Encyclopedie: Kwakzalverij

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Volgens het Woordenboek der Nederlandse taal (1916) is een kwakzalver: Iemand die nuttelooze middelen toepast ter genezing van een of andere ziekte of middelen beweert te kennen tegen alle mogelijke ziekten, ofwel iemand die zulke middelen, inzonderheid met veel ophef, te koop biedt.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 15 feb 2016

Het woord is zeer oud, en is overgenomen door het Engels en Duits. Of het van 'kwakken' (eendengeluid, beuzelachtig geklap etc.) of 'kwakken' (zwak zijn, onzeker of knoeierig te werk gaan, vergelijk kwakkelen) komt, is niet meer te achterhalen. Het is dus *alternatieve geneeskunde, met de duidelijke bijbetekenis van onkunde, bedrog en opschepperij, en bevat daarmee ook een moreel oordeel.

In de praktijk is opzettelijke misleiding buitengewoon moeilijk te bewijzen. Mensen kunnen van de meest wonderlijke ideeën vast overtuigd zijn. Is iemand die begonnen is met zichzelf te bedriegen wel een oplichter? Het gaat erom of de betrokkene
- er zijn beroep van maakt en er geld voor vraagt;
- probeert zieken te genezen of hun lijden te verzachten;
- de hiervoor vereiste deskundigheid niet heeft.

Van een deskundige mag geëist worden dat die niet alleen precies weet welke behandelingen een deugdelijke basis hebben, maar ook dat hij of zij geen andere gebruikt, uitzonderingen daargelaten. Proeven doen met patiënten (d.w.z. behandelingen geven waarvan het bewijs van deugdzaamheid nog onvoldoende is) moet met behoorlijke voorzorgsmaatregelen omgeven zijn. Als men een *placebo geeft, hoort dat weloverwogen te gebeuren.

Met deze criteria is het tamelijk makkelijk om kwakzalvers te herkennen. Bij geneesmiddelen is ook wel eenvoudig na te gaan of de werkzaamheid en veiligheid wel voldoende grondig zijn vastgesteld. Alleen is bij bijvoorbeeld artsen en tandartsen de vereiste deskundigheid niet eenvoudig vast te stellen. Als ze een vorm van alternatieve geneeskunde toepassen is het echter weer wel makkelijk. Bovendien verschaft het Woordenboek nog wat extra aanwijzingen:

- beweren ze dat ze heel veel problemen met één enkele methode op kunnen lossen? Aambeien, aids, kanker, multiple sclerose, reuma, tuberculose en zwaarmoedigheid? Kwakzalverij!
- maken ze veel ophef? Laten ze goed merken dat ze Bekende Nederlanders of erger behandelen? Adverteren ze in huis-aan-huis-bladen met hun wonderkuren? Deponeren ze glanzende veelkleurige 'tijdschriften' ongevraagd in brievenbussen en organiseren ze dagtochten per trein naar hun tempels? Organiseren ze patiëntenprotesten als hun omzet bedreigd wordt? Halen ze vooraanstaande geleerden aan voor extra steun? Kwakzalverij!
- hebben ze het erover dat ze in navolging van zeer oude meesters de hele mens holistisch behandelen, uiteraard in tegenstelling tot hun concurrenten, en dat zij als geen ander er rekening mee houden dat elke klant een volstrekt uniek geval is? Ook in dit geval moet getwijfeld worden aan de medische kennis van de wonderdoener in kwestie, want de gewone dokter doet niets anders dan hele mensen behandelen, en kan dat juist omdat mensen en hun ziekten toch voldoende op elkaar lijken om wat te hebben aan ervaringen met andere patiënten.

Details over de *iatrosofie en andere alternatieve geneeswijzen vindt men elders. Een recent Nederlands voorbeeld van kwakzalverij is de zogeheten *aqua-tilis-methode.

Getuigen

De VS hebben een aantal schrijnende voorbeelden geleverd van kwakzalverij. In 1908 vond een proces plaats tegen de maker van een geneesmiddel geheten Cuforhedake Brane-Fude, een drankje dat bestond uit circa 25% alcohol met acetanilide, dat volgens de aanklacht bij langdurig gebruik dodelijk was. Uiteindelijk kreeg de fabrikant een boete van 700 dollar (hij had twee miljoen verdiend) omdat de naam toch te sterk 'Cure for headache – brain food' suggereerde.

In 1922 ondernam de Amerikaanse overheid actie tegen het medicijn B&M. Dit middel was oorspronkelijk een paardenwrijfmiddel voornamelijk bestaande uit terpentijn, ammoniak en rauwe eieren, later met kleine toevoegingen zoals een snuifje formaldehyde en mosterdolie. Dit werd aanbevolen tegen longontsteking, bronchitis, astma, reumatiek, buikvliesontsteking, *neurasthenie, bloedvergiftiging (een eufemisme voor geslachtsziekte), verstuikte enkels, kanker, maar vooral tegen de 'witte dood', tuberculose. (Meer over wrijfmiddelen: *Vereniging tegen de Kwakzalverij.) De kwakzalver kon niet veroordeeld worden, want de wet vereiste dat opzettelijk bedrog bewezen moest worden. Zolang de kwakzalver aannemelijk kon maken dat hij er zelf in geloofde, faalde het Openbaar Ministerie. Bovendien produceerde de fabrikant hele stoeten van mensen die getuigden dat ze min of meer van de dood gered waren door B&M. Pas in 1932 lukte het de kwakzalver te veroordelen. De kwakzalver had een vrouw geld gegeven voor een getuigschrift, maar ze was al stervende aan tuberculose op dat ogenblik. Hij had bij zijn reclame bedankbrieven gebruikt van mensen die overleden waren. Aan tuberculose. En van mensen die niets hadden gemankeerd. Als getuige voor de verdediging verscheen een man om te zeggen dat het spul hem van tuberculose had genezen, maar in het getuigenbankje kreeg hij het nieuws te horen dat hij stervende was in het laatste stadium van tering. Hij barstte ter plekke in snikken uit. Zo waren er meer. Na tien jaar hard werken had de Food and Drug Administration (FDA) eindelijk voor elkaar gekregen aan te tonen dat de kwakzalver loog toen hij zei dat hij zelf geloofde in zijn middel.

