Encyclopedie: Lourdes

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Stadje in Zuidwest-Frankrijk aan de voet van de Pyreneeën, waar in 1858 Maria in totaal achttien keer zou zijn verschenen aan het boerenmeisje Marie-Bernarde Soubirous (1844-1879).
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

De ietwat achterlijke, ongeletterde Marie-Bernarde (na 1933 de heilige Bernadette) had het aanvankelijk (in het lokale dialect) over aquerò ('den dieën'), en pas na uitgebreide gesprekken kwamen lokale vrome dames tot de conclusie dat het om Maria ging. De plaatselijke pastoor, Dominique Peyremale, geloofde er allemaal niets van. De beperkte geestelijke vermogens van de zieneres (die tevens kort daarvoor een zeer geliefde oudere zuster had verloren) hebben de Lourdesdevotie altijd parten gespeeld – alhoewel sommigen dat juist als een teken van betrouwbaarheid beschouwen. De Moeder Gods wees een bron aan waarin Marie-Bernarde zich moest wassen en waaruit ze moest drinken (over een genezende werking repte ze met geen woord).

Tijdens de zevende verschijning (Marie-Bernarde wist inmiddels veel meer over Maria en haar eigenaardigheden, en haar conversaties met een onzichtbare Maria werden inmiddels door vele nieuwsgierigen bijgewoond) vertelde de zieneres dat Maria haar drie geheimen had toevertrouwd die ze niet verder mocht vertellen. Een onderzoekscommissie moest constateren dat ze zelfs niet bereid was de paus daarvan op de hoogte te brengen, en Bernadette heeft de geheimen ook nooit onthuld. Bij een van de laatste verschijningen zou Maria gezegd hebben: 'Ik ben de onbevlekte ontvangenis.' Pastoor Peyremale merkte meteen op dat dit niet kon kloppen. De onbevlekte ontvangenis was en is de rooms-katholieke lering dat Maria vanaf het eerste ogenblik van haar bestaan, vanaf haar conceptie dus, vrij was van erfzonde. Deze leer was in 1854 tot dogma verheven, wat betekent dat alle rooms-katholieken sindsdien verplicht zijn hierin te geloven (verreweg de meeste rooms-katholieken zijn hier nog niet van op de hoogte, en verwarren dit dogma met het veel oudere dogma van de maagdelijke geboorte van Jezus). Bij de volgende verschijning herstelde de Moeder Gods de fout: ze was 'de maagd van de onbevlekte ontvangenis'.

In 1866 ging Bernadette naar een klooster te Nevers, waar ze betrekkelijk jong stierf. (Bij een inspectie van het graf dertig jaar later zou zijn gebleken dat ze er voor een dode nog opvallend fris bijlag; 'uitgeteerd' om precies te zijn). Het Vaticaan voelde zich blijkbaar niet door Maria in de kou gezet, want daar werd Lourdes al vrij snel erkend. Men houdt zich traditioneel echter altijd een beetje op een afstand bij dergelijke oorden. Het duurde tot 1983 voordat er een paus kwam kijken (en dat was de aan Maria verknochte Johannes Paulus II).

De verschijningen te Lourdes vonden plaats in een tijd waarin Mariaverschijningen veel belangstelling trokken (Parijs, 1830; La Salette, 1846) en waarin de Mariadevotie mede daardoor sterk opleefde. Maar van alle plaatsen waar Maria zich vertoonde werd Lourdes en dan vooral de door Maria aangewezen bron al spoedig het populairste bedevaartsoord. De Lourdenaren moesten aanvankelijk niets van pelgrims weten en hadden de bron met een hek afgesloten. Het verhaal gaat dat keizer Napoleon III (1808-1873) daar persoonlijk een eind aan maakte. Zijn zoon was op een gegeven moment in de streek en kreeg last van een zonnesteek. Een van zijn gouvernantes spoedde zich naar Lourdes om genezend water te halen en Zijne Keizerlijke Hoogheid kwam er weer bovenop. Zijn vader telegrafeerde vervolgens aan burgemeester en wethouders: à bas les barricades! (weg met die hekken!) en vanaf dat moment was er geen houden meer aan.

