Encyclopedie: Hahnemann, Christian Friedrich Samuel (1755-1843)

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Duits arts, grondlegger van de *homeopathie.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 1 jun 2009 | Laatste Wijziging: 15 feb 2016

Samuel Hahnemann was in 1779 na hard studeren arts geworden. In zijn studententijd had hij bijverdiend door medische en scheikundige geschriften te vertalen, en als arts ging hij daar mee door. Vaak voegde hij uitvoerige kritische aanvullingen aan de vertalingen toe. Uit zijn commentaar blijkt dat hij scheikunde, hygiëne en dieet hoger aansloeg dan wat de medische stand in zijn dagen aan kuren te bieden had, en dat hij ook veel meer van scheikunde wist dan zijn collega's. Omstreeks 1790 gaf hij zijn dokterspraktijk op, en wijdde zich geheel aan vertalen en publiceren. Bij een van die vertalingen stuitte hij op de bewering van de Schotse arts William Cullen (1710-1790) dat kinabast de maag zou versterken. Cullen dacht dat je daarom met kinabast malaria kon genezen. Hahnemann besloot Cullens bewering te controleren door zelf kinabast in te nemen. Tot zijn verrassing kreeg hij alle symptomen van 'wisselkoorts': hartkloppingen, angst, beven, roodheid van het gelaat, dorst et cetera.

Wat er toen echt gebeurd is weten we niet. Was hij mogelijk door een eerdere behandeling met kinabast overgevoelig geworden voor dit middel? In elk geval werd in die tijd verhoogde temperatuur niet opgevat als onderdeel van het begrip 'koorts', laat staan dat de lichaamstemperatuur gemeten werd. Dit effect van kinabast is vrijwel nooit bij andere personen aangetroffen. Uitvoerig onderzoek op dit gebied dateert al van 1801.

Voor Hahnemann was deze ontdekking een keerpunt. Hij had een universeel beginsel ontdekt. Een koortsziekte wordt verdreven door een kunstmatige koorts. Alle ziekten, met name chronische ziekten, kunnen worden genezen, dacht hij, door het geven van een middel dat kortstondig gelijkende symptomen opwekt en daarmee de 'echte' ziekte als het ware wegjaagt.

Hahnemann maakte een reeks denkfouten die heden ten dage nog steeds gemaakt worden:

- één geval bewijst niets;
- zelfs als de waarneming (kinabast geeft bij gezonde mensen wisselkoorts) zou kloppen, volgt daar niet uit dat dit de verklaring is van de geneeskundige werking van kinabast;
- zelfs als dit bij kinabast toevallig de verklaring zou zijn, volgt niet dat dit de universele verklaring van de werking van alle geneesmiddelen is.

In 1796 publiceerde Hahnemann zijn eerste artikel over zijn nieuwe methode: Versuch über ein neues Prinzip zur Auffindung der Heilkräfte der Arzneisubstanzen, nebst einigen Blicken auf die bisherigen. Dat was hetzelfde jaar waarin Edward Jenner (1749-1823) de koepokinenting ontdekte – een ontdekking waar Hahnemann grote bewondering voor had.

Toen Hahnemann in 1810 zijn Organon publiceerde, was zijn systeem in grote trekken af. Het was in wezen een vitalistisch systeem, in de trant van de *Naturphilosophie. Ziekte heeft één oorzaak, verstoring van de levenskracht, net zoals Galenus verstoring van het evenwicht van de *humoren als oorzaak van alle ziekten had gezien. De middelen hebben in wezen een geestelijke, magnetische kracht, die niet minder wordt door verdunnen, integendeel, door de combinatie van schudden en verdunnen wordt de geneeskracht bevrijd van de banden met de materie, en kan ze des te beter vrijelijk op de mens inwerken, vond hij.

