Encyclopedie: Enzymtherapie

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Enzymen of fermenten zijn eiwitten die biochemische reacties sneller kunnen laten verlopen.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

Bij de spijsvertering spelen bijvoorbeeld tal van enzymen een rol bij het splitsen van suiker-, zetmeel-, vet- en eiwitmoleculen. Als iemands alvleesklier niet goed werkt, kan de patiënt het ontbrekende enzym innemen. Vrijwel alle chemische reacties die in het lichaam plaatsvinden worden door specifieke enzymen bevorderd, een flink deel van de 'eiwitten' die in het lichaam voorkomen zijn feitelijk enzymen, en veel medicijnen werken doordat ze de productie van bepaalde enzymen bevorderen of remmen.

Met enzymtherapie wordt echter iets anders bedoeld. In de jaren '50 werden enzymen als geneesmiddel gebruikt bij ontstekingen, verwondingen en na operaties. Bij onderzoek in de jaren '60 bleken deze middelen niet te werken. Ze worden op kleine schaal nog wel gebruikt door *alternatieve genezers tegen kanker, ontstekingen en auto-immuunziekten als multiple sclerose. Het idee is dat de enzymen op een of andere manier hun afbrekende werking beperken tot kankercellen of de stoffen die een ontsteking op gang houden. De bekendste middelen zijn Wobenzym en Wobe-Mugos, genoemd naar de uitvinder, de Weense dokter Max Wolf en zijn assistente dokter Benitz. Wobenzym is uit runderalvleesklier bereid, met toevoegingen van papaja- en ananasextract, bij Wobe-Mugos zit er ook nog zwezerik door. De pillen van dokter Wolf worden aangeprezen met de beroemde-klantenmethode (*celtherapie), waarbij de schrijver Somerset W. Maugham wordt ingezet, en verder Mae West en Rose Kennedy, de moeder van de Kennedyclan, en last but not least dokter Wolf zélf, die de leeftijd van 97 bereikte.

In Nederland wil enzymtherapie ook nog zeggen: behandeling met Vasolastine of Reumajecta, en wel voor arteriosclerose en reumatische aandoeningen. Deze middelen zijn aan het eind van de jaren '40 ontwikkeld door Gerard Hendrik van Leeuwen (1909-1993). Hij bereidde ze uit haver, spinazie, en zonnebloemen. Het wonderbaarlijke was dat deze geneesmiddelen, die ingespoten moesten worden, geen anafylactische shock produceerden – wat men toch zou verwachten na een injectie met een dosis lichaamsvreemde eiwitten. Bij nader inzien bleek dit toch niet zo wonderlijk, want bij onderzoek werd geen enkel enzym in deze middelen gevonden (wel de bouwstenen van eiwitten, vrije aminozuren). Ook bleken ze herhaaldelijk geen enkel effect te hebben: niet bij konijnen en niet bij menselijke proefpersonen.

De producent probeerde het middel al in 1964 geregistreerd te krijgen, maar dit lukte niet. Onder druk van de publieke opinie werd toch telkens goedgevonden dat deze preparaten in de handel bleven. Toen hier per 1990 een eind aan leek te komen zwichtte de overheid weer voor druk van patiëntenverenigingen die kamerleden bestookten met hun privéwondergenezingen. Ook P.A. Vroon bleek een warm pleitbezorger van Van Leeuwen. Het middel mocht nog verkocht worden, maar op verpakking noch bijsluiter mocht iets staan over wat erin zat en waar het voor diende. Wel moest vermeld worden dat het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen het geweigerd had te registreren.

Vasolastine is dus een middel dat van regulier geleidelijk alternatief werd.

Literatuur
Federspiel, K., en V. Herbst, Die andere Medizin. Berlijn, 1992 (4de druk 1996).
Jacobs, J.W.G., e.a., 'Vasolastine in historisch perspectief', Pharmaceutisch Weekblad 1990, vol. 125 (41/42), p. 1060-1062 (ook verschenen in Medisch Contact).
Sijmons, R., 'Wondermedicijn Vasolastine; een enzympreparaat zónder enzymen', Vrij Nederland 26 mei 1990.

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

 

Naschrift augustus 2009

Inmiddels zijn Vasolastine en dergelijke van de markt gehaald zie: Wondermiddel van de markt gehaald, door C.N.M. Renckens. In plaats daarvan kan men nu orale middelen krijgen, Vasolastica in plaats van Vasolastine, Cerebrase in plaats Coliacron en Chondrase in plaats van Rheumajecta, die allemaal als 'voedingssupplement' worden verkocht aan personen die vinden dat zij te weinig haver, zonnebloemen en spinazie in hun dieet hebben. Maar als er al enzymen in Vasolastica enz. zitten, kunnen die niet werken. In de darm zorgen spijsverteringsenzymen ervoor dat alle eiwitten (dus ook enzymen) en trouwens ook vetten en koolhydraten worden afgebroken tot hun elementaire bouwstenen, dus aminozuren in geval van eiwitten. Er gaan dus geen enzymen door de darmwand en gelukkig ook geen spijsverteringsenzymen!

 

Lees ook