Na de val van de keizer en het uitroepen van de Derde Republiek in 1870 kreeg Lourdes een nationale functie. Het dorp met zijn wonderen en geneeskrachtige bronwater (uit een door Maria aangewezen bron) vormde voor de Kerk een belangrijk wapen in de strijd tegen de seculiere Franse staat, en daaraan heeft Lourdes weer haar bloei, haar grote hospitalen en de Basilique de la Rosaire, die in 1888 boven op de bron verrees, te danken. Tegen het eind van de eeuw, toen de spanningen tussen klerikalen en antiklerikalen (met grappen zoals die van Léo *Taxil) hoog opliepen, gold een bezoek aan Lourdes als een uiting van protest tegen de 'atheïstische' republiek.

Het aantal zieken dat jaarlijks de stad bezoekt om troost, verlichting of genezing te vinden loopt nog steeds in de tienduizenden, en het aantal nieuwsgierige toeristen dat de met Maria-prullaria volgestouwde winkels met eigen ogen wil zien, in de miljoenen. Het oord heeft 400 hotels en een internationaal vliegveld. Lourdes heeft ook nog steeds een grote naam op het gebied van wondergenezingen, maar er vinden eigenlijk maar heel weinig wonderen plaats. Dat is voor een groot deel te danken aan de werkzaamheden van het Internationaal Medisch Comité Lourdes (CMIL) dat alle berichten natrekt en uiterst streng controleert. Mocht het CMIL besluiten dat er inderdaad iets wonderlijks gebeurd is, dan is het nog aan de rooms-katholieke kerk om te besluiten of het écht een wonder was.

De stand in 1984 was 64 wonderen in 100 jaar. Een onderzoek in 1957 door Donald J. West van elf toenmaals recente gevallen leverde geen enkele medisch onverklaarbare genezing op. Tussen 1954 en 1984 zijn er ten minste vier officiële wonderen die waarschijnlijk niets anders zijn dan (op zijn best) gevallen van multiple sclerose -- een ziekte die bekendstaat om de grote verbeteringen die een patiënt (tijdelijk) kan ondergaan. In ten minste een van die vier gevallen is het niet zeker dat de gerapporteerde verlammingsverschijnselen wel een organische oorzaak hadden. De documentatie van wonder 63 (uit 1963) klopt niet: de betrokken patiënt kwam het ziekenhuis binnen met een enorm gezwel op de bil waardoor hij pijn had en niet kon lopen. Volgens het officiële rapport zou hij ruim een maand alleen vitamines hebben gekregen voordat iemand op het idee kwam eens een röntgenfoto te maken en een biopsie te doen. Hij bleek kanker te hebben en verbleef (nog steeds volgens het officiële rapport) daarna nog een vol jaar in het ziekenhuis zonder enige medicatie behalve vitamines en pijnstillers, voor hij besloot als laatste redmiddel naar Lourdes te gaan, alwaar hij genas. Niet alleen is er wel een dozijn analoge spontane genezingen beschreven, maar voor een officieel wonder mag er geen medicatie voor de ziekte zijn gebruikt, en dat is buitengewoon ongeloofwaardig in dit geval. En het geval van een genezing van een vrouw met Budd-Chiari-syndroom (blokkade van bloedvaten in de lever) dat in 1963 officieel tot wonder werd verklaard is wel erg schrijnend: zeven jaar later stierf de vrouw aan deze ziekte.

Literatuur
Berger, A. en J., The encyclopedia of parapsychology and psychical research. New York, 1991.
Cornwell, J., Powers of darkness, powers of light. Londen, 1991.
Nickell, J., Looking for a miracle. Amherst, 1996a.
Randi, J., The faith healers. Buffalo, 1987.
Sox, D., Relics and shrines. Londen, 1985.
Webb, J., The occult underground. La Salle, 1974.

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

Naschrift november 2009

Ook nog aanbevolen: Ruth Harris, Lourdes: Body and Spirit in the Secular Age. Londen 1999, vertaald als: Lourdes: Geschiedenis van een religieus fenomeen. 1999, Amsterdam. Een der spectaculairste Lourdeswonderen vond niet in Lourdes zelf plaats, maar in een van de vele imitaties van de Lordesgrot in België, namelijk die te Oostakker. Voor een beschrijving daarvan zie: Heeft de dokter gejokt? De wondergenezing van Pieter de Rudder, Skepter 21.2 ('winter 2008'), p.45-46, door Jan Willem Nienhuys.

Wikipedia's artikel is bijzonder uitvoerig en het verwijst naar een apart artikel over de Lourdeswonderen.

 

 

Lees ook