Corona drijft sommige antroposofen in extreemrechtse armen

Corona drijft sommige antroposofen in extreemrechtse armen

Foto: Pixabay.com

In de jaren 60 en 70 werd het intellectuele en politieke klimaat in ons land beheerst door linkse denkers en politici. De VVD was een klein partijtje van Telegraaf– en Elsevier-lezers en Den Uyl was minister-president. De Volkskrant, van oorsprong bezit van de Katholieke Arbeiders Beweging, KAB, werd steeds linkser en als weekblad was Vrij Nederland obligaat voor eenieder die mee wilde doen aan het publieke debat. Radio (‘In de Rode Haan’) en televisie (‘Zo is het toevallig ook nog eens een keer’, ‘Diogenes’, ‘Brandpunt’ e.d.) werden door linkse journalisten gedomineerd. Bibeb, Joop van Tijn en Gerard van Westerloo waren onovertroffen.

In dat klimaat was ook de figuur van Jan Blokker (1927-2010) van grote betekenis als columnist, schrijver, publicist en amateurhistoricus. Hij schreef filmscenario’s, filmrecensies, kinderboeken en literatuur en presenteerde veel tv-programma’s met zijn kenmerkende stemgeluid. Natuurlijk was hij links, maar begon zich, inmiddels adjunct-hoofdredacteur van De Volkskrant, in toenemende mate te ergeren aan goedkoop feminisme, sociaalwerkers in de politiek en aan vormingstheater. Hij schreef daarover fraaie satirische columns, die hij in 1974 bundelde in Ben ik eigenlijk wel links genoeg? Aan die verzuchting moest ik terugdenken na lezing van het essay #nietmijnantroposofie van Désanne van Brederode.

Désanne van Brederode (1970) is een antroposofisch angehauchte filosofe en weet haar vertolking van deze dwaalleer zo te verpakken dat de organisatoren van de Anatomische Les 2017 te Amsterdam, een initiatief van AMC en de Volkskrant zich niet ontzagen haar tezamen met mede-antroposofe Machteld Huber uit te nodigen voor een dialoog over ‘positieve gezondheid’ en andersoortige spiritualiteit. Dit schandaal vond plaats in het Amsterdamse Concertgebouw. Dat was ook toen als altijd uitverkocht en zo’n tweeduizend bezoekers maakten die middag mee. Maar dit terzijde. #nietmijnantroposofie verscheen op 27 februari 2021 in het dagblad Trouw en gaat over de receptie van de coronacrisis en haar bestrijding onder antroposofen.

Désanne van Brederode blijkt verbijsterd te zijn, want corona drijft antroposofen in extreemrechtse armen en naar wantrouwen over Covid-19 en de bijbehorende overheidsmaatregelen. Kritiek daarop is in antroposofische kringen uitgegroeid tot stemmingmakerij, aldus de filosofe. Eerst bezingt ze in haar essay al het mooie van de antroposofie, want anders dan in veel andere spirituele, new age-achtige kringen, wordt denken er niet ondergeschikt gemaakt aan het volgen van je gevoel en heet wetenschap er niet al meteen verdacht: hooguit betreurt men de eenzijdigheid ervan en tracht die aan te vullen met een meer holistische benadering.

Wantrouwen is ingebakken

Tommy Wieringa besprak het essay in de NRC van 8 mei en hij had – anders dan Van Brederode – van de antroposofen niets anders verwacht. ‘Wantrouwen jegens de wetenschap, esoterische gevoeligheid en occulte dwalingen zitten nu eenmaal in de antroposofische leer ingebakken. Mijn schooltijd heb ik grotendeels onder antroposofen doorgebracht. Je oren deden zeer van alle quatsch over de superioriteit over het blanke ras, de invloed van etherische en astrale lichamen op onze ontwikkeling en de biologisch-dynamische voedingsleer waaruit slechts een vreugdeloos soort sadisme sprak. Engelen en de Christusfiguur waren er ook, alsmede graalridders en de weeïge Sulamith Wülfing-achtige sprookjesfiguren; een eclectisch allegaartje al met al’.

