BIG-update: nieuwe titeIs en oud zeer

BIG-update: nieuwe titeIs en oud zeer

 Voorgeschiedenis

Van 1865 tot in 1993 was kwakzalverij verboden bij de wet (Thorbecke, wet Regelende de Uitoefening der Geneeskunst, RUG), maar dat verbod werd nauwelijks gehandhaafd omdat het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht andere prioriteiten stelden.

Het gebrek aan handhaving was de reden dat onze vereniging in1881 werd opgericht door de gebroeders Bruinsma.

Voor uitgebreidere historie: zie NTtdK 2019 over het zilveren jubileum van de BIG van eind 2018, waarin onder meer aandacht werd besteed aan het rapport van de Commissie Alternatieve Geneeswijzen (CAG). Dit rapport van 1981 legde de basis voor de wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (BIG). De wet werd na twaalf jaar overleg vanaf november 1993 in tranches ingevoerd.

Sedert de invoering van de wet BIG mag iedereen die dat wil tegen betaling ‘gezondheidszorg’ aanbieden. Artsen, apothekers en tandartsen, die nogal wat weerstand hadden, waren voorafgaande aan de invoering gepaaid met de belofte dat leken-aanbieders van gezondheidszorg nooit een BIG-geregistreerde titel zouden mogen voeren, want dat zou titelfraude zijn en strafbaar. De titel garandeert een met goed gevolg ten einde gebrachte, door de overheid erkende opleiding in de individuele gezondheidszorg.

Verantwoordelijk voor erkenning van universitaire en hbo-opleidingen is de Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO).

Zorgverleners die in het BIG-register zijn geregistreerd moeten (in tegenstelling tot niet-BIG-geregistreerden) iedere vijf jaar aantonen dat ze nog voldoen aan de eisen die gelden voor hun beroep. In die vijf jaar moet door hen voldoende “state of the art”-kennis zijn opgedaan en ze moeten hun beroep gemiddeld meer dan een bepaald aantal uren per week hebben uitgeoefend. Slechts dan kunnen zij hun registratie behouden.

Er zijn bijna 75.000 geregistreerde artsen in Nederland en handhaving van die regel is bij die aantallen kennelijk ingewikkeld. Renckens toonde onlangs aan, dat het met de handhaving ervan bij kwakzalvende artsen danig kan mislopen. Hoe het met de handhaving bij andere BIG-beroepen is gesteld, is ons niet bekend, maar dat laat zich raden, er zijn bijvoorbeeld meer dan 200.000 BIG-geregistreerde verpleegkundigen.

BIG-geregistreerd en toezicht door RTC’s

BIG-geregistreerden kunnen na een aanklacht van een patiënt of andere belanghebbende beoordeeld en veroordeeld worden bij Regionale Tuchtcolleges Gezondheidszorg (RTC’s). Dat zijn colleges waarin rechtskundigen en beroepsgenoten van de aangeklaagde zitting hebben. RTC’s kunnen straffen opleggen, tot aan een beroepsverbod toe: de aangeklaagde wordt dan uit het BIG-register geschrapt.
Indien zij het niet eens zijn met de uitspraak van een RTC kunnen klagers zowel als aangeklaagden in hoger beroep gaan bij het Centraal Tuchtcollege te Den Haag.

Niet BIG-geregistreerd: nauwelijks toezicht

Wanneer men slachtoffer is van een niet-BIG-geregistreerde behandelaar kan men zich niet wenden tot een RTC. Hierdoor is er per saldo veel minder controle op kwakzalvende leken dan op BIG-geregistreerden.

Als slachtoffer kan men proberen over dergelijke behandelaars een melding te doen bij het meldiningenloket van de Inspectie Gezondheidszorg (IGZ) van de fusieorganisatie Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Het toezicht op alle in Nederland geleverde zorg viel namelijk bij de invoering van de wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen Zorg (wKKGZ) in 2016 toe aan de IGZ, dus ook het toezicht op zorg door niet-BIG-geregistreerden. Meteen al in 2016 liet de IGZ echter weten slechts in te grijpen bij een “misstand”, en wat een misstand is, wordt beoordeeld door de IGZ zelf.

