Encyclopedie: Tractors

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Instrumenten om ziekten uit mensen te trekken, ontwikkeld door Elisha Perkins (1741-1799).
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

De tractors waren paren taps toelopende metalen staafjes, ongeveer een handbreed lang. Ze waren van verschillende metalen (messing en ijzer, goud en zilver). Ziekten werden verwijderd door met de punt van één staafje over het aangedane lichaamsdeel te strijken. Dit was een niet geheel pijnloze bewerking, te oordelen naar spotprenten uit die tijd. Daarna werd met het andere staafje de ziekte er uit getrokken, of beter, de schadelijke perkiniaanse elektrische vloeistof die de oorzaak was van de ziekte werd afgezogen. Perkins, een chirurg die de Connecticut Medical Society had helpen oprichten, had er patent op gekregen. Dat was het eerste patent dat in de VS verleend werd voor een medisch toestel. George Washington en andere vooraanstaande Amerikaanse politici waren er enthousiast over. Helaas waren de heren medici er minder over te spreken. De Connecticut Medical Society noemde de behandeling 'bijeengesprokkeld uit de armzalige resten van dierlijk magnetisme' (*Mesmer) en royeerde Perkins in 1797. Elisha ging in 1799 naar New York om daar mee te strijden tegen de gele koorts. Zijn tractors mochten niet baten. Hij bezweek zelf aan deze ziekte.

Elisha's zoon Benjamin Douglas (1774-1810) was eveneens chirurg, met een praktijk te Londen. Hij maakte in Engeland furore met sterk gemagnetiseerde tractors. Ze kostten een fortuin (vijf guineas per paar) en de klanten stroomden toe. Een liefdadige organisatie liet zelfs een een ziekenhuis bouwen speciaal voor de perkiniaanse behandeling van armlastigen. De arts John Haygarth (1740-1827), een van de eerste epidemiologen, vertrouwde het niet. Hij was bekend met de invloed van de verbeeldingskracht op het ziekteverloop (*placebo-effect). Haygarth vervaardigde houten tractors, evenals de 'echte' tractors goud- en zilverkleurig. Hij behandelde er een aantal reuma- en jichtlijders mee, die bij de namaaktractors veel baat hadden, en niet minder dan bij de echte. Haygarth schreef er een boekje over Of the imagination, as a cause and cure of disorders, exemplified by fictitious tractors. Ook anderen mengden zich in de discussie. Zo schreef Thomas Green Fessenden (1771-1837) een boek getiteld: Terrible tractoration: a poetical petition against galvanising trumpery and the Perkinistic institution (2de dr. 1803). De perkinianen waren uiteraard niet overtuigd. Ze lieten weten dat de echte tractors ook op dieren werkten, maar die van hout niet (wat dat betreft is er niet veel veranderd, want aanhangers van *acupunctuur en *homeopathie beweren heden ten dage precies hetzelfde). Het vermocht geen indruk te maken, en Perkins junior verliet uiteindelijk Engeland met medeneming van ongeveer 10.000 pond. Hij bracht zijn laatste jaren in Pennsylvania door.

 

Literatuur
Armstrong, D. en E.M., The great American medicine show. New York, 1991.
Barrett, S., en W.T. Jarvis (red.), The health robbers. Buffalo, 1993.
Bynum, W.F., en R. Porter, Companion encyclopedia of the history of medicine. Londen, 1993.
MacKay, C., Extraordinary popular delusions & the madness of crowds. New York, 1980 (1e druk Londen 1841, 2e herz. dr. 1852).
Young, J.H., The medical messiahs; a social history of health quackery in twentieth-century America. Princeton, 1992b (1ste dr. 1967). 

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

 

Lees ook