Hahnemann was niet over één nacht ijs gegaan, hij had bij vroegere schrijvers al veel sporen van zijn systeem ontdekt. Maar veel tekstfragmenten die hij citeerde waren uit hun verband gerukt en veel auteurs waren zo obscuur dat Oliver Wendell Holmes (1809-1894) in 1842 al naar ze verwees met de woorden 'gespaard door de onachtzaamheid van kruideniers en koffermakers'. Nog steeds staat in de zesde editie van de Organon (1921) in paragraaf 117 dat sommige mensen kunnen flauwvallen van de lucht van rozenolie, maar dat een Byzantijnse prinses haar flauwgevallen broer, de keizer, had bijgebracht door hem met rozenwater te besprenkelen. Met andere woorden, Hahnemann sleepte de 'bewijzen' er met de haren bij. Ook proeven met middelen op gezonden werden enthousiast uitgevoerd door Hahnemann en zijn medestanders, maar het grondidee stond allang niet meer ter discussie.

Hahnemann begon zijn homeopathische leer enthousiast te verkondigen, en voer uit tegen de medische stand, die er volgens hem bijzonder schadelijke gewoonten op nahield – waar hij gelijk in had. In zijn tijd waren er maar weinig effectieve medicijnen bekend. Opium werd gebruikt tegen pijn, kinabast tegen elke vorm van koorts, en digitalis (uit vingerhoedskruid) werd gebruikt tegen hartklachten en oedeem (sommige hartklachten veroorzaken oedeem, maar digitalis werd tegen elke vorm van oedeem gebruikt). Kwikverbindingen werden tegen syfilis ingezet, waarmee de therapie neerkwam op een wedstrijd in uithoudingsvermogen tussen de ziekte en de patiënt. De artsen pasten op grote schaal *aderlaten toe, gaven braak- en purgeermiddelen en veroorzaakten kunstmatige zweren. Al deze methoden duidde Hahnemann aan met de term 'allopathie', en nog steeds is dat woord een scheldwoord voor alles wat geen homeopathie is.

In 1821 moest Hahnemann uit Leipzig vertrekken. Hij kwam eerst in Köthen terecht, waar hij zijn theorie uitbreidde met de leer dat alle ziekten eigenlijk als oorzaak psora hadden, een soort naar binnen geslagen huidziekte (namelijk schurft). In Köthen begon hij ook ruzie te maken met medestanders die het niet helemaal met hem eens waren. Tijdens de cholera-epidemie van 1831 kreeg de homeopathie weer een duwtje in de rug, omdat de homeopathische behandeling beter was dan het aderlaten en de braakmiddelen van de 'reguliere' geneeskunde. Hahnemann huwde op 79-jarige leeftijd een jonge Franse schilderes die het wel spannend vond om met zo'n beroemde dokter getrouwd te zijn. Het paar vertrok naar Parijs, alwaar hij nog geruime tijd praktiseerde.

Hoewel het stelsel van Hahnemann het best maar vergeten kan worden, had hij een aantal waardevolle ideeën:

- hij onderkende het belang van systematisch proeven doen met geneesmiddelen;
- hij had kritiek op de gangbare geneeskundige praktijken in zijn tijd;
- hij zag in dat de 'koninklijke weg' in de geneeskunde de causale therapie is, dat wil zeggen behandeling gebaseerd op inzicht in de oorzaak van de ziekte (hij dacht dat die toch niet te achterhalen was, maar dat is te pessimistisch gebleken).

Literatuur

Gijswijt-Hofstra, M., 'Heden wordt gij nog aanbeden, morgen veelligt miskend', Skepter 1995, vol. 8 (4), p. 18-23.
Goeij, C. de, '''Ik heb niet tevergeefs geleefd''; Samuel Hahnemann en de ontwikkeling van de homeopathie', Skepter 1994, vol. 7 (1), p. 32-36.
Noordwijk, J. van, e.a. (red.), Homeopathie; 200 jaar vereerd en versmaad. Utrecht, 1995.
Smagt, C.P. van der, Homeopathie; het wonder van het gelijkende. Utrecht, 1992.

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

Naschrift
Een van de raadsels van de homeopathie is het geloof in hoge verdunningen. Men realiseert zich zelden dat Hahneman en zijn volgelingen op grote schaal de geneesmiddelproeven uitvoerden met hoge verdunningen, en dat dus het verschijnen van symptomen bij hoge verdunningen als sterk bewijs werd gevoeld van de 'kracht'van die hoge verdunningen. Zie hiertoe het Donner-rapport en de brieven van Donner aan Schoeler en Unseld.

Op de website Leipzig Picture staat de volgende fraaie foto van het standbeeld van Hahnemann in Leipzig:

 

 

 

 

 

 

Lees ook