Allopathie is ook kwakzalverijNegentiende-eeuws scheldwoord voor achttiende-eeuwse uitwassen10 jul 2009 | Jan Willem Nienhuys | Laatste wijziging: 22 jul 2010Allopathie is waar homeopaten de reguliere geneeskunde voor uitschelden. Ze vergeten wat hun eigen grondlegger Samuel Hahnemann ermee bedoelde, namelijk het afschuwelijkste van de 'geneeskunde' van de 18de eeuw. De homeopaten snappen kennelijk niet dat de geneeskunde sindsdien grote vorderingen heeft gemaakt.Demi Moore gelooft in allopathie English summary Allopathy is a word thought up by homeopathy founder Samuel Hahnemann. He explains that it means 'unsuitable' treatment, and from his writings it is clear that it is his name for a totally obsolete set of practices of 18th century medicine such as bleedings, leeches, cuppings, scarifications, emetics, purgatives, acupuncture etc. Hahnemann's Organon can be read online, and one can read in the Introduction (to the 6th edition) and in the Preface and in the main body of the work numerous remarks to this effect. Even the praise of homeopathy in note 3 of the Preface ('homœopathy sheds not a drop of blood...') is mainly a summing up of the evils of the 'old school'. More remarks are in section 22, 52, 54, 74 of the Organon. Nederlands Ik laat maar even Hahnemann aan het woord. De eerste druk van zijn boek Organon der geneeskunst dateert van 1805, en de tekst van de zesde druk was in 1842 gereed. Ik citeer de vertaling van O.E.A. Goetze van de zesde druk. Pagina 36 van de Inleiding: 'Toch weet de oude school niets anders met langdurige patiënten te beginnen dan de lijders te bewerken met alleen maar martelende, krachten en lichaamssappen verspillende, levensverkortende middelen. Kan die school redden, terwijl ze te gronde richt? Is ze een andere naam waard dan die van onheilskunst, van wan-geneeskunst? Ze handelt, lege artis, zo ondoelmatig als het maar kan, en ze bedrijft ... alloia, dat wil zeggen het tegendeel van ze behoorde te doen.' Hahnemann legt op diverse plaatsen uit waar die gruwelen van de oude school uit bestonden: de toepassing van braak- en purgeermiddelen, aderlaten en het gebruik van bloedzuigers, het veroorzaken van kunstmatige etterende wonden, zogeheten fontanellen die door middel van rijgdraden werden verhinderd te genezen, zodat de kwaaie stoffen met de pus het lichaam konden verlaten, het toedienen van kruidenmengsels, acupunctuur (jazeker! kijk maar op pagina 17), cantharidenpleister, moxa, en alles op basis van onzinnige theorieën uit die tijd over ziekten, die naar men dacht werden veroorzaakt door een tekort of een teveel (een disbalans zoals de moderne kwakzalvers zeggen) aan diverse elementen of sappen. Op de genoemde pagina 36 voegt hij nog 'jarenlange darmschoonmaak' (dus darmspoelingen ofwel colonhydrotherapie) toe. Speciaal in de inleiding spat de woede van Hahnemann over die 18de-eeuwse geneeskunde van de pagina's af. Ook op de toenmalige toepassing van middelen als kinabast en vingerhoedskruid (zowat de enige werkzame middelen naast opium die er toen bestonden) had hij veel kritiek. Al in het voorwoord is het raak. De allereerste zin luidt: 'De oude geneeskunde (de allopathie) veronderstelt, in 't algemeen gesproken, deels een (nooit aanwezige) overvulling met bloed (plethora), deels ziektestoffen en scherpe agentia.' Zelf de lofzang op de homeopathie (noot 3 op pagina xlv) is voornamelijk een tirade tegen de allopathie, en wat Hahnemann daaronder verstond maakt hij overduidelijk: 'Homeopathie vergiet geen enkele druppel bloed, laat niet overgeven, purgeren, laxeren of zweten, verdrijft geen uitwendige storing door uitwendige middelen, schrijft geen hete of ongekende mineraalbaden of geneesmiddelklysma's voor, zet geen spaanse vliegen of mosterdpleisters; ze gebruikt geen rijgdraden of fontanellen, wekt geen speekselvloed op, brandt niet met moxa of cauterisator tot op het het bot e.d. ...'
