Symposium 2022Kritische kijk op leefstijlgeneeskunde

Schrijf u nu in

Juryrapport Meester Kackadorisprijs 2004

Dames en heren,

Het aanwijzen van de winnaar van de Meester Kackadorisprijs – door veel instellingen en personen met een niet-zuiver geweten inzake de kwakzalverij nu al gevreesd – was voor de jury dit jaar geen al te moeilijke opgave. De genomineerden van de ‘shortlist’ hebben zich weliswaar allen op onderscheiden wijze schuldig gemaakt aan de bevordering der kwakzalverij, soms in materiële zin, soms in ideële zin, maar zoals u weldra zult vernemen: één kandidaat stak met kop en schouders boven de rest uit.

 

Dat was niet Jurriaan Kamp, die met geld van een miljonair een New Ageblad uitgeeft, waarin de reguliere geneeskunde wordt afgeschilderd als een machteloze sekte en waarin derderangsmedici hun ‘revolutionaire ontdekkingen’ mogen uitventen. Daarvoor heeft zijn blad Ode toch een te gering bereik.

Voor Tineke de Nooij geldt weliswaar dat zij al een lange staat van dienst heeft in het kritiekloos lanceren van kwakzalvers, maar iedereen weet dat je roddelbladen niet echt serieus moet nemen en datzelfde geldt a fortiori voor sensatiebeogende tv-programma’s als destijds het Derde Oog, het Zwarte Gat en tegenwoordig bij de KRO Wonderen bestaan niet. Weinigen nemen deze informatie ernstig en dat zal zeker gelden voor de Tell Sellprogramma’s waarvan iedereen weet dat ze betaald worden door degene voor wie reclame wordt gemaakt.

De Mondriaan Onderwijsgroep met zijn lesprogramma’s ‘complementaire geneeswijzen’ is slechts één voorbeeld van de niet weinige onderwijsinstellingen die kwakzalversmethoden in hun curriculum hebben geïntroduceerd. De mede-genomineerde faculteit der Farmaceutische Wetenschappen te Utrecht en sinds kort ook de (niet-genomineerde) Hogeschool Amsterdam doen bijvoorbeeld hetzelfde. Het is buitengewoon kwalijk dat deze rijksgesubsidieerde instellingen, die opleiden tot van staatswege erkende diploma’s, zo weinig kritisch omgaan met hun onderwijsaanbod. Prof. Dr. De Boer, onderwijsdirecteur van de Utrechtse faculteit verklaarde tegenover de Utrechtse Universiteitskrant niet blij te zijn met de nominatie, want hij werd liever met wetenschap geassocieerd. Zijn studenten zouden leren dat homeopathische middelen niet werken, maar de jury betwijfelt of dat inzicht bij docent Van Meer, van de Nederlandse Vereniging voor Fytotherapie, ook bestaat.

Serieus heeft de jury overwogen om de heer Wiegel, in zijn kwaliteit van voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland, de prijs toe te kennen. De jury ontving van hem een schrijven met bericht van verhindering voor deze bijeenkomst; hij deelde ons daarbij tevens mee de prijs te zullen plaatsen temidden van zijn andere eervolle huldigingen: meest charismatische Nederlander (2004), de sigarenroker van het jaar (1985) en de slechtste politicus van het jaar (in 1975 plaats 1 en in 1976 plaats 2). Hij liet volstrekt niet merken intellectueel of moreel aangesproken te zijn door ons verwijt dat hij geen leiding geeft aan zijn achterban en nooit afstand nam van de gedwongen koppelverkoop van alternatieve geneeswijzen én reguliere behandelingen, die in de iets uitgebreidere verzekeringspakketten thans vrijwel onontkoombaar is geworden. Ook het feit dat vorig jaar ook al een verzekeraar – Achmea Zilveren Kruis – de hoofdprijs ontving werkte in Wiegels voordeel: hij wordt het niet.

Van de drie nog niet genoemde kandidaten heeft het Enschedese bemiddelingsbedrijf Prescan zich door middel van een uitvoerig schrijven tot ons gewend in de hoop zelfs de nominatie van tafel te krijgen. De Duitse ziekenhuizen waarnaar Prescan verwijst en die dezelfde dag nog een CT-scan of MRI van u kunnen maken, zouden ‘regulier’ zijn en wel degelijk kijken naar de indicatie voor het onderzoek. De reclameteksten suggereren echter wel anders: onderzoek ‘zonder verwijzing’ en een abonnement op periodieke screening waren immers mogelijk. Ook het min of meer aangemoedigde passeren van de huisarts wordt door de jury als ernstig verwijtbaar beschouwd. Dat men ook soms foto’s op goede indicatie maakt, omdat de Nederlandse scanners vol zitten en lage wachttijden hebben, daartegen richtten onze bedenkingen zich niet.

De Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde drijft de spot met zijn eigen kwaliteitsdoelstellingen en de zogenaamde toetsbare praktijkvoering van haar leden. Medisch-wetenschappelijke verenigingen vormen een essentiële factor in de ontwikkeling en bewaking van het vakgebied en dienen een krachtige interne discipline te handhaven jegens de eigen leden. Doet men dat niet, zoals helaas vrijwel steeds het geval is, dan ondermijnt men de eigen status en brengt het publiek vertrouwen in de beroepsgroep in gevaar. Ook toen de NMT door de Vereniging tegen de Kwakzalverij indringend werd geconfronteerd met het gedrag van haar eigen ‘biologische tandartsen’, toen bleef men deze disfunctionerende leden van ganser harte aan de borst koesteren – een treurig gezicht.

Slechts één kandidaat overtrof alle genomineerden en aan hem zal de Meester Kackadorisprijs 2004 ten deel vallen met alle bijbehorende parafernalia.

Het is een arts, die zich reeds tijdens zijn studie interesseerde voor alternatieve geneeswijzen en op reis ging naar India en China om daar te ‘leren’. Hij keerde terug als acupuncturist en dat kwalificeerde hem in 1976 direct voor opneming in de departementale Commissie Alternatieve Geneeswijzen, genoemd naar haar voorzitter Muntendam. Hij zou nog vele jaren daarna een propagandist blijven van de alternatieve geneeskunde en je kon hem menig keer in gezelschap van Aakster, uitgeverij Ankh-Hermes en ‘Dr.’ Vogel zien. Van de aanbevelingen van de commissie-Muntendam, die zeer pro-alternatief waren, heeft hij zich nimmer gedistantieerd. Door zijn omfloerste en voorzichtige wijze van formuleren lijkt het wel of hij niet de kritiekloze aanbidder is van de alternatieve geneeskunde, die hij in werkelijkheid wel moet zijn. Hij heeft waarschijnlijk gemeend de alternatieve geneeskunde beter te kunnen dienen door zich als ‘regulier huisarts’ te afficheren en dan hoogstens een regulier huisarts die wel eens verwijst naar genezers, maar zichzelf niet meer met alternatieve geneeskunde bezig houdt.

Een dieptepunt en tevens directe aanleiding voor de toekenning van de Meester Kackadorisprijs 2004 was het verschijnen van de negende editie van zijn kwakzalversencyclopedie Geneeswijzen in Nederland. Niet alleen nam de jury aanstoot aan elk gebrek aan kritiek op de door hem beschreven geneeswijzen, maar de inhoud ervan klopte bovendien minder dan ooit: onjuiste en te hoge opgaven van de omvang van de alternatieve sector in ons land, een overschatting van aantal alternatief werkzame huisartsen en het opvoeren van Houtsmuller als een volstrekt bonafide man die een wondergenezing achter de rug heeft. Nergens maakt de auteur melding van Houtsmullers pijnlijke ‘vergissing’: het door deze zelf toegegeven feit dat hij nimmer was opgegeven of last van uitzaaiingen had gehad. De jury kan zich nauwelijks voorstellen, dat hier nog sprake is van een vergissing van de kant van de auteur: hier moet haast wel kwaadwillige opzet worden verondersteld. Dat deze arts ook nog door de Utrechtse medische faculteit in staat wordt gesteld om keuzecolleges te geven aan medische studenten, dat maakt zijn rol des te kwalijker.

Om al deze redenen heeft de jury unaniem besloten de Meester Kackadorisprijs 2004 toe te kennen aan de Zaltbommelse huisarts Paul van Dijk. Wij verzoeken de heer Van Dijk naar voren te komen om het diploma en het kunstvoorwerp in ontvangst te nemen.

Mr Th.J. Douma, voorzitter jury Meester Kackadorisprijs

Amsterdam, 23 oktober 2004

 

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij

Schrijf je in en ontvang het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij (NTtdK).

Word lid east
Kwakzalverij