Top twintig 20e eeuw: Plaats 8: Van der Schaar, P.J.

Door: C.N.M. Renckens | Geplaatst: 29 mei 2001 | Laatste Wijziging: 16 feb 2016

De pdf van Genezen is het woord niet,
met de hele Top Twintig en fraaie illustraties
is op de site van Skepsis down te loaden,
en trouwens ook als boekje nog verkrijgbaar.

Van der Schaar (met fraaie foto) staat
in het boekje/pdf op p.51-54.

 

Ik sta niet a priori afwijzend ten opzichte van
Jomanda’s prestaties. Andere artsen durven dat
niet te zeggen: ze zijn bang de pias van de vakgroep
te worden.

P.J. van der Schaar in de Volkskrant (8 januari 1994)

 

 

Van der Schaar (7-6-1928) behaalde het artsdiploma in 1955 en specialiseerde zich tot hart- en longchirurg. Hij promoveerde in 1962. Hij werkte in verschillende ziekenhuizen, waar hij veel weerstanden opriep en erg moeilijk in de samenwerking was. Op een gegeven moment kon hij in ons land geen ziekenhuis meer vinden dat hem toeliet en hij begeleidde enige tijd hartpatiënten die in Houston hartoperaties moesten ondergaan. Later kwam hij terecht in de alternatieve geneeskunde en richtte een kliniek op in Leende nabij Eindhoven, waar hij ozon- , cel- en chelatietherapie toepast.

 

Ozontherapie

In 1935 werd de ozontherapie bekend gemaakt door de Oostenrijks-Duitse chirurg Erwin Payr (1871-1946) op een medisch congres in Berlijn. Vooral na de Tweede Wereldoorlog werd ozontherapie populair in Duitsland, omdat van ozon bekend was dat het een sterk bacteriedodend effect heeft. Volgens Van Dijk (Geneeswijzen in Nederland, 8ste druk p. 342) berust de gunstige werking op ‘stimulering van de oxidatieprocessen in de cel.' Meestal wordt gewerkt met zuurstof-ozonmengsels. Ozon, dat in de gewone geneeskunde geen rol speelt, wordt op allerlei wijzen toegepast. Het wordt in de spieren ingespoten, of onderhuids, dan wel in buikholte, lichaamsopeningen en aderen. Bij die laatste methode zijn wel doden gevallen ten gevolge van gasembolie. Voorzichtiger therapeuten nemen bloed af, voegen er ozon aan toe en spuiten het weer in, wat een zeker risico op hepatitisbesmetting oplevert, als niet voldoende voorzorgen genomen worden. Tegenwoordig is ozontherapie ook geliefd bij orthomoleculaire genezers.

 

Celtherapie

In 1930 bedacht de Zwitserse arts Paul Niehans een verjongingsbehandeling, waarbij senioren worden ingespoten met ‘Schockgefrorenen Frischzellen,' verkregen door het doden van zwangere schapen, waarna uit organen van de lammetjesfoetussen steriel grotendeels gedenatureerd celmateriaal van bijvoorbeeld zwezerik, hart, lever en placenta wordt geprepareerd. Preventieve behandeling vanaf het 45ste levensjaar wordt aanbevolen. In 1955 waren er reeds meer dan 30 dodelijke ongelukken beschreven, vooral door heftige allergische reacties. Tegenwoordig zal de vrees dat mensen een variant van de ziekte van Creutzfeldt-Jacob kunnen oplopen door besmetting met de verwekker van BSE de populariteit van de celtherapie niet ten goede komen, maar Van der Schaar ziet nog geen reden om ermee te stoppen. Talrijke beroemdheden lieten zich met celtherapie behandelen, waaronder Adenauer, paus Pius XII, Churchill, Fidel Castro en Marlene Dietrich.

 

Chelatietherapie

Chelatietherapie is een zeer ‘medische' vorm van kwakzalverij, waarbij de slachtoffers worden behandeld met infusen waaraan EDTA is toegevoegd, een stof die in staat is om metalen waaronder calcium (‘kalk') uit het bloed te binden en verwijderen. In de gewone geneeskunde heeft het een klein indicatiegebied bij sommige vergiftigingen (lood), maar het nut ervan bij aderverkalking is nimmer aangetoond. Een kortdurende daling van de calciumspiegel in het bloed wordt onmiddellijk door de normale regelmechanismen gecorrigeerd, hetgeen maar goed is ook. Mobilisatie van ‘kalk' uit verkalkte vaten is onwaarschijnlijk, nooit aangetoond en zou ook niet veel nut hebben. De neerslagen van kalk (calciumcarbonaat) zijn secundaire fenomenen in een reeds door ‘atherosclerose' aangetaste vaatwand. De behandeling is desniettemin populair bij welgestelde senioren, die zich de duizenden guldens kostende therapie kunnen veroorloven. Pogingen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) om op te treden tegen kliniekjes waar deze therapie wordt toegepast (onder andere na een sterfgeval in Zwolle) liepen stuk op verzet van chelatieartsen, hun patiënten en onwelwillende justitiële autoriteiten. Met enige regelmaat verschijnen er in reguliere medische tijdschriften nog artikelen over deze therapie, onveranderlijk met de conclusie dat de therapie bij vaatlijden volstrekt nutteloos is.

Het is een raadsel dat een voormalige hartchirurg, al zijn normale vakkennis en collega's negerend, zich door aanprijzing en uitvoering van dergelijke methoden in leven houdt en dat zonder enige gêne.

 

Naschrift oktober 2010

Van der Schaars laatste artikelen op zijn eigen vakgebied lijken te dateren van 1978 (zie hier).

Voorts schreef hij samen met M. Sickesz (nummer 7 van de Top Twintig):
Correction of the anatomical changes of whiplash injury. Evidence based integrative medicine 2004:1 (2) 145-153.

Dit lijkt weinig te maken te hebben met zijn werk in de kliniek in Leende, en ook niet met hart- en longziekten.

Het enige wetenschappelijks dat lijkt op de therapiemodaliteiten in Leende is een korte voordracht in Stockholm in 1993 getiteld Antineoplaston Therapy in a Private Practice Out-Patient Environment. Antineoplastons van Burzynsky vormen een bekende groep kwakzalversmiddelen tegen kanker.

Lees ook