Antroposofie is niet alleen een zienswijze: de visie wordt ook praktisch vormgegeven en dat al een eeuw lang, op zoveel terreinen, van landbouw tot geneeskunde, van onderwijs tot kunst, van ondernemerschap tot het bankwezen, zoals de Triodos Bank bewijst. Voor Van Brederode maakt dit de antroposofie zo geloofwaardig. Over veel zaken zijn antroposofen het wel eens, maar zodra zich iets aandient waarbij werken en voordrachten van Steiner niet zijn te raadplegen, wordt het lastiger, viel haar als Vrije School-leerling al geregeld op. Rudolf Steiner heeft racistische uitspraken gedaan en, hoewel die er zeker waren, niet elke antroposoof zat in de Tweede Wereldoorlog in het verzet.

Er waren zelfs ronduit ambitieuze nationaal-socialistische antroposofen en niet weinig antroposofen stonden gebroederlijk zij een zij met extreemrechtse groeperingen. Van Bredero meldt dat zij juist werkte aan een nog te schrijven boek, waarin zij zich verdiept in de verbindingen tussen esoterie en nazisme. Het leek bij de demonstaties waarin antroposofen meeliepen meer te gaan over de vrijheid van het eigen lichaam dan over Geistesfreiheit. Het dragen van een mondkapje was een vreselijker vooruitzicht dan aangeraakt te worden door de wuivende banieren van openlijke ‘foute’ en agressieve groeperingen. Een Duitse, notoire antroposofie-basher, Olivier Rautenberg, publiceerde foto’s, speeches en namen van de antroposofische voorhoede in deze ‘vrijheidsstrijd’ op zijn blog en hij deed onderzoek naar de artikelen over corona die op sommige Duitse Waldorfscholen onder docenten en ouders werden verspreid.

Van Brederode verklaarde zich verbijsterd. Niet alleen over dit (hernieuwde) samengaan van extreemrechts en antroposofie, maar minstens zo zeer over de felheid waarmee ook enkele Nederlandse antroposofen de demonstraties toejuichten én de kritiek op voornoemd samengaan afwimpelden als overtrokken nepnieuws. De enig passende reactie op dit schokkende samengaan leek haar: je er op persoonlijke titel van distantiëren. Desnoods met een hashtag #nietmijnantroposofie, of korter nog: #nietinmijnnaam.

Perspectieven

In eigen kring beleefde zij het toen nog anders. Tijdens de eerste lockdown voerde ze veel meer telefoongesprekken met antroposofisch geïnspireerde vrienden en vriendinnen dan met anderen. De nuance, de beweeglijkheid om de fenomenen vanuit vele perspectieven te bekijken, zonder ook maar de intentie om tot een eenduidig antwoord te komen beviel haar uitstekend. Terwijl ze dit bedacht, bereikte haar vanaf de zomer zo nu en dan per e-mail een brandbrief, rondgestuurd door een antroposofische vriend(in) en afkomstig van iemand die hij of zij niet persoonlijke kende, maar die hoopte dat zoveel mogelijk antroposofen kennis zouden nemen van de inhoud. In die mails grote bezorgdheid over de aantasting van menselijke vrijheid, veel ‘wetenschappelijke gegevens’, waaruit zou blijken hoe onbetrouwbaar de mainstream media rapporteerden over covid 19 en tenslotte een oproep tot waakzaamheid, waarin joden en socialisme in negatieve zin ten tonele werden gevoerd.

Ten slotte volgde het gedeelte met de conclusies, dat zich, door de bondigheid en de resolute toon, (‘Dit is wat er echt aan de hand is!’) liet lezen als een pamflet. En dat niet alleen: met een paar gebundelde opstellen en redevoeringen van Joseph Goebbels en het eclectisch esoterische boek De mythe van de 20e eeuw van de nationaalsocialistische partijideoloog Alfred Rosenberg binnen handbereik, beleefde ik meer dan slechts een vage déjà vu. Zeker waar in één schrijven opeens, als uit het niets, het taalgebruik van Franklin D. Roosevelt werd aangevallen en waar de woorden joods en socialistisch een paar maal in één adem werden genoemd, in negatieve zin.