'Behalve deze twee therapeutische mogelijkheden is er een derde, de allopathische, waarbij men middelen voorschrijft waarvan de symptomen geen enkele betrekking hebben op de ziektetoestand, niet gelijkend en niet tegengesteld, maar absoluut heterogeen.' Deze omschrijving zou met enige fantasie wel kunnen slaan op vele moderne middelen, want wat een geneesmiddel aan 'symptomen' (bijwerkingen) opwekt bij gezonde personen, heeft doorgaans niets te maken met de symptomen van de ziekte. Maar wat Hahnemann bedoelt, blijkt zonneklaar uit het vervolg: 'Deze manier van doen speelt, zoals ik al elders aantoonde, op een onverantwoorde en moorddadige manier een spel met het leven van de zieke: 'De allopathische behandelwijze, die van alles, maar steeds het niet-passende 'alloia' tegen de ziekte ondernam, heeft sinds mensenheugenis in allerlei vormen die men systemen noemde, geheerst.' Het is duidelijk dat Hahnemann hier spreekt over de geneeskunde van voor de ontdekking van micro-organismen als ziekteverwekkers, van voor de vaccinatie, van voor de ontdekking van de organische chemie, de vitaminen, de hormonen, de neurotransmitters, de genen, het DNA, de röntgenstralen, en natuurlijk van voor de myriaden ontdekkingen die op al deze zaken voortbouwen. Hahnemann kan het niet laten om nog even van leer te trekken bij de vermelding van de vele werkingen die aan geneesmiddelen in diverse handboeken voor Materia Medica (noot 1) werden toegedicht: 'En om de maat van zelfverblinding meer dan vol te maken, werden steeds (om geleerd te lijken) meerdere, ja zelfs veel middelen in zogenaamde recepten samengemengd en dan frequent en in grote doses toegediend. Zo werd het kostbare en kwetsbare mensenleven onder de handen van deze verdoolden vaak in gevaar gebracht, vooral omdat men zich dan ook nog behielp met aderlating, braak en laxeermiddelen, trekpleisters, fontanellen, rijgdraden, etsen en cauteriseren.'
Het is dus overduidelijk dat allopathie betekent: geneeskunde van voor 1796 (het jaar waarin Hahnemann zijn eerste artikel over zijn geneeswijze publiceerde). De ontdekking in 1792 van de koepokvaccinatie 'volgens Jenner' rekent Hahnemann er niet toe, daar heeft hij juist grote waardering voor. In paragraaf 46 zwaait hij Edward Jenner (afbeelding rechts) veel lof toe, en merkt hij op (in 1842) dat 40 jaar eerder bij een pokkenepidemie soms wel driekwart van alle kinderen in een stad stierven, en dat dit een onbekend fenomeen is geworden. Het is niet ondenkbaar dat het succes van de vaccinatie zelfs een belangrijke inspiratiebron is geweest voor de homeopathie. Dat de koepokvaccinatie werkt, schrijft Hahnemann dan ook toe aan het homeopathische beginsel: wie al een opgekomen koepok heeft (die erg lijkt op een mensenpok), en daarna pokken krijgt, wordt minder ziek. De immuniteit voor pokken na koepokvaccinatie beschouwt Hahnemann als een bijkomend verschijnsel. Hij snapte het dus niet helemaal, maar dat deed niemand in die tijd. Hoe negatief Hahnemann de 'allopaat' beschouwt, blijkt wel uit zijn geringschattende opmerkingen over artsen die zich van de gunst van een patiënt proberen te verzekeren door de ziekteklachten te onderdrukken of te verdoezelen. Hij merkt op in een voetnoot in het begin van zijn voorwoord: 'Met dezelfde bedoeling bedenkt de gewiekste allopaath voor de kwaal van de zieke vooral een bepaalde naam, liefst een Griekse, om hem te doen geloven dat hij die ziekte allang kent en er vertrouwd mee is en dus heel goed