeel Medische wetenschappen wordt geheel aan Keppel Hesselink toevertrouwd, waarschijnlijk omdat er in de naam van zijn IOCOB de term ‘innovatief’ zit.

Professor is ook cursusleider van de acupunctuuropleiding van de NAAV, waar hij zijn associé Kopsky waarschijnlijk heeft ‘ontdekt’. Vast onderdeel van die opleiding is ook de elektroacupunctuur, een onzinnige methodiek waarin met behulp van meting van huidweerstanden de keuze van het homeopathisch geneesmiddel wordt vastgesteld. Meestal betreffen dit de zogenaamde nosoden, verdunde viezigheid afkomstig van pus, druipers, hersenweefsel enzovoorts. De VHAN beklaagde zich in zijn jaarverslag 2005 nog over het probleem dat deze middelen in de vigerende registratiesystematiek van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen zo moeilijk zijn in te passen en daardoor een beetje half illegaal blijven. Als docent van de NAAV-cursus zou ik me ook enigszins ongemakkelijk gevoeld hebben na de tuchtrechtelijke veroordeling van Broekhuijse, een van de kwakzalvers die de ‘dood op afbetaling’ van Millecam begeleidde. Hij werd herhaaldelijk veroordeeld omdat hij met deze apparatuur – in dit geval de Vega-test – onjuiste diagnosen had gesteld. Eerst al eens twee keer ten onrechte een hersentumor vaststellen en daarna een endeldarmkanker juist gemist, met dezelfde apparatuur. De onzinnigheid van dit type diagnostiek staat al heel lang vast, maar voor Keppel Hesselink is dat geen enkel bezwaar.

De website van de club ziet er professioneel uit en wat men de twee voormannen van IOCOB ook zou kunnen verwijten, luiheid in elk geval niet. De site wordt goed bijgehouden en bevat zelfs verwijzingen naar de site van onze Vereniging, hoewel men die meestal te fundamentalistisch vindt. Trots vermeldt men ook adviseur te zijn van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg en de door de firma Pfizer georganiseerde workshop acupunctuur als pijnbestrijding voor 50 anesthesisten was zeer geslaagd. Als men tussen de talrijke oplichtende advertenties heen kijkt (‘Verbrand puur lichaamsvet’, Sonneveltacademie voor alternatieve geneeswijzen met 15 vestigingen in ons land, Proviformsupplementen, de uitgebreide Vitaliteitsscan door de Keurcompany, Ba Zhang Centrum te Rotterdam, de Holobalance methode en moderne moedervlekcontrole), dan is er nog veel interessants te vinden. Zo kunt u gemakkelijk doorklikken naar allerlei video’s waarin alternatieve geneeswijzen op pseudowetenschappelijke wijze worden aangeprezen. Dat gaat van autisme, ADHD, chelatietherapie, carnitine, ozontherapie (niet aanbevolen door IOCOB), colon hydrotherapie, zilverkaars tegen opvliegingen tot magic mushrooms.

De ware aard van deze acupuncturisten (die zich nadrukkelijk ook als reguliere behandelaars presenteren, maar daarnaast ‘niet afkerig’ zijn van complementaire geneeswijzen – hoe bedenken zij het?) komt natuurlijk pas boven als men een staatje geeft van publicaties over het (lage, dat begrijpt u) percentage reguliere behandelingen die volgens de normen van de evidence based medicine (EBM) bewezen geacht mogen worden. Het opgegeven percentage varieert per aandoening tussen de 11% en de 70%, maar ligt gemiddeld rond de 45%. De cijfers berusten op 18 randomised clinical trials en zijn bij elkaar gezocht door Andrew Booth, een medisch informaticus en methodoloog uit Sheffield (VK), die vermoedelijk wel verbaasd zou zijn als hij wist waarvoor zijn gegevens gebruikt werden. Ze zijn hier natuurlijk gepresenteerd om de alternatieve geneeskunde te immuniseren tegen het verwijt dat daaraan geen EBM-bewijzen ten grondslag liggen. Alsof die EBM het laatste woord heeft: bij ontstentenis van EBM is er natuurlijk nog altijd het pathofysiologisch inzicht in de werking van reguliere geneeswijzen en de a priori plausibiliteit, die in goed onderzoek vooraf gaat aan vraagstelling en conclusies, maar die door meta-analytici en zelfs door Cochrane reviewers gemeenlijk buiten beschouwing wordt gelaten. Zo werkt dat niet, maar het zal Keppel Hesselink een zorg zijn en datzelfde geldt voor de bezoekers van zijn site, op zoek naar de dingen die hen door hun eigen dokter niet verteld worden.

We zullen van Keppel Hesselink c.s. nog veel vernemen de komende jaren. Hugo Verbrugh blijft zichzelf steeds maar herhalen, zodat hij tegenwoordig alleen nog maar in Onkruid terecht kan. Als interessante opponent heeft hij nu toch wel afgedaan. Voor onze Vereniging is het daarom niet onplezierig om weer eens een nieuwe alternatieve genezer met een beetje intelligentie in het vizier te hebben, want alleen maar ‘kaboutervetes’ uitvechten met suffe warhoofden, dat is op den duur moeilijk vol te houden.

 

Literatuur

1 M.A. Klein Breteler en J.J. Schipperheyn: De diagnostische waarde van elektroacupunctuur volgens Voll bij hartaandoeningen. Huisarts en Wetenschap jrg. 33 (1990), p.268-272.