Van Bredero liet weinig heel, van dat zogenaamd eigen onderzoek, want dat bleek bij nadere beschouwing helemaal niet zo eigen en origineel: het bestond vooral uit het aanklikken en bestuderen van filmpjes en teksten die al door anderen waren samengesteld of geselecteerd en algoritmen deden de rest. Haar verbijstering groeide, want ze vond het ‘nogal wat’ dat deze bezorgde antroposofen Nederland nu opeens met een dictatuur vergeleken en in hun retoriek de schijn wekten dat er al tijden een verschrikkelijke strijd om macht over de gehele mensheid gaande was, die nu, door corona, openlijk de oorlogsfase was ingegaan. Even pijnlijk was het dedain waarmee er werd gesproken over al diegenen die niet durfden of wilden zien wat er ‘echt’ gaande was en is.

Extra zorgelijk werd het, aldus de filosofe, waar aan uitspraken van Steiner werd gerefereerd, ter ondersteuning van dit grote, noodzakelijke verzet tegen het grote kwaad. Jammer genoeg leent het werk zich daar uitstekend voor. Dat wil zeggen, als je het snel leest en over alles en nog wat voordrachten van ‘kenners’ volgt, spiritueel gulzig en vanuit de wens voortaan door het leven te kunnen als iemand die inziet hoe alles met alles samenhangt, die op ieder terrein een spirituele deskundige is, die uiteraard niets meer van medemensen of het leven zelf hoeft te leren. Precies die instelling wreekte zich nu. Misschien was zij dan toch geen ‘echte’ antroposoof.

De missie van Michael

Toch brengt ze wel enig begrip op voor het enthousiasme van mensen, die menen geestverwanten te moeten oproepen om ten strijde te trekken in wat antroposofen ‘de missie van Michael’ noemen. Maar voor dat ‘in één en dezelfde zwier extreemrechtse en nationalistische partijen en groeperingen omarmen’, brengt Van Brederode geen begrip op. Ze schrijft zich zelf weinig recht van spreken toe. Misschien, zo tobt zij verder, is zij geen ‘echte’ antroposoof.

Ze heeft niet de Complete Werken van Steiner gelezen, maar dankt veel aan het periodeonderwijs van de Vrije School. Zij doet dagelijks de aanbevolen meditaties, maar houdt er geen consequent antroposofische levensstijl op na. Het was nooit haar doel om een ‘echte’ antroposoof te worden: ze ziet antroposofie en haar bewegingskunst euritmie als hulp om zo goed mogelijk een echte naaste en een echte, belangstellende, open, lerende wereldburger te worden. Kon zij niet beter de antroposofie gewoon terzijde schuiven, nu blijkt dat sommige antroposofen zo makkelijk te verleiden zijn tot extreemrechts gedachtegoed? Nee, dat kan en wil Van Brederode niet. Juist omdat zij in deze coronacrisis ook heeft mogen zien, en nog ziet, hoe prachtig antroposofie zich blijft ontwikkelen in de Antroposofische Vereniging en in individuele mensen, en meer en meer met de wereld en haar vragen en noden samengroeit.

In de laatste alinea verheerlijkt Van Brederode de inzichten van Steiner, die haar gevormd hebben en zonder welke zij nu een ander persoon zou zijn geweest. Idealen koesteren en geloven in onbewijsbare zaken alsmede onweerlegbare eigen bovenzinnelijke ervaringen, die doen de rest. Je neemt dingen mee uit een vorig leven, karma noemt de antroposoof dat, en staat verwonderd, lerend en vragend in het leven. Met zelfrelativering, humor en verbeeldingskracht. Toe maar. De lezers van Trouw hebben na het kennisnemen van deze antroposofische denkwereld meer inzicht gekregen in het geestelijk leven van Steiners volgelingen.

Van Brederode demonstreert in dit essay hoe religieuze opvattingen en axioma’s de denkvrijheid van een filosoof beknotten. Niet altijd prettig om zulks waar te nemen. En op humor heb ik in de aanhangers van Rudolf Steiner nooit kunnen betrappen. Of zij zich met haar vertrouwen in de medische wetenschap in de strijd tegen het virus nog wel kan kwalificeren als antroposoof: wie zal het zeggen? Zelf vermoed ik dat zij – net als Jan Blokker in de jaren 70 en ondanks een aantal geestverwanten waarmee ze niets te maken wil hebben – haar clubgenoten gewoon trouw zal blijven.

Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij

Schrijf je in en ontvang het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij (NTtdK).

Word lid east
Kwakzalverij