Encyclopedie: Iriscopie

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Methode om ziekten te ontdekken door het kijken naar de iris.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

De iriscopie werd aan de wereld geopenbaard in het jaar 1866, toen de Hongaar Ignaz von Péczely een boek over dit onderwerp het licht deed zien. Zoals wel meer gebeurt in de *alternatieve geneeskunde berustte deze methode op één enkele waarneming. In dit geval betrof het een uil die de attenties van de tienjarige Ignaz die hem net gevangen had niet op prijs stelde. Tijdens dit conflict van zienswijzen brak de uil een poot, en toen zag de jeugdige vogelvriend opeens een zwart plekje in het oog van de uil dat hem tevoren nog niet was opgevallen. Zo werd de iriscopie geboren. Een latere poging om een jaar of twee geneeskunde te studeren mocht niet baten. Von Péczely bleef behept met het idee dat men aan de gekleurde ringen rond de pupillen de toestand van alle organen kon aflezen, in wezen hetzelfde idee als dat van de *reflextheorie. Hij beweerde dat hij – zoals een wetenschapper betaamt – zijn oorspronkelijke waarneming herhaald had door twee konijntjes de poten te breken en weer die zwarte punten te zien. In het begin van de 20ste eeuw werd de iriscopie in Duitsland als kwakzalverij beschouwd, maar onder de nazi's werd deze methode van hogerhand krachtig bevorderd.

De iriscopie bedient zich van ongeveer 20 verschillende kaarten die elkaar tegenspreken. Uit de fysiologie en anatomie is niets bekend wat de iriscopie zou kunnen verklaren. Niettemin heeft de medische stand, ruimhartig als deze is, diverse proeven met iriscopie gedaan. De bundel van Oepen over alternatieve geneeskunde noemt er 56, waaronder een groot onderzoek in de VS waarbij de aanvoerder van de Amerikaanse iriscopisten betrokken was, de chiropractor Bernard Jensen (*chiropraxie). Een onderzoek uit 1989 van de Maastrichtenaar Paul Knipschild wordt ook genoemd. Diens onderzoek liet zien dat zelfs bij een diagnose die de iriscopisten naar eigen zeggen makkelijk kunnen stellen, de resultaten niet met elkaar overeenstemmen, laat staan met de werkelijkheid. Al deze onderzoeken vielen negatief uit: iriscopisten kunnen geen diagnoses stellen. De Australiër Cockburn vroeg in 1981 iriscopisten eens te kijken naar enkele paren irisfoto's. De meeste waren genomen voor en na een ernstige acute aandoening. Het enige paar foto's waar de ogenkijkers een verandering in bespeurden was van het controlepaar, die met een tussenpoos van een paar minuten genomen waren.

Iriscopisten hebben de gewoonte om ernstige diagnoses te stellen, waarmee ze hun klanten behoorlijk de stuipen op het lijf kunnen jagen.

Literatuur
Dern, N., H.-J. Müller, en I. Oepen, 'Neue Daten und Argumente zur Irisdiagnose'. In: Oepen, I., (red.), Unkonventionelle medizinische Verfahren. Stuttgart, 1993.
Federspiel, K., en V. Herbst, Die andere Medizin. Berlijn, 1992 (4de druk 1996).
Knipschild, P., 'Irisdiagnostik unter der Lupe', Skeptiker 1989, vol. 1 (3), p. 4-8.
Prokop, O., en W. Wimmer, Der moderne Okkultismus. Stuttgart, 1987.
Worrall, R.S., 'Iridology; diagnosis or delusion'. In: Stalker, D., en C. Glymour (red.), Examining holistic medicine. Buffalo, 1989.

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

Naschrift september 2009

Een zeer grondig artikel door Dirk Koppenaal is te vinden op de website van Skepsis: Blinde diagnose: Iriscopie onder de loep. Afbeelding rechts: Ignác op 15-jarige leeftijd.

