Encyclopedie: Antroposofie

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Wereldbeschouwing ontwikkeld door de Oostenrijkse filosoof Rudolf *Steiner.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 15 feb 2016

De antroposofische leer is samengesteld uit *Naturphilosophie (in de versie van *Goethe), *theosofie (waaraan hij begrippen als *karma en *reïncarnatie ontleende) en een eigen unieke interpretatie van het christendom. Bron van Steiners kennis was spiritueel onderzoek, waarbij hij langs helderziende weg gebruikmaakte van de *Akasha-kroniek.  

Centraal in de antroposofie staat het door Steiner ontwikkelde mensbeeld. De mens bestaat uit lichaam, ziel en geest; de omringende wereld kent een parallelle driegeleding (een viergeleding wordt ook wel eens genoemd). Geruime tijd na de dood sterft ook de ziel, waarna de geest zich weer van een ziel en een lichaam voorziet, dat is dan reïncarnatie. De ziel is daarbij onderworpen aan het zelfgeschapen lot, het karma. Evenzeer kent het lichaam zelf een driegeleding: hoofd, hart en buik. 

De antroposofie probeert vrijwel alles een plaats te geven, zodat er dus een antroposofische visie is op antropologie, geneeskunde, economie, landbouw, kunst, opvoedkunde, prehistorie, onderwijs enzovoorts enzovoorts. Al die deelvisies grijpen in elkaar doordat voorstellingen uit de ene visie als allegorieën bij de andere worden opgevat en poëtische gelijkenissen worden opgevat als wezenlijke verbindingen. De denkbeelden van Emanuel *Swedenborg, Andrew Jackson *Davis, Allan *Kardec en uiteraard de theosofie brachten het nooit tot zo'n totaalvisie. De antroposofie onderscheidt zich bovendien van tal van occulte stromingen door de grote inbreng van de filosofie. 

De antroposofische visie is een 'vergeestelijkte', meer abstracte versie van de nogal grofstoffelijke kosmische geschiedenis die de grondlegster van de *theosofie, Madame *Blavatsky, schetste in haar boek The secret doctrine (1888). 

Volgens de antroposofie is de menselijke geschiedenis onder te verdelen in een aantal opeenvolgende tijdperken van pakweg 15000 jaar. Dat waren Polaris, *Hyperborea, *Lemurië en *Atlantis en het huidige na-Atlantische tijdperk (met nog twee vooralsnog naamloze tijdperken in het verschiet). Al deze tijdperken zijn zelf ook in zevenen gedeeld, het huidige in het Oudindische, het Oudperzische, het Egyptische, het Grieks-Romeinse en het huidige Germaans-Angelsaksische en nog twee toekomstige. 

Opmerkelijk (en essentieel voor zijn leer) is Steiners visie op de waarde van rassen. Onder invloed van de *recapitulatietheorie van de populaire Duitse bioloog Ernst *Haeckel ontwikkelde Steiner een rassentheorie (*wetenschappelijk racisme) waarbij 'mindere' rassen vroegere stadia van de ontwikkeling van de mensheid vertegenwoordigen. 

Het meest hoogstaande blanke ras was voortgekomen uit de wijze Manoe en zijn volgelingen, allen vluchtelingen uit het vorige tussenstadium, Atlantis. De andere rassen waren volgens Steiner ontstaan uit de vermenging van minderwaardige Atlantiërs en restanten van het tussenstadium vóór Atlantis, Lemurië. De komst van Christus (en daarna die van Steiner zelf) betekende dat er voor een kleine minderheid van dat blanke ras binnenkort een nieuw, beter stadium aan zou breken. Christus en Steiner wijzen ons daartoe de weg, terug naar de verloren gegane staat van goddelijkheid. Dit proces wordt echter tegelijkertijd bemoeilijkt door de kwade machten Ahriman (de materiële wereld) en Lucifer (zelfgenoegzaamheid en hoogmoed). 

Deze opvatting over de aard van verschillen tussen mensen en de symbolische waarde van groepen van volkeren is geheel verweven met de volstrekt achterhaalde visie op de geschiedenis, de prehistorie, de embryologie en de evolutietheorie. Dit maakt het voor veel antroposofen moeilijk afstand te nemen van 19de-eeuwse ideeën over de voortreffelijkheid en bijzondere taak van het 'blanke' ras, en het vormt een struikelblok voor de acceptatie van de antroposofie door anderen. 

De antroposofie is sterk gericht op individuele ontwikkeling en iedereen zou dus ook, geholpen door de antroposofie, ingewijd kunnen worden in hogere werelden. Men moet daartoe het innerlijk leven (denken, voelen en willen) ontwikkelen. Helaas heeft niemand het ooit zover gebracht in dezen als Steiner zelf, en niemand kan dan ook uit eigen ervaring getuigen dat de geestelijke inzichten van Steiner kloppen. 

Steiner organiseerde zijn aanhangers in 1913 in de Antroposofische Vereniging. De antroposofie ontwikkelde zich daarna in betrekkelijk korte tijd tot de toonaangevende occulte filosofie van het Westen. Onder invloed van de *New Age-beweging is de belangstelling voor de antroposofie (en dan met name voor haar opvattingen over voedsel en gezondheid) de afgelopen decennia weer wat toegenomen. 

Antroposofische opvoedkunde

Antroposofische ideeën over het onderwijs hangen nauw samen met Steiners visie op het sociale leven. Dit betekent dat onderwijs en cultuur vrij zouden moeten zijn van staatbemoeienis; ze zouden uitsluitend moeten steunen op inzichten van individuen over de ontwikkeling van kinderen en op de creativiteit van individuen om deze inzichten te verwezenlijken. Vandaar dat antroposofische scholen Vrije Scholen heten (in het buitenland ook Waldorfscholen). 

Centraal in de opvoedkunde staan beschouwingen over hoe de menselijke geest een verhouding aangaat met ziel en lichaam. Doel is dit verbindingsproces zo te (bege)leiden dat de uiteindelijk volwassen persoon optimaal gebruik kan maken van zijn mogelijkheden. De sleutel voor de praktijk hiervan zou in de kunstzinnige vorm liggen. Of kinderen voldoende kennis van lezen, schrijven en rekenen opdoen is van minder belang. 

Steiner had zelf veel belangstelling voor de begeleiding van mensen met handicaps. In de periode 1921-1924 stimuleerde hij de oprichting van een speciaal instituut voor de opvoeding van kinderen met fysieke of mentale problemen, het Institut Lauenstein, nabij Jena. Zijn broer Gustav (1866-1941) was doofstom, dus Rudolf was van jongs af aan vertrouwd met de problemen van gehandicapten.

 

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

Aan de antroposofische geneeskunde is een apart artikel gewijd

 

 

 

 

 

Lees ook