Door: C.N.M. Renckens | Geplaatst: 16 november 2007

Wie is Clara Ruizendaal?

Clara Ruizendaal, paranormaal en orthomoleculair therapeute, bekend van haar boek Eigen-wijsheid, nodigt het VtdK-bestuur uit voor een werkbezoek. Het kwam er bijna van.

Wie is Clara Ruizendaal?

‘Komt u zelf dan maar eens kijken in mijn instituut! U bent van harte welkom, als u mij niet gelooft!’ Woorden van paranormaal en orthomoleculair therapeute Clara Ruizendaal, gericht tot ondergetekende, die er blijk van had gegeven zeer sceptisch te staan ten opzichte van haar beweerde therapeutische successen. Wij bevonden ons, met nog twee andere gasten (vitamine-pushende drogisten) in het veelbekeken televisieprogramma B&W van 14 oktober 1999 om onder leiding van Paul Witteman te discussiëren over het nut van voedingssupplementen en vitamines.

De therapeute, een blonde vrouw met gedrongen gestalte, die zich zodra ze het woord kreeg nauwelijks liet onderbreken en zich tegenover Witteman herhaaldelijk verontschuldigde voor haar vakjargon (alle door haar genezen patiënten leden namelijk aan ‘deficiënties’ vooral van vitamines en aminozuren en Witteman deed net alsof hij dat begrip niet kende, erg goed) voerde in levenden lijve een jonge man ten tonele die zij drie keer van kanker had genezen, hetgeen door een professor in de oncologie uit Leiden zou zijn bevestigd. (Deze man bleek, zo vertelde ons de redactie later, haar levenspartner te zijn, hetgeen zij – anders dan tevoren met haar afgesproken – niet in de uitzending vermeldde!) Verder snoefde zij over grote successen bij kinderen, lijdend aan hyperactiviteit: zelfs kinderartsen zouden naar haar verwijzen.

Wij geloofden al deze wondergenezingen niet en besloten dus op haar uitnodiging in te gaan. Dit temeer omdat, naar ons bleek, van haar optreden in het programma een aanzienlijk wervend effect was uitgegaan: er werd bij ons meermalen naar de vestigingsplaats van haar instituut geïnformeerd (Hoogland). Tegelijkertijd ontving de Vereniging ook e-mails van mensen die ons dringend verzochten een einde te maken aan de activiteiten van de genezeres, wier instituut sekte-achtige kenmerken zou hebben en waar slachtoffers soms voor duizend gulden per maand ‘medicijnen’ moesten afnemen. Hier moesten wij dus meer van weten en zo besloten wij – niet zonder aarzeling overigens – de uitnodiging tot een bezoek aan het Clara Ruizendaal-Instituut te Hoogland nabij Utrecht aan te nemen. Op onze brief d.d. 11 december 1999 kregen wij niet snel antwoord en wij belden een maandje later maar eens op. Clara zelf kregen wij niet te spreken, maar via een secretaresse kon ten slotte een afspraak worden gemaakt voor 2 maart 2000. De Vereniging zou met een kleine delegatie komen: Van der Smagt, F.S.A.M. van Dam en ondergetekende.

Literatuurstudie

Toch enigszins beschaamd dat wij als doorgewinterde ‘quackwatchers’ nog nooit van Clara Ruizendaal hadden gehoord, verrichtten wij ter voorbereiding op onze visitatie enkele naspeuringen. Moeilijk was dat niet, want ter gelegenheid van de verschijning van haar boek Eigenwijsheid eind augustus 1999 had zij ruime publiciteit gekregen in periodieken, die ten onrechte door ons niet goed bijgehouden worden: de Libelle en de Nieuwe Revu. In dit laatste blad verscheen op 4 augustus een vrij kritische reportage getiteld ‘Clara handelt in hoop’. Daarin wordt zij een ‘aanstormend geneestalent’ genoemd dat na veertien jaar ploeteren in de marge nu doorbreekt als genezend medium, regressietherapeute en orthomoleculair genezeres. Zij bleek o.a. gespecialiseerd in huilbaby’s, chronische moeheid en kanker. In de Libelle van 27 augustus verscheen een onkritisch verhaal waarin Ruizendaal unverfroren reclame mocht maken voor haar en haar medewerkers (zonder uitzondering paranormaal begaafd en allen door haarzelf opgeleid!). Een opgegeven kankerpatiënte kreeg van haar te horen: ‘U bent te laat bij ons gekomen, daar ben ik eerlijk in.’ En even later: ‘Ik ben helderziend, helderhorend, heldervoelend, helderwetend en telepathisch.’ Ook haar andere uitspraken leken in het gunstigste geval als koeterwaals te bestempelen en in het kwaadste als oplichting. Tegenspraak van de auteur van de Libelle-reportage kreeg zij nauwelijks. Nieuwsgierig geworden namen wij vervolgens haar autobiografie Eigen-wijsheid (Uitg. Andromeda Blaricum, 1999) ter hand.

