Encyclopedie: Vogel, Alfred (1902-1996)

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Zwitsers kruidenhandelaar.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

Vogel had naar eigen zeggen vanaf zijn achttiende al belangstelling voor geneeskrachtige kruiden en heeft veel bijgedragen tot de populariteit van de *fytotherapie en *homeopathie. Zijn boek De kleine dokter (1960) werd door velen gelezen. Het stond vol met allerhande volksgeneeskundige aanbevelingen uit grootmoeders tijd, onder meer een recept voor stroop van rode naaktslakken met suiker als remedie tegen zweren, maagzweren en longaandoeningen. Voor verlammingen (MS en polio) werden stierentestikels aanbevolen. Loeivers rauw gehakt van dit orgaan diende dan over de ruggengraat gewreven te worden. Sap van de Stinkende Gouwe, het klassieke levermiddel (*signatuurleer), ontbrak uiteraard niet.

Vogel was geen arts; de titel die hij voerde verwees naar een 'eredoctoraat in de medische botanie' dat hem was verleend door de California University of Liberal Physicians, een inmiddels opgeheven kwakzalversinstelling die nepdiploma's uitreikte. Bij de Vogelfabrieken is geen documentatie bekend over Vogels 'eredoctoraat'.

Een van de ontdekkingen van Vogel was de geneeskracht van de Rode Zonnehoed ('Echinacea'). De arts H.C.F. Meyer had in 1871 van een Sioux-indiaan het zogenaamde geheim van deze plant gehoord. Het zou werken tegen aambeien, bijensteken, bloedvergiftiging (een toentertijd bekend eufemisme voor geslachtsziekten), difterie, duizeligheid, eczeem, gangreen, maagklachten, malaria, migraine, pijn, reumatiek, slangenbeten, streptokokkeninfecties, tyfus, wonden en zweren. De plant bleef tot in de jaren '30 een populair middel. Na de introductie van sulfapreparaten werd dit middel zo grondig vergeten dat het in 1958 weer geheim was, althans Vogel beweerde dat hij in dat jaar van een Sioux-opperhoofd het geheim van de Rode Zonnehoed te horen kreeg: het zou werken tegen bloedvergiftiging en slangenbeten en andere kwalen. De plant wordt in de Vogelfabrieken verwerkt tot middelen die de weerstand zouden verhogen. Bewijzen daarvoor zijn nooit geleverd. De faam van de plant berust op het merkwaardige prikkelende gevoel in de mond dat ontstaat als men erop kauwt.

Literatuur
Prins, M., 'Een bezoekje aan de A. Vogeltuinen', Skepter 1995, vol. 8 (4), p. 4-6.

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

 

Naschrift maart 2010
De indiaan waar Vogel contact mee had, was waarschijnlijk Ben Black Elk die nabij Mount Rushmore met elke toerist op de foto ging. Zie: Het geheim van A. Vogel.

 

Lees ook