Een eerdere actie (1913) ging tegen een ander middel, Radam's Microbe Killer. Het was ontwikkeld door een straatarme Texaanse tuinman, die steenrijk te New York was overleden. Het bestond uit water met 1% zwavelzuur, aanbevolen tegen difterie, gele koorts, hoofdpijn, kanker, keelpijn, lepra, mazelen, malaria, pokken, tuberculose en wormen, en verrichtte zijn zegenrijke arbeid door het vrijmaken van desinfecterende gassen die in het hele lichaam doordrongen. Hier had de FDA wel direct succes. Ondanks de in 47 delen gebonden brieven van dankbare patiënten, kon de jury niet geloven dat de producent oprecht meende dat het etiket op zijn flessen de waarheid sprak.

James Harvey Young vertelt het verhaal van Harry Mathias Hoxsey. Deze begon in 1936 een geneesmiddel tegen kanker te verkopen. Het was een soort hoestsiroop plus laxeermiddel met een paar plantaardige bestanddelen zoals alfalfa en klaver. Later richtte hij ook klinieken op waarin hij de mensen afraadde zich te laten bestralen. Hij paste bijtende middelen toe tegen huidkanker. Gerechtelijke acties bestreed hij door zijn bevriende klanten honderdduizenden brieven te laten schrijven naar het Capitool.

Ook hier weer hetzelfde liedje: zijn getuigschriften deugden niet. In 1950 bleek bij een rechtszitting dat de patiënten die zogenaamd genezen waren in drie groepen verdeeld konden worden: zij die nooit kanker hadden gehad, zij die kanker hadden gehad en die genezen waren na bestraling en/of chirurgie, en zij die nog steeds kanker hadden. Na vier jaar juridisch touwtrekken werd het Hoxsey verboden om zijn hoestsiroop te versturen, maar zijn kliniek bleef gewoon lopen als een lier.

De FDA nam in 1956 een wanhopige maatregel. In alle postkantoren werden posters met waarschuwingen opgehangen, en in alle buurtkrantjes werd geadverteerd dat iedereen die naar Hoxsey wou gaan bij de FDA kon vragen om nadere inlichtingen. Dat hielp. Dagelijks kwamen er honderden vragen om inlichtingen en de actie moet Hoxsey duizenden klanten gekost hebben. Toen Hoxseys kliniek in 1960 uiteindelijk sloot had de FDA een kwart miljoen dollar aan kosten gemaakt.

Er zijn meer van zulke voorbeelden: kwakzalvers beschikken altijd over grote hoeveelheden getuigschriften van dankbare klanten. Daar zullen er wel bij zijn die echt ziek waren en daarna hersteld, maar aangezien veel ziekten vanzelf overgaan of een wisselend beloop hebben zit zelfs daar veel illusie bij.

De klanten van kwakzalvers zijn lang niet altijd ongeschoolde eenvoudige lieden. Het profiel van de consument van alternatieve geneeskunde is juist iemand die de dure alternatieve zorg wel kan betalen en dan ook behoorlijk opgeleid en van middelbare leeftijd is. De alternatieve geneeskunde is in veel gevallen niet alternatief in de letterlijke zin, want degenen die er gebruik van maken lopen de deur van de gewone dokter ook plat, vaak met psychosociale problemen. Kwakzalverij en alternatieve geneeskunde zijn deels het gevolg van onbetaalde rekeningen van de gewone geneeskunde. Deze schiet vaak onbedoeld tekort in voorlichting en begeleiding van patiënten. Aan de andere kant, ook buiten de geneeskunde verwerven wonderdoeners en wijzen veel volgelingen, dus oorzaken van de verbreiding van kwakzalverij liggen niet noodzakelijk bij de geneeskunde alleen.

De wet kan weinig tegen kwakzalvers beginnen. Aan de Amerikaanse voorbeelden is te zien hoeveel moeite het kost om opzettelijk bedrog aan te tonen. De mogelijkheid om iets te doen nadat er slachtoffers zijn gevallen is ook heel beperkt. In de moderne geneeskunde is in afzonderlijke gevallen vrijwel nooit met wetenschappelijke zekerheid te zeggen dat de gegeven behandeling de genezing heeft veroorzaakt. Daar staat tegenover dat evenzeer in afzonderlijke gevallen niet met juridische zekerheid is vast te stellen dat een ernstig zieke door een kwakzalversbehandeling (eerder) is overleden.

Het medisch tuchtrecht is in bepaalde zin veel strenger dan de strafrechter, maar de tuchtrechter beoordeelt alleen artsen, en baseert het oordeel of wat een arts al dan niet gedaan heeft uitsluitend op medische gronden. Wat een arts in zeldzame gevallen voor de tuchtrechter aan kwakzalversideeën te berde brengt wordt simpelweg als warme lucht beschouwd.

Literatuur
Young, J.H., The medical messiahs; a social history of health quackery in twentieth-century America. Princeton, 1992b (1ste dr. 1967).

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

 

Lees ook