Encyclopedie: Moerman, Cornelis (1893-1988)

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Nederlands arts, vooral bekend vanwege zijn 'moermandieet' (*dieet) dat zou helpen tegen kanker.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 15 feb 2016

Moerman werd na zijn studie te Leiden huisarts in Vlaardingen. Hij experimenteerde met duiven, en kwam tot de conclusie dat bij deze dieren geen kanker voorkwam, ook niet nadat hij ze met kankercellen had ingespoten. Elders las hij dat Franse wijnbouwers bijzonder weinig last hadden van kanker, en zo kwam hij tot zijn 'moermandieet', gebaseerd op de aanwezigheid van acht volgens hem uiterst belangrijke stoffen: jodium, zwavel, ijzer, citroenzuur, gist en de vitamines A, C en E. Een ander onderdeel van zijn redenering was dat gedurende de Duitse bezetting in de periode 1940-1945 de mensen steeds gezonder gingen eten (geen wittebrood, margarine, suiker, vlees) en dat daardoor de kankersterfte zo tegen 1945 in Den Haag een dieptepunt bereikte. Dat mensen misschien wel door gewone ondervoeding aan iets anders doodgingen, nam hij niet in overweging. 

Moerman ontwikkelde ook een geheel eigen methode om vast te stellen of iemand gevaar liep kanker te krijgen of al te hebben. Hij lette daarbij niet alleen op vermagering, verminderde eetlust en kanker in de familie (waar nog iets voor te zeggen is), maar ook op eeltvorming op de voetzolen, brokkelige nagels, dof haar, oedeem, bloedend tandvlees, onfrisse adem, trek in zuur voedsel, blauwe plekken, en de symptomen van wat tegenwoordig wel het chronisch vermoeidheidssyndroom (*myalgische encefalomyelitis) heet. Wie veel van zulke 'symptomen' had, verkeerde volgens hem al in het precancereuze stadium. Ook in dit stadium kon het dieet goede diensten bewijzen. 

Geheel in de lijn van andere vormen van *alternatieve geneeskunde worden tal van andere narigheden (angina pectoris, astmatische bronchitis, depressiviteit, eczeem, hoge bloeddruk, kinderloosheid, maagzweer, migraine, multiple sclerose, open been, oogaandoeningen, pijn, reuma, schizofrenie, verstopping) met dit dieet behandeld. Ook worden de gebruikelijke lamentaties aangeheven dat de goeroe een miskend genie zou zijn, ditmaal een tweede *Semmelweis

Naar eigen zeggen genas Moerman in 1940 zijn eerste patiënt, en in de jaren daarna ontstond een ruime schare toegewijde volgelingen. De medische wereld was echter minder onder de indruk. Achtereenvolgende onderzoeken op basis van patiëntengegevens (door de commissie van C.H. Delprat in 1956 en de commissie van R. Drion, begin jaren '70) kwamen tot de conclusie dat er geen reden was om in de effectiviteit van deze therapie te geloven. Het rapport-Delprat merkte ook op dat duiven en Franse wijnboeren wel degelijk kanker krijgen. Een rapport van een commissie van drie (waaronder twee moermanartsen) gepubliceerd in november 1991 was qua toonzetting positiever, maar qua resultaat even bedroevend. Zo moeten naar schatting 100.000 patiënten dit dieet geprobeerd hebben, waarvan er 384 gemeend hebben erdoor genezen te zijn. Het rapport liet hier 21 gevallen van over, op soms dubieuze gronden (zo is bijvoorbeeld niet in alle gevallen zeker of de diagnose 'kanker' wel klopte). Al met al houdt dit in dat het aantal genezingen bij het moermandieet niet duidelijk groter is dan het te verwachten aantal spontane genezingen -- hoewel schattingen wat dat betreft nogal uiteenlopen. In elk geval bleef onbelicht hoeveel van die 100000 patiënten door hun vertrouwen in het dieet een effectieve therapie zijn misgelopen. 

Sinds dit laatste onderzoek lijkt de ooit zo verontwaardigde en triomfantelijke toon van de Moermanartsen en van zijn 'geredde' patiënten enigszins getemperd. Een voorbeeld – anekdotisch uiteraard – van hoe men ten onrechte een optimistisch beeld van de eigen methode kan krijgen, is dat van de moermanarts die uit het wegblijven van een patiënt had geconcludeerd dat deze genezen was, terwijl deze in werkelijkheid was overleden. 

Het is niet onaannemelijk dat het regelmatig eten van behoorlijke porties groente en fruit de kans op het krijgen van kanker met enkele procenten kan verminderen. (De kans op het krijgen van kanker ligt rond de 25%.) Dit is echter heel wat anders dan de bewering dat een dieet nog helpt als men eenmaal kanker heeft. 

Moerman hield er niet alleen curieuze medische ideeën op na. Zo publiceerde hij in 1956 het boek De wedergeboorte van het Christendom, waarin hij waarschuwde voor de grote *joodse samenzwering. Hij schreef dat de joden 'als kankercellen de wereld overwoekeren' en dat zij de 'zuiverheid van het ras bedreigden'. 

Literatuur
Bügel, P., 'Het einde van de droom', Skepter 1992a, vol. 5 (1), p. 1-2.

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

Naschrift februari 2009

In oktober 2000 werd bekend gemaakt dat Moerman naar het oordeel van de VtdK op de eerste plaats stond van de lijst van 20 kwakzalvers van de 20ste eeuw.
Zie hiervoor het artikel Plaats 1: Moerman, C.
Andere artikelen op deze site over Moerman zijn: Moerman en Houtsmuller, en Omzien naar Moerman.

De hele bundel getiteld 'Genezen is het woord niet' is op de site van Skepsis down te loaden.

Lees ook