Eigen-wijsheid

Hoe is deze succesvolle genezeres nu zo ver gekomen? Haar boek laat weinig te raden over en bevat zeer openhartige passages ook over de moeilijke jeugd, haar vele ziekten, haar zeer zware bevallingen en haar worstelingen met de paranormale begaafdheid, waartegen zij en haar omgeving zich aanvankelijk sterk verzetten. In de baarmoeder vond zij het al niet altijd even prettig (p.27) en na een ‘absoluut moeilijke bevalling’ zag zij op 14 mei 1963 om 21.10 uur het levenslicht (p.13). Zij was de achtste van tien kinderen en groeide op in een vrijgemaakt, gereformeerd vissersdorp. In dat gezin zou zij ‘alle conditioneringen van haar karma’ ontvangen (p.l3). Zij kreeg al snel paranormale ervaringen en zag aura’s die voor anderen verborgen bleven: zij heeft veel gebeden dat het allemaal zou stoppen. Met haar ouders trof zij het niet: haar vader hield niet van haar en van haar moeder heeft zij nooit een regelrecht compliment gehad (p.14).

Zij voorzag toen al problemen en offers: ‘Ik ben absoluut publiciteitsschuw. Publiciteit vind ik werkelijk het vervelendste wat er is, maar ik wist dat er geen ontkomen aan zou zijn’ (p.15). Gelukkig kon zij van nieuwetijdskind uitgroeien tot nieuwetijdsvolwassene dankzij bezielende hulp van ‘mijn begeleiders’, in de personen van ‘acht intelligenties’ om haar heen (p.17). Als kind al kreeg zij verschijningen die haar vertelden zou gaan betekenen’ (p.58). Tijdens de puberteit kreeg zij aanvallen, die waarschijnlijk maar toch niet zeker als epileptisch werden gediagnostiseerd (p.92). Zij kreeg ‘major aanvallen’ (p.95) en bleef het liefst de hele dag in bed.

Pas veel later zou zij er ’tijdens een orthomoleculaire studie’ achter komen dat epilepsiepatiënten een tekort hebben aan het aminozuur taurine en dat toevoeging van dit aminozuur een onherroepelijk einde maakt aan de aanvallen. Taurine zit voornamelijk in vlees en wegens de bezuinigingen kreeg Clara dat thuis nu niet bepaald in grote hoeveelheden voorgezet (p.94). Voor de epilepsie stelde Clara zieh onder behandeling van Gerard Croiset, die weliswaar de aanvalsfrequentie van drie per week tot eenmaal per week terugbracht met zijn ‘hevig trillende handen rond haar hoofd’ (p.101), maar haar ten slotte niet verder wilde behandelen: zij zou zwaar ziek zijn en naar een ziekenhuis in Nijmegen moeten. Na een kort intermezzo over aura’s, chakra’s en helende kleuren wordt de lezer getracteerd op details van Clara’s zwangerschappen en bevallingen. Al na drie maanden zwangerschap kan zij zich slechts nog op krukken voortbewegen en de bevalling wordt een ‘vacuumverlossing’: geboren wordt het nieuwetijdskind Ximena.

Het kraambed wordt verstoord door nierinfecties, ziekenhuisopnames en ruggeprikken: deze passages zijn slechts geschikt voor lezers met stalen zenuwen. Later wordt het nog erger: ‘Nee, ik ben bang dat ik werkelijk gek geworden ben. Ik moet vast naar een psychiatrische inrichting'(p.l41). Daarna volgen de klinisch psycholoog en ervaringen met huilbaby’s.