2 G.T. Lewith e.a.: Is electrodermal testing as effective as skin tests for diagnosing allergies? A double blind, randomised block design study. BMJ, dl. 322 (2001):131-134.

3 Advies inzake acupunctuur. Gezondheidsraad (1977) Rijswijk. Adv. 1977/20. p. 56.

In 2006 ontleend aan de site www.ores.nl:

Training Transpersoonlijke Meditatieve Acupunctuur

Acupunctuur is dus in wezen transpersoonlijk en er zijn binnen de tradities verschillende vormen ontwikkeld die meditatie gebruiken tijdens het toedienen van de naalden. Vooral op basis van de Indiase chakra’s, of energiecentra is een acupunctuurvorm ontwikkeld die esoterische acupunctuur of chakra acupunctuur genoemd wordt. Wij hanteren zelf het begrip Transpersoonlijke Meditatieve Acupunctuur (TMA), omdat deze bijzondere vorm van acupunctuur niet alleen op de chakraleer gebaseerd is, maar omdat we ook putten uit andere stromingen, zoals bijvoorbeeld de Qigong. TMA beoogt het ‘heel-worden’ op meerdere vlakken. Hiermee verwijzen we naar de harmonische integratie van denken, willen en voelen, opdat wij ons in dit leven optimaal kunnen ontwikkelen. De heling via transpersoonlijke acupunctuur maakt dat we als mens en microkosmos weer in harmonie komen met de macrokosmos. We organiseren regelmatig workshops die door NVA en NAAV geaccrediteerd zijn als nascholing om TMA bij collega’s te introduceren.

Naschrift webredactie mei 2009

Deze tekst is niet meer op de ORES-site te vinden, maar op de site van IOCOB staat een lang hoofdstuk met nog veel meer van deze amusante wartaal met onder meer een referentie naar een occultistisch boek als De geometrie van de schepping: een herinnering aan ons verre verleden door Drunvalo Melchizedek.

Op de site van IOCOB staan thans nog de volgende hoogleraren die in Nederland werkzaam zijn als adviseur genoemd:

J. van der Greef, Scientific Director TNO Systems Biology
M. Hunink, klinisch epidemioloog, Universiteit van Rotterdam en Harvard University, VS
J. de Jong, psychiater, VU Amsterdam, Boston University School of Medicine, VS
E. van Leeuwen, medisch filosoof, Universiteit van Nijmegen
J.J. Rasker, reumatoloog, Universiteit Twente
W.P. Vandertop, neurochirurg, VU Amsterdam & Universiteit van Amsterdam

Het acupunctuuronderwijs van de Stichting NAAV Onderwijs (SNO) vermeldt Keppel Hesselink niet meer als direct daarbij betrokken. Er wordt echter volop elektroacupunctuur onderwezen (in het ‘C-jaar’), maar niettemin is Keppel Hesselink nog steeds lid van de NAAV.

Naschrift juli 2010

Onder het kopje ‘Adviseurs’ staat nu alleen nog maar sinds ongeveer medio april 2010 dat de namen van de adviseurs niet langer op de website vermeld worden en dat de formele band met hen verbroken is. Dat was nadat Hunink, de Jong en Vandertop hadden laten weten niet meer op de lijst te willen staan. De laatst bekende versie van de advieurspagina met namen is nog op het internet-archief te vinden. Die lijst dateert van mei 2008 en daar stonden J.M.A. Lange en J.J. Jolles nog op, die in mei 2009 al ontbraken; emeritus hoogleraar F.J. Verheijen staat nu op de lijst van IOCOB-medewerkers.

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

 

 

 

C.N.M. Renckens

Profiel: (1946) Hij studeerde geneeskunde aan de RUG en behaalde het artsdiploma in 1971. Na werkzaam te zijn geweest als tropenarts in Zambia volgde zijn specialisatie tot vrouwenarts. In die kwaliteit is hij sinds 1980 verbonden aan het Westfries Gasthuis te Hoorn. Sinds 1988 bekleedt hij het voorzitterschap van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Hij is auteur van vele publikaties op het gebied van kwakzalverij en alternatieve geneeswijzen, zowel in de lekenpers als in de professionele pers. Van zijn hand verschenen vier boeken: ‘Hedendaagse kwakzalverij’ (1992), ‘Kwakzalvers op kaliloog’ (2000), ‘Genezen is het woord niet. Biografische schetsen van de twintigste meest notoire genezers van de twintigste eeuw’ (2001) en zijn in handelseditie verschenen dissertatie ’Dwaalwegen in de geneeskunde. Over alternatieve geneeswijzen, modeziekten en kwakzalverij’ (2004). In 2006 werd hij wegens zijn verdiensten voor de kwakzalverijbestrijding benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Gerelateerde artikelen

page - 10 mei 2009

Vraag: wat is de overeenkomst tussen prof.dr. L.M. Bouter, epidemioloog (VUmc), prof.dr. J.J. Jolles, neuropsycholoog (Universiteit Maastricht), prof.dr. J.M.A. Lange, internist (AMC), prof.dr. E. Lindeman, revalidatiearts (Umc) en prof.dr. W.P. Vandertop, neurochirurg (AMC en VUmc)? Antwoord: zij allen maken deel uit van de Adviesraad van de Stichting Innovatief Onderzoek Complementaire Behandelvormen (IOCOB).