Ook stelde de IGZ niet inhoudelijk in te zullen gaan op het al dan niet werkzaam zijn van alternatieve behandelwijzen. Dus over onjuiste theorieën, hele en halve wanen en bizarre gevolgtrekkingen van kwakzalvers gaat de IGZ niet met hen in debat, die worden namelijk niet beschouwd als misstanden, zie bijvoorbeeld de “alienhealer”, die erg gemakkelijk wegkwam met zijn baarlijke nonsens.

Behalve bij IGZ kunnen slachtoffers proberen hun recht te halen in een strafzaak (wanneer er schade is door schuld) of door een civiele rechtszaak aan te spannen (wanneer men zich opgelicht voelt). Meestal luikt het niet om onomstotelijk te bewijzen dat er door een kwakzalver schade is veroorzaakt of een wanprestatie is geleverd.

Het is dus maar beter om alvorens men een behandelaar consulteert, te controleren of deze wel BIG-geregistreerd is. Dat kan iedereen.

Lijst van BIG-titels

In de loop der tijd werden behalve artsen, tandartsen en apothekers geleidelijk allerlei andere beroepsgroepen toegevoegd aan de lijst van BIG-titels.
Tegenwoordig (eind 2020) zijn er elf BIG-titels en twee tijdelijke registraties. Hier volgt een kort alfabetisch overzicht:

– Apotheker (inclusief twee specialismen).
– Arts (inclusief tegen de veertig geregistreerde erkende medisch specialismen).
– Fysiotherapeut.
– Gezondheidszorgpsycholoog (in BIG-register sedert 1998); inclusief twee specialismen.
– Klinisch technoloog (sedert juli 2020).
– Orthopedagoog-generalist (sedert januari 2020).
– Physician Assistent (sedert september 2018) ook wel ‘PA’ genoemd. Deze is geen arts maar kan wel medische taken van een medisch specialist overnemen en heeft zelfstandige bevoegdheid tot het stellen van diagnoses en mag ook patiënten zelfstandig behandelen.
– Psychotherapeut.
– Tandarts (inclusief twee specialismen).
– Verloskundige.
– Verpleegkundige (inclusief zes specialismen).

Er zijn recentelijk twee BIG-titels “op proef” bijgekomen, dus op tijdelijke basis, te weten:
– Bachelor medisch hulpverlener, sedert oktober 2018, maar dat werd pas in het BIG-register zichtbaar in januari 2019. Het betreft hier HBO-opleidingen tot medisch hulpverlener ambulancezorg of op spoedeisende hulp of in de anesthesie.
– En geregistreerd mondhygiënist, sedert juli 2020.

Deskundigheid herkenbaar?

Op Wikipedia wordt gesteld dat de deskundigheid van de geregistreerde beroepsbeoefenaren door de BIG-registratie voor iedereen herkenbaar is. Ik zocht op wat de meest recent geregistreerde, de Technisch Geneeskundige, eigenlijk doet.

Wikipedia meldt ‘Technische Geneeskunde is gericht op verbeteringen van diagnostiek en therapie in de gezondheidszorg door middel van innovatief gebruik van technologie. Het specialisme springt in op de behoefte aan technisch opgeleiden in de gezondheidszorg vanwege de snelle technische ontwikkelingen in de zorgsector’.

Er zijn voor technische geneeskundige bachelor- en masteropleidingen bij de Universiteiten Twente en Eindhoven.

Fragmentatie van verantwoordelijkheden

Met het werken in teamverband en het toenemend delegeren van taken in de geneeskunde aan andere BIG-geregistreerden vindt fragmentatie van verantwoordelijkheden plaats.

Dat treedt onder meer op in huisartsenpraktijken, waar vrijwel geen ‘éénpitters’ meer functioneren en de patiënt te maken kan krijgen met steeds binnen het huisartsenteam wisselende behandelaars (huisartsen of basisartsen die tot huisarts worden opgeleid), of met een Praktijk Ondersteuner Huisarts (POH) en de baliemedewerk(st)er die de afspraken bewaakt.

