Verzekeraars vergoeden kwakzalverij zolang het geld oplevert

Ieder jaar verdwijnen miljoenen euro’s premiegeld in de zakken van alternatieve behandelaars. Voorlopig komt daar geen einde aan.
Door: Jeffrey Stevens | Geplaatst: 11 maa 2019 | Laatste Wijziging: 11 maa 2019

Zorgverzekeraars prediken zinnige en zuinige zorg. Dat is zorg waarbij betaalbaarheid en kwaliteit hand in hand gaan. Om goede initiatieven op dit gebied te bevorderen heeft VGZ - de op één na grootste zorgverzekeraar van ons land - de zogeheten Zinnige Zorg Award in het leven geroepen. In de praktijk komt er echter maar weinig terecht van die marketingboodschap. Het zijn juist ‘de grote vier’ die kwakzalverij bevorderen.

Ieder jaar opnieuw betalen zij miljoenen euro’s voor therapieën en behandelingen waarvan wetenschappelijk onderzoek nooit enige genezende of heilzame werking heeft aangetoond. Via de aanvullende verzekering komen zaken als: acupunctuur, chiropractie en homeopathie voor vergoeding in aanmerking. Deze pakketten bevatten ook hulpmiddelen en paramedische zorg. Daarmee worden brildragers en patiënten van de fysiotherapeut gedwongen solidair te zijn met cliënten van de plaatselijke natuurgeneeskundige.

200 miljoen voor alternatieve behandelingen

In Nederland heeft het grootste deel van de mensen naast de basisverzekering ook een aanvullende verzekering (83,6%). Volgens de meest recente cijfers van Vektis, dataverzamelaar van verzekeraars, wordt er in totaal 3,9 miljard euro aan behandelaars betaald via aanvullende pakketten. Hiervan werd in 2016 5,1 % uitgegeven aan alternatieve behandelingen, in totaal gaat het om 198.9 miljoen euro. Vergoedingen voor alternatieve behandelwijzen variëren, afhankelijk van de hoogte van de premie, tussen de 30 en 75 euro per dag - met een maximum van enkele honderden euro’s per jaar. Effectiviteit is geen criterium. Het betreft hier een commerciële afweging, zo blijkt uit een rondgang van de webredactie. We stelden vragen aan Zilveren Kruis, VGZ, CZ en Menzis. Samen hebben deze concerns een marktaandeel van 86,5%. VGZ heeft als enige niet geantwoord op onze vragen.

‘Voor de aanvullende verzekering is het ontbreken van bewezen effectiviteit geen reden om het als vergoeding uit te sluiten,’ stelt woordvoerder en reputatiemanager Ceriel Thissen van CZ. ‘De basisverzekering bevat zorg die wetenschappelijk bewezen effectief is. Daarnaast kunnen we aanvullende zorgpakketten aanbieden. Door het ontbreken van de verplichte solidariteit hierbij, is het van belang om een aanvullend pakket samen te stellen waarbij de zorg in dat pakket voldoende aantrekkelijk is voor een grote groep verzekerden.’

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft hier niets over te zeggen. De overheid bepaalt alleen de inhoud van het basispakket via de Zorgverzekeringswet. In tegenstelling tot de verplichte basisverzekering zijn de aanvullende pakketten wél winstgevend. Over 2017 boekten alle verzekeraars samen een winst van 135 miljoen euro op deze dienst. Desondanks was dit niet voldoende om het verlies van 618 miljoen euro op de basisverzekering te compenseren.

Concurrentiestrijd

Wat eveneens meespeelt is de concurrentiestrijd tussen verzekeraars. Zo stelt Menzis-woordvoerder Corine Rodenburg: ‘Aanvullende verzekeringen zijn commerciële producten waar vraag en aanbod anders werken dan voor de basisverzekering. Daardoor is Menzis erbij gebaat een min of meer gelijkwaardig dekkingspakket te bieden als onze belangrijkste concurrenten. Omdat potentiële klanten zich ook oriënteren op de alternatieve behandelwijzen, en er dus vraag blijkt naar zulke producten, moet je wel kijken of je dit in je aanbod kunt opnemen.’

Daarnaast ziet Menzis ook op zorginhoudelijk gebied pluspunten. Daarover zegt Rodenburg: ‘Het is niet zo dat alternatieve geneeswijzen helemaal geen voordelen kunnen hebben voor de verzekerde. Denk dan met name aan het mentale welzijn. In de reguliere geneeskunde is het regelmatig zwart wit: iets helpt of niet en je moet er maar mee ‘dealen’ als patiënt. Maar als je ergens last van hebt, dan heb je graag de regie en het gevoel dat je iets kunt doen aan je aandoening. Alternatieve geneeswijzen geven mensen niet alleen hoop maar ook het gevoel dat ze kunnen terugvechten en alles uit de kast halen.’ Dat het hier gaat om valse hoop en dat het bezoeken van een alternatief therapeut mensen kan weghouden bij de reguliere geneeskunde, doet voor Menzis kennelijk niet ter zake.