Bovenstaande verhaal over de carrière van Péczely (Hongaarse naam Péczely Ignác, 1826-1911) is niet helemaal accuraat. Pas toen Péczely aan het behandelen was, 'herinnerde' hij zich zijn beleving met de uil. Hij ging geneeskunde studeren om geen last te hebben van allerlei aantijgingen van kwakzalverij, en behaalde inderdaad in 1868 het artsdiploma, overigens zonder examen te doen, wat ongebruikelijk was, zelfs in die tijd.

S. Seligmann (1910, p.134) schrijft over Péczely: 'Péczely was oorspronkelijk technicus, had vervolgens een praktijk als wonderdokter, en kwam daardoor vaak in conflict met de autoriteiten en artsen. Omdat dit hinderlijk voor hem begon te worden, en hij hoopte in de vermomming van arts ongestraft verder te kunnen zwendelen, studeerde hij op de leeftijd van 36 jaar vier semesters geneeskunde en voorzag zich zowaar in Wenen van een doctorstitel [i.e. een artsdiploma] en werkte gewoon als homeopaat en oogdiagnosticus verder. Hij ontving toen een aanmaning van het ministerie om het bedrog met de oogdiagnose te stoppen. Toen ook dit niet hielp, begonnen de kranten hem te achtervolgen. De arme onschuldige martelaar werd snel populair.'

Fritz Salzer (1926, p.30-33) doet verslag van een onthullend document. Het is een brief van een inmiddels overleden arts, die deze in 1888 of 1889 aan zijn vader (een achtenswaardige homeopaat) had geschreven. De vader had zijn zoon speciaal naar Boedapest gestuurd om eens poolshoogte te nemen bij Péczely. De briefschrijver verzucht 'Is Dr. P. een gewone bedrieger of is hij gek? Misschien een mengeling van beide, maar ik neig naar het eerste..'

G. Jentzsch (1964) meldt dat Péczely zich pas het uilincident herinnerde toen hij bij een man zo'n streep in de iris opmerkte.

Nicola Dern vermeldt in haar dissertatie (1984) dat Ignaz von Péczely toen hij nog technicus was, assisteerde in de homeopathische praktijk van zijn zwager Guljas. Nadere details over Péczely zijn in het Hongaars beschikbaar op de Hongaarse Wikipedia. Daar staat dat hij nadat hij gewond was geraakt in de slag bij Trnava (14 december 1848) tijdens de mislukte Hongaarse opstand van 1848-1849, daarna allerlei baantjes had, onder meer als leraar aan een middelbare school, tot hij in de homeopathische praktijk van zijn zwager Gulyás János ging werken. Dat was toen daar een nieuwtje, en al spoedig verkreeg hij een faam als wonderdokter. Een van zijn beroemde patiënten was de bekende dichter Madách Imre. In deze tijd zou hij op het idee van oogdiagnose gekomen zijn.

De datum 1866 in de aanhef van dit artikel van het boek van Péczely is ontleend aan Worrall, die nogal onwaarschijnlijk een Engelse titel opgeeft, die verschenen zou zijn bij een Oostenrijks-Hongaarse drukkerij. Andere bronnen geven echter 1880. De titel van het boek is: Felfedezések a természet- s orvosi tudomány terén. Az idült betegségek. Utmutatás a szemekbőli kórisme tanulmányozásához, wat vertaald ongeveer betekent: Ontdekkingen in de natuurlijke en medische wetenschap. Chronische ziekten. Leidraad voor de oogdiagnose.

 

Aanvullende literatuur
S. Seligman, Augendiagnose und Kurpfuschertum, Berlijn 1910.
Fritz Salzer, Augendiagnose und Okkultismus, München, 1926.
G. Jentzsch, Über die Irisdiagnose, In: O. Prokop. Medizinischer Okkultismus, Jena, 1964, p. 31-53.
Nicola Dern, geb. Haas, Über die Irisdiagnostik (dissertatie), Marburg, 1984.

Lees ook