Door: C.N.M. Renckens | Geplaatst: 29 mei 2001

Kwakzalverij en kanker

Actieblad juli 1998, 109de jaargang nr. 3. In Vrij Nederland van 18 april 1998 verscheen een interview met Piet Borst, wetenschappelijk directeur van het Nederlands Kanker Instituut te Amsterdam. Borst is hoogleraar, arts-biochemicus en een ook internationaal gerespecteerd onderzoeker en geleerde, zoals o.a. blijkt uit lidmaatschappen van diverse buitenlandse wetenschappelijke academies en van de redactieraden […]

Actieblad juli 1998, 109de jaargang nr. 3.
In Vrij Nederland van 18 april 1998 verscheen een interview met Piet Borst, wetenschappelijk directeur van het Nederlands Kanker Instituut te Amsterdam. Borst is hoogleraar, arts-biochemicus en een ook internationaal gerespecteerd onderzoeker en geleerde, zoals o.a. blijkt uit lidmaatschappen van diverse buitenlandse wetenschappelijke academies en van de redactieraden van toptijdschriften als Nature en Science. Borst deed in het interview enkele interessante uitspraken over alternatieve genezers en kwakzalvers. Zo wilde hij niets weten van de therapie van de 85-jarige Italiaanse kankerdokter Luigi Di Bella, die daar thans veel aanhang geniet en zelfs grote steundemonstraties in de straten van Rome veroorzaakte. Zover heeft Moerman, met wie Borst de hoogbejaarde Italiaan vergeleek, het nooit gebracht. Di Bella’s aanpak bestaat uit de toediening van vitaminen en mineralen en hormonen als somatostatine, melatonine, prolactine en ACTH. Borst noemt theorieën als van Moerman en Di Bella ‘Flauwe kul, bedacht door mensen, die de kritische zin, maar ook de bescheidenheid missen om hun inzichten te toetsen aan de werkelijkheid.’

Borst is het ook absoluut oneens met mensen, die vinden dat je begrip moet hebben voor alternatieve geneeskunst. ‘Ik snap niets van een KNMG, die zegt: we hebben nu eenmaal collega’s die alternatieve geneeskunst beoefenen en dat moeten wij respecteren want collega’s val je niet af. Als mensen zich met niet-werkende geneeswijzen bezighouden en doen alsof ze wel werken, dan vind ik dat niet acceptabel, dat is volksverlakkerij.’ De verslaggeefster constateerde dat Borst zich hier behoorlijk over opwond en deze gaf dat toe: ‘Ja. Hoewel ik op veel gebieden redelijk mild ben geworden, ben ik hier vrij fel in, om niet te zeggen onverzoenlijk. Er is geen enkele basis voor verzoening met alternatieve geneeswijzen.’ Later in het interview zegt Borst nog behartenswaardige woorden over de smalle grens tussen een rationele hypothese, die door een enthousiast onderzoeker te vuur en te zwaard wordt verdedigd en een ‘overwaardig idee, dat trekken vertoont van een milde waan’. Als voorbeeld van dat laatste noemde hij de briljante Linus Pauling, die de grens der waanzin overtrok en in vitamine C de panacee voor al het lijden der mensheid ging zien.

Met zijn kritiek op de KNMG had Borst het gelijk volledig aan zijn zijde. Op het laatste KNMG jaarcongres (nov. 1997) te Egmond stelde de vertrekkend hoofdredacteur van Medisch Contact Spreeuwenberg in zijn grote toespraak o.a.: ‘Bona fide artsen zouden patiënten duidelijk moeten maken dat alternatieve geneeswijzen alternatief worden genoemd omdat hun werkzaamheid niet met voorhanden zijnde methoden kan worden aangetoond. Alternatieve geneeswijzen scoren hoog omdat ze vaak worden toegepast voor alledaagse klachten en daarvoor evenmin getoetste geneeswijzen bestaan. (….) Als reguliere artsen kunnen we het vertrouwen van de patiënten winnen door ze te laten merken dat we hun opvattingen en wensen serieus nemen, door realistisch te zijn over wat we wel en niet te bieden hebben, door tegenover de patiënt met respect over onze alternatieve geneeswijzen toepassende collegae te spreken en door onze eigen grenzen goed aan te geven en niet te verdoezelen door het gebruik van vage termen als “additionele” geneeswijzen.’

Afschuwelijke woorden uit de mond van een man, die over andere onderwerpen vaak zulke verstandige dingen zegt. Want als een professionele discipline over een goed zelfreinigend vermogen wil beschikken, dan is deze meer gebaat met de onverzoenlijke houding van Borst dan met het respect van Spreeuwenberg. De gezondheidszorg is immers geen sociale werkplaats en de intellectuele intolerantie van de wetenschapper Borst is derhalve jegens de alternatieve artsen meer to the point dan die anachronistische gevoelens van ambtsbroederschap van KNMG-man Spreeuwenberg!

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

 

C.N.M. Renckens

Profiel: (1946) Hij studeerde geneeskunde aan de RUG en behaalde het artsdiploma in 1971. Na werkzaam te zijn geweest als tropenarts in Zambia volgde zijn specialisatie tot vrouwenarts. In die kwaliteit is hij sinds 1980 verbonden aan het Westfries Gasthuis te Hoorn. Sinds 1988 bekleedt hij het voorzitterschap van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Hij is auteur van vele publikaties op het gebied van kwakzalverij en alternatieve geneeswijzen, zowel in de lekenpers als in de professionele pers. Van zijn hand verschenen vier boeken: ‘Hedendaagse kwakzalverij’ (1992), ‘Kwakzalvers op kaliloog’ (2000), ‘Genezen is het woord niet. Biografische schetsen van de twintigste meest notoire genezers van de twintigste eeuw’ (2001) en zijn in handelseditie verschenen dissertatie ’Dwaalwegen in de geneeskunde. Over alternatieve geneeswijzen, modeziekten en kwakzalverij’ (2004). In 2006 werd hij wegens zijn verdiensten voor de kwakzalverijbestrijding benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Gerelateerde artikelen

artikelen - 27 februari 2022

Buitenlandrubriek met o.a.: Na sociale mediaverboden zoeken antivaxxers contact via podcasts.

artikelen - 26 oktober 2021

Buitenlandrubriek met o.a.: Waarom Duitsers zo van homeopathie houden / Aromatherapie-spray besmet Amerikanen met tropische ziekte.

artikelen - 30 november 2020

Silvia Hoevenaar bepleit holistisch genezen. Ze behandelt patiënten van jong tot oud met medicinale paddenstoelen, erg onwetenschappelijk.