Ingewikkelder is het in ziekenhuizen: wie opgenomen is, of wie familieleden of vrienden heeft die opgenomen zijn, weet van de worsteling van patiënten en familie om zich tot de juiste adrespersoon te richten wanneer men iets te weten wil komen over de prognose van de ziekte, de behandeling en de duur van de opname: is dat de specialist, de specialist in opleiding aan wie de behandeling gedelegeerd is, de physician assistant (PA), of toch de verpleegkundig specialist (zes soorten).

Eén ding moge duidelijk zijn: de huisarts-praktijkhouder of de specialist-behandelaar in het ziekenhuis zijn voor de behandeling eindverantwoordelijk.

Oud zeer: gewichtige beroepen en misleidende titels

Leken-behandelaars mogen zich volgens de wet BIG niet met een BIG-titel afficheren en kiezen daarom vaak voor verwarrende, gewichtige termen om hun vermeende deskundigheid uit te dragen, bijvoorbeeld: healer, integraaltherapeut, sjamaan, natuurgeneeskundige, psycholoog, of gewoon coach.

Verwarrend is dat de term ‘psycholoog’ een beschermde, noch een geregistreerde titel is. Iedereen mag zich zo noemen, terwijl de gemiddelde burger toch zal aannemen dat een psycholoog een deskundige is op het gebied van geesteswetenschappen. Ook artsen denken dat soms, blijkt uit een mededeling die in regionale kranten verscheen. Die artsen verwijzen dan naar niet- of onvoldoende opgeleide behandelaars, zeggen de Nederlandse Vereniging voor Gezondheidszorgpsychologie en de Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie.

De term ‘geneeskundige’ is evenmin beschermd. ‘Geneeskundige’ komt veelal voor in combinaties, zoals bijvoorbeeld natuurgeneeskundige, antroposofisch geneeskundige en homeopathisch geneeskundige. Iedere kwakzalver mag zich zo noemen terwijl veel mensen (inclusief ikzelf) menen dat ‘geneeskundige’ en ‘arts’ synoniemen zijn. Er zijn ook mensen die – heel begrijpelijk – denken dat natuurgeneeskundigen medisch specialisten zijn, zoiets als een internist, die heeft zich immers in interne geneeskunde gespecialiseerd en de natuurgeneeskundige dus in natuur.

De term ‘therapeut’ is evenmin beschermd. Mensen denken doorgaans dat het een soort psychotherapeut is en degenen die zich met zo’n titel afficheren denken dat vaak ook. De ‘reïncarnatietherapeut’, bijvoorbeeld (die zoekt niet alleen de oorzaken van je neurotische klachten in de kindertijd, maar ook in je vorige levens). En de ‘hypnotherapeuten’, die kunnen na een korte training snel aan de slag bij klanten met serieuze klachten en symptomen. Hypnose is een eenvoudige techniek, die je in een vierdaagse cursus kunt leren.

Kwakzalvers die titelfraude plegen door zich te afficheren met een BIG-geregistreerd beroep kunnen worden aangesproken door de IGZ en bijvoorbeeld beboet worden.

Maar het is te betreuren dat al meer dan een kwart eeuw niets wordt ondernomen tegen de misleidende titels van kwakzalvers die zich ‘geneeskundigen’ noemen zonder arts te zijn of ‘therapeuten’ zonder psychotherapeut te zijn.

Naar de letter van de wet is ‘arts’ de BIG-titel, en ‘geneeskundige’ niet, de IGZ grijpt bij ‘geneeskundigen’ dus niet in en laat om dezelfde reden ‘therapeuten’ ongemoeid, als ze zich maar geen ‘psychotherapeut’ noemen.

Het zou helderheid geven als de IGZ zich bij handhaving niet uitsluitend zou houden aan de letter van de wet en de termen ‘geneeskundige’ en ‘therapeut’ zou beoordelen als wat zij zijn: misleidend en een vorm van titelfraude.

Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij

Schrijf je in en ontvang het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij (NTtdK).

Word lid east
Kwakzalverij