Enkele pagina’s verderop deelt zij met de lezer een van haar grote medische ontdekkingen: ‘Ieder spiritueel mens heeft een verkeerd glucose metabolisme’ (p.154), hetgeen zij vaststelt door middel van de verlengde glucosetolerantietest (GTT). Terwijl er steeds meer orthomoleculair koeterwaals op de pagina’s verschijnt (‘Een tekort aan zink levert in eerste instantie hypoglykemie op, waarna dit uitmondt in een candida-infectie’, p.158), komt de apotheose tijdens een bezoek aan de parapsycholoog. Clara heeft de meest kritische en skeptische parapsycholoog opgezocht die zij kan vinden en laat zich nakijken. Conclusie (p. 185 e.v.): zij is extreem paranormaal begaafd en de parapsycholoog doet zelfs een hartstochtelijk beroep op haar om als proefpersoon mee te werken aan wetenschappelijk onderzoek. Dit weigert Clara beslist: ‘Ik ben geen showdier en houd niet van aapjes kijken’ (p. 190).

Over de diverse crises waar zij zich door heen sloeg, de orthomoleculaire ziektebeelden waarvan zij zich zelf genas, haar echtscheiding en nieuwe relaties, haar contact met Sai Baba: we doen daarover hier maar het zwijgen toe. Niet onvermeld mag echter blijven dat zij haar orthomoleculaire deficiënties niet alleen door laboratoriumonderzoek vaststelt in bloed en urine, maar dat bij deze diagnostiek haar intuïtieve gaven vaak al volstaan. In het hoofdstukje ‘Een nieuw beleid in het Instituut’ (p. 260) vertelt zij dat het testen op deficiënties veel geld kost en dat je dat daarom zo min mogelijk doet. ‘Nu volg ik pertinent alleen nog mijn gevoel, want als er getest wordt voor definitieve zekerheid, blijkt mijn gevoel altijd te kloppen. Als ik voel dat er een taurinedeficiëntie is, dan is die er ook. Voel ik Pyrolurie, dan is die er ook. Voel ik een nierdeficiëntie, dan is die er ook en zo kunnen we nog wel even doorgaan. ‘ (cursivering CR.)

 

Het werkbezoek

De middag was vrijgehouden en het cadeautje voor Clara was reeds aangeschaft: Het Amazonenleger. Irreguliere genezeressen in Nederland 1850-1930 van Willem de Blécourt, dat leek ons wel passend. Maar wat sommigen onzer reeds vreesden: één dag tevoren liet Clara via een hulpkracht weten, dat ons bezoek helaas niet door kon gaan: Clara’s schoonmoeder was onverwachts ziek geworden en zij moest inspringen. Wij zouden later wel gebeld worden voor een nieuwe afspraak. De schoonmoeder is vermoedelijk snel hersteld, want twee dagen later zagen wij Clara alweer in de hoofdrol tijdens een uitzending van het VARA programma Het Lagerhuis over alternatieve genezers: van haar afkeer van publiciteit is weinig meer te merken. Een nieuwe uitnodiging voor ons geannuleerde werkbezoek kregen wij natuurlijk niet meer. Misschien achteraf maar beter ook.

Dit artikel verscheen in het Actieblad tegen de Kwakzalverij 111.5, september 2000, p. 3-5. De illustraties, bestaande uit een suppletielijst en de uitslag van een verlengde glucosetolerantietest zijn in de pdf van het Actieblad te zien.

 

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

 

 

C.N.M. Renckens

Profiel: (1946) Hij studeerde geneeskunde aan de RUG en behaalde het artsdiploma in 1971. Na werkzaam te zijn geweest als tropenarts in Zambia volgde zijn specialisatie tot vrouwenarts. In die kwaliteit is hij sinds 1980 verbonden aan het Westfries Gasthuis te Hoorn. Sinds 1988 bekleedt hij het voorzitterschap van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Hij is auteur van vele publikaties op het gebied van kwakzalverij en alternatieve geneeswijzen, zowel in de lekenpers als in de professionele pers. Van zijn hand verschenen vier boeken: ‘Hedendaagse kwakzalverij’ (1992), ‘Kwakzalvers op kaliloog’ (2000), ‘Genezen is het woord niet. Biografische schetsen van de twintigste meest notoire genezers van de twintigste eeuw’ (2001) en zijn in handelseditie verschenen dissertatie ’Dwaalwegen in de geneeskunde. Over alternatieve geneeswijzen, modeziekten en kwakzalverij’ (2004). In 2006 werd hij wegens zijn verdiensten voor de kwakzalverijbestrijding benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Gerelateerde artikelen

page - 16 november 2007

Clara Ruizendaal, paranormaal en orthomoleculair therapeute, bekend van haar boek Eigen-wijsheid, nodigt het VtdK-bestuur uit voor een werkbezoek. Het kwam er bijna van.