Zelfmoord, maar Jurgen van Kan mag van IGJ zijn gang gaan

Een vrouw stopte na advies van natuurgeneeskundige Van Kan met antidepressiva en pleegde zelfmoord. De IGJ laat hem toch zijn gang gaan.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 5 maa 2019 | Laatste Wijziging: 5 maa 2019

Een 46-jarige vrouw heeft zelfmoord gepleegd nadat ze op advies van natuurgeneeskundige Jurgen van Kan is gestopt met antidepressiva, waarmee ze al jaren haar depressie onder controle had. In april 2018 bezocht zij natuurgeneeskundig centrum Frequence van Van Kan in het Limburgse Sibbe, vanwege rugklachten.

Acupuncturist Van Kan, die vindt dat zijn kracht vooral zit “in het helder aanvoelen van de persoon in zijn totaliteit”, liet het niet bij “diepe lichaamsmassage.” Van Kan vertelde haar dat hij goede ‘natuurlijke’ druppels had om haar antidepressiva te vervangen. Na vijf weken ging het bergafwaarts met haar, Van Kan was toen op vakantie. De vrouw begon op advies van haar huisarts weer aan de antidepressiva. Drie weken later besloot ze echter uit het leven te stappen.

In september 2018 ontving de Vereniging tegen de Kwakzalverij een verzoek van de nabestaanden of hier iets tegen te doen zou zijn. Wij antwoordden dat er een grote kans is op een verband tussen het stoppen van antidepressiva en haar zelfmoord. Wij hebben geadviseerd melding te maken bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). We hebben gewaarschuwd voor een mogelijk teleurstellende reactie van de IGJ, gezien eerdere ervaringen met een vergelijkbare melding.

We kregen - helaas - gelijk. De IGJ liet op 23 oktober 2018 weten schriftelijk contact te zullen opnemen met Van Kan. Wij wisten toen hoe het zou aflopen. Van Kan zou alle kans krijgen om terug te schrijven dat hij helemaal niet had geadviseerd om het antidepressivum te stoppen.

Acupunctuur

En dat gebeurde ook. Op 29 januari 2019 volgde de schriftelijke reactie van de IGJ. Van Kan had het volgende geantwoord op de brief van de IGJ: hij was gestart met acupunctuur en had de vrouw aangeraden om het middel ‘zenuwen’ te gebruiken. Niet als alternatief voor het antidepressivum, maar ter ondersteuning van de pijnbehandeling.

Ze was volgens hem ook niet depressief. Omdat haar energieniveau laag bleef, had hij aangegeven dat stoppen met het antidepressivum een gunstig effect kon hebben op haar gestagneerde energieniveau. Maar dat ze dit natuurlijk met haar huisarts moest bespreken, zo liet hij de IGJ weten. Toen hem later bleek dat de vrouw het antidepressivum aan het afbouwen was, had hij haar uitgelegd waarom hij dat niet verstandig vond. Tenslotte liet Van Kan aan de IGJ weten “het ten zeerste te betreuren dat zij niet duidelijk heeft kunnen maken hoe diep haar worsteling zat, waardoor er geen extra hulp voor haar ter beschikking stond.” Waarmee hij ook nog eens alle schuld bij haar legt.

De IGJ heeft Van Kan op zijn mooie woorden geloofd en heeft niet eens de moeite genomen te gaan kijken hoe Van Kan praktijk voert en of hij een dossier heeft waarin zijn beweringen staan vermeld. De IGJ constateert dat zij geen aanleiding ziet te veronderstellen dat betrokkene haar medicatie tegen depressiviteit van de therapeut ‘moest’ stoppen en dat zij geen aanleiding ziet te veronderstellen dat er een causaal verband is tussen het handelen van Van Kan en haar, voor iedereen onvoorzien, overlijden. Bovendien meent de IGJ dat Van Kan zich bewust is van de grenzen van zijn handelen. In de schriftelijke reactie meldt de IGJ de acupuncturist op zijn verantwoordelijkheden als alternatief therapeut te hebben gewezen.

Hier moeten de nabestaanden het mee doen. Hun dierbare is dood. Dit had mogelijk voorkomen kunnen worden als ze niet in de handen was gevallen van Van Kan. En de conclusie van de IGJ zou waarschijnlijk anders zijn geweest als die diepgravender onderzoek had gedaan.

Lees ook