Zilveren Kruis volgt dezelfde argumentatie als haar collega’s; ook zij zegt zich te baseren op de wens van verzekerden. Hoeveel mensen daadwerkelijk gebruikmaken van alternatieve geneeswijzen wil geen van de bedrijven zeggen omdat dit ‘concurrentiegevoelige’ informatie zou zijn. Verzekeraars beslissen zelfstandig aan welke criteria alternatieve behandelaren moeten voldoen om in aanmerking te komen voor vergoeding.

Die eisen zijn eenvoudig: je moet beschikken over een geldige AGB-code en lid zijn van een erkende beroepsvereniging. Ander goed nieuws voor de alternatief behandelaars is dat zij niet te maken hebben met het eigen risico, in tegenstelling tot bijvoorbeeld medisch specialisten. Verzekeraars sluiten doorgaans geen contracten met aanbieders van alternatieve geneeswijzen en therapieën - zij doen alleen zaken met overkoepelende beroepsverenigingen.

Beroepsverenigingen zijn de baas

Voor die verenigingen is het niet moeilijk om de benodigde erkenning te verkrijgen. Voorwaarde is dat leden moeten voldoen aan bepaalde kwaliteits- en opleidingseisen en er moet een klachtenregeling zijn. In 2013 zijn deze eisen in opdracht van een aantal verzekeraars geformuleerd door het aan de Universiteit van Leiden gelieerde PLATO-instituut. Het gaat hier om basiskennis op een soort hbo-niveau, bijvoorbeeld over de anatomie van het menselijk lichaam. Of patiënten een zinnige behandeling krijgen is geen criterium.

De accreditatie van de alternatieve opleidingen verloopt via het CPION. Opmerkelijk, want dat is een private onderneming die registreert en erkenningen afgeeft voor het ‘alternatieve circuit’. Hiermee wordt de onduidelijkheid bij het publiek alleen maar vergroot. In Nederland is de NVAO het enige wettelijke instituut dat onderwijskwaliteit bewaakt en instituten accrediteert. Eerder heeft de NVAO korte metten gemaakt met een opleiding tot alternatief therapeut aan de Saxion Hogeschool..

Verzekeraars stellen veel vertrouwen in de beroepsverenigingen. Op hun website vermelden zij met wie ze om tafel zitten. De overzichten lijken erg op elkaar. Enkele namen die geregeld voorbij komen zijn: Nederlandse Vereniging voor Acupunctuur, Collectief Alternatief Therapeuten, Vereniging ter Bevordering van Alternatieve Geneeswijze en Nederlandse Vereniging voor Kunstzinnige Therapie op antroposofische grondslag. De vraag is nu hoe strikt de beroepsverenigingen omspringen met hun toelatingsbeleid. Zij vormen tenslotte de toegangspoort naar een pot met verzekeringsgeld.

Een bezoek aan de website van de Nederlandse Vereniging Voor Acupunctuur (NVA) geeft op dat punt weinig vertrouwen. Daar staat in een nieuwsbericht te lezen: ‘Op de ledenvergadering van 7 april 2018 zijn de toelatingsvoorwaarden voor het NVA-lidmaatschap verruimd. Deze verruiming betreft de eisen die gesteld worden aan de vooropleiding. U kunt nu ook lid worden met een door CPION erkend MBK diploma van minimaal 40 ECTS (red. diploma medische basiskennis). Bovendien is tijdelijk de eis verplichte stage-uren vervallen. Vanaf 1 juni 2018 is inschrijving onder de nieuwe voorwaarden mogelijk.’ Dit bericht wekt niet bepaald de indruk dat de club van acupuncturisten de lat erg hoog legt. Opvallend is eveneens dat het verplichte aantal stage-uren ‘tijdelijk’ is vervallen.

Kassa

CZ kreeg eind vorig jaar volop aandacht in de media omdat ze een aantal alternatieve therapieën niet meer vergoedt. Ook onze webredactie schreef er een stuk over. Mooie reclame zo rond het overstapseizoen. Daarover zegt woordvoerder Ceriel Thissen: ‘Uit klantonderzoek bleek dat er een aantal behandelingen voor alternatieve geneeswijze waren, waarvan maar een kleine groep verzekerden gebruikmaakt - terwijl een hele grote groep aangeeft daarvoor niet te willen betalen. Met deze kennis hebben we onze aanvullende verzekering afgelopen jaar aangepast. Want als mensen er niet meer voor willen betalen, dan kan je daar je kop niet voor in het zand steken.’

Dit betekent echter niet dat de verzekeraar volledig stopt met onzinbehandelingen. Alleen de slecht bezochte kwakzalvers sneuvelden, omdat ze niet genoeg geld opbrachten. Het ging om: reïncarnatietherapie, craniosacraaltherapie, mesologie, energetische therapie en fytotherapie.

Menzis en Zilveren Kruis laten weten dat zij de afgelopen twee jaar niets hebben geschrapt. Tussen de verzekeraars bestaan enkele verschillen. Menzis erkent bijvoorbeeld geen verenigingen die behandelingen verstrekken op religieuze of spirituele grondslag, terwijl je bij Zilveren Kruis wél terecht kunt voor zoiets als reïncarnatietherapie.

Effectiviteit speelt geen rol van betekenis, zoveel is duidelijk. Belangrijk is dat de kassa blijft rinkelen. Wie populair is kan rekenen op een gestage stroom van premiegeld.

Lees ook