in staat haar te genezen.' Die laatste opmerking was een grote misser. Hahnemann had geen flauw idee wat de gezamenlijke inspanning van alle natuurwetenschappen (waaronder de geneeskunde) in de eeuwen na hem zou opleveren. Die natuurwetenschappen hebben onder meer opgeleverd dat ziekten (net als andere zaken) vele oorzaken hebben. Neem astma. Bij een astma-aanval reageren de bronchiën op omgevingsprikkels. De oorzaak daarvan zit hem in de genen, vaak in combinatie met blootstelling aan bepaalde allergenen die om redenen die (nog) niet echt bekend zijn, aanleiding zijn voor een soort overreactie, bestaande uit slijmafscheiding, een soort ontsteking, en een samentrekking van de kleine spiertjes om de bronchiën. Medicijnen tegen astma voorkomen natuurlijk niet die foute genen, maar wel de overreactie, hetzij door te verhinderen dat de allergenen zich aan receptors hechten, hetzij door die spiertjes te verslappen, hetzij door het overactieve immuunsysteem wat te dimmen, bijvoorbeeld met bepaalde ontstekingsremmers. Met andere woorden, de lange en ingewikkelde causale keten die leidt tot ademnood wordt ergens onderbroken. De wetenschappelijke geneeskunde valt al lang niet meer te onder te brengen in het primitieve 18de-eeuwse schema oorzaak-gevolg-onderdrukking. Een vrouw die met IVF geholpen wordt om een kind te krijgen, en allerlei preventieve maatregelen vallen er niet onder. En een bypass-operatie heft heus niet de aandoeningen van de bloedvaten op waardoor ze door aankoeksels en beschadigingen dreigen te verstoppen. Een bril heft de bijziendheid niet op, en het is mallotig om prothesen zoals pacemaker, kunstbeen, ooglenzen, kunstheupen, en alle vormen van transplantaties (bijvoorbeeld hoornvliezen en nieren) te beschouwen als onderdrukken van symptomen.
De Vereniging tegen de Kwakzalverij telt vele leden voor wie de woedende uitvallen van Hahnemann tegen de allopathie goed invoelbaar zijn. Velen maken of maakten van dichtbij mee hoe patiënten in de vernieling worden geholpen door 'genezers' met idiote theorieën en praktijken, die niettemin voor hun slachtoffers goeroes blijven, vaak tot ontzetting van familieleden en nabestaanden. De allopathie waar Hahnemann tegen te keer ging, bestaat nog steeds, die heet alleen anders, namelijk natuurgeneeskunde, orthomoleculaire geneeskunde en supplementenhandel. Samenvattend, 'allopathie' is een woord dat helemaal niet van toepassing kan zijn op de moderne wetenschappelijke geneeskunde. Dat homeopaten en anderen de moderne geneeskunde aanduiden met dit 19de-eeuwse scheldwoord voor 18de-eeuwse geneeskunde, getuigt van gebrek aan historische kennis of is moedwillig kwaadaardig. Met dank aan C.N.M. Renckens en C.P. van der Smagt
Noten 1. In het Duits staat er Arzneimittellehre, wat tegenwoordig farmacologie betekent (zoals Goetze ook vertaalt), maar in deze context wordt er duidelijk een boek bedoeld, en niet een officieel boek zoals een farmacopee.
3. Aderlaten wordt inderdaad nog wel toegepast, maar alleen bij bepaalde zeldzame erfelijke ziekten die een overmaat aan ijzer of bloedcellen veroorzaken. Het gebruik van levende bloedzuigers vanwege hun bloedverdunnende effect is vervangen door het gebruik van de stof (hirudine) die zij daartoe afscheiden.
NieuwsbriefDe Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.
|
GERELATEERDE ARTIKELENNIEUWSBRIEF AAN- OF AFMELDEN
De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site. Vul uw e-mailadres in en meld u aan!
|