Homeopaat Scholten wil geen kwakzalverbestrijders in tuchtcollege

Homeopathische artsen Scholten en Van Gelder willen geen VtdK’ers in het college dat hun beroepszaak behandelt.
Door: Broer Scholtens | Geplaatst: 27 jun 2017 | Laatste Wijziging: 27 jun 2017

De homeopathische artsen Jan Scholten en Leo van Gelder hebben het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) verzocht geen leden of sympathisanten van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) op te nemen in het college dat de beroepszaak tegen hen behandelt. Het CTG wil niet zeggen wat het heeft geantwoord en of op het verzoek is ingegaan.

De beroepszaak is bij het centraal college tegen de twee homeopaten, Jan Scholten met een huisartsenpraktijk in Utrecht en Leo van Gelder, basisarts in Amsterdam, aangespannen door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en diende half juni in Den Haag. De inspectie vindt dat de twee artsen de gangbare (ethische) regels aan hun laars hebben gelapt toen ze tien jaar geleden aidspatiënten in Kenia met hun experimenteel homeopathisch middeltje lieten behandelen. De inspectie verwijt hun onderzoek te hebben gedaan bij ernstig zieke en kwetsbare patiënten zonder zich er van te vergewissen “of dit werd uitgevoerd met inachtneming van de daarvoor geldende eisen”, schrijft de IGZ in haar pleitnotitie. De twee artsen zouden daarmee in strijd hebben gehandeld met de Verklaring van Helsinki waarop ook de artsenorganisatie KNMG zijn gedragsregels baseert. Het centraal tuchtcollege doet half augustus uitspraak.

De homeopaten lieten in 2006 in Kenia 228 hiv-positieve patiënten behandelen met een homeopathisch middel. Dat gebeurde onder supervisie van een Keniaanse behandelaar. De pilotstudie, geïnitieerd door de twee Nederlandse artsen en daarmee ook (deels) hun verantwoordelijkheid, was bedoeld om de effectiviteit van het middel aan te tonen. Het middel met de naam Iquilai heeft een zout van het element thulium uit de lanthanidengroep in het periodiek systeem als uitgangsstof. Jan Scholten “ontdekte” het middel na een eureka-ervaring in een hotelkamer in Thailand. Daar besefte hij na die wonderlijke "verschijning" dat het zou kunnen "werken” bij aids, vertelde hij De Volkskrant in de zomer van 2014.

Verdund

Het “medicijn” is oneindig verdund, conform de regels van de curieuze homeopathie. In het middel zit dus geen werkzame stof meer, vertelde uitvinder Jan Scholten het tuchtcollege om aan te tonen dat er daarom ook geen “gezondheidsrisico’s” geweest kunnen zijn bij de pilotstudie in Kenia. Het grote niks in het middel zou het immuunsysteem versterken en “genezend werken”, geloven beide kwakzalvers, ook bij een besmetting met het dodelijke aidsvirus.

De homeopaten snappen ook niet hoe het kan, maar hebben “waargenomen” dat het spul “fantastische resultaten” geeft. “Wij waren zeer verbaasd,” aldus Scholten tijdens de beroepszitting. “Als het zo goed werkt, kun je het mensen niet onthouden, je moet ze helpen.”

Scholten verhaalde vervolgens ter illustratie over een doodzieke bedlegerige Zuid-Afrikaanse aidspatiënt die een dag na het slikken van zijn ‘wondermiddel’, “beter” was. Beide homeopaten deden de afgelopen jaren juichend kond van de effectiviteit van hun middel in de media. In 2014 stelden twee PvdA-Kamerleden, op het spoor gebracht door deze maffe uitspraken van de twee, vragen aan de minister van Volksgezondheid, Edith Schippers. Zij liet zich in haar antwoorden uiterst kritisch uit over beide homeopathische artsen en verzocht de inspectie een klacht bij het tuchtcollege tegen hen in te dienen. Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Amsterdam sprak de twee homeopaten half oktober 2016 echter vrij.

Tuchtrecht

Het college oordeelde dat de uitvoerende Keniaanse behandelaar formeel niet onder het Nederlands (tucht)recht valt. Beide basisartsen kunnen daarom niet direct verantwoordelijk worden gehouden voor behandelingen in Afrika. De inspectie kon het regionaal tuchtcollege er niet van overtuigen dat zieken tijdens de behandelingen in Kenia reguliere aidsremmers waren onthouden. Opmerkelijk: uit de onderzoeksrapportage van beide artsen blijkt dat – ondanks de hiv-diagnose – de helft van de patiënten geen aidsremmers gebruikte.

Het regionaal college merkte overigens – terzijde weliswaar – op dat het onderzoek in Kenia naar de werking van het homeopathische middel, dat is uitgevoerd in opdracht van beide basisartsen die er ook deels bij aanwezig waren, niet heeft voldaan aan Nederlandse en internationale eisen voor medisch onderzoek.

De inspectie ging in beroep tegen de uitspraak van het Amsterdamse regionaal tuchtcollege. In aanloop naar de beroepszitting heeft de advocaat van beide artsen in de begeleidende brief bij het verweerschrift het centraal tuchtcollege verzocht geen leden van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) in zijn college op te nemen en/of collegeleden met sympathie voor de vereniging. “Mijn cliënten hebben een verzoek gedaan tot zodanige samenstelling van het tuchtcollege dat er geen leden of uitgesproken sympathisanten van de Nederlandse Vereniging tegen de Kwakzalverij zitting in zouden hebben, vanwege het belang van een onbevooroordeelde en onpartijdige beoordeling”, laat de advocaat van de twee artsen, Mieke de Die van het Amsterdamse advocatenkantoor Velink & De Die, weten.

Ongepaste vraag

Het tuchtcollege is hopelijk niet op het verzoek ingegaan en heeft de advocaat te horen gekregen dat de vraag ongepast is. Zowel het tuchtcollege als de advocaat van beide homeopaten willen hier echter niets over kwijt. “U bent geen partij”, laat de secretaris van het tuchtcollege afgemeten weten. “We zijn een onafhankelijke partij, wat denkt u wel?”

Het zou goed zijn als beide homeopaten eenzelfde antwoord hebben gekregen. Tijdens de zitting van de beroepszaak half juni, in een zaal gevuld met een dertigtal elkaar huggende en kussende geloofsvrienden, gefilmd door een ingehuurde tv-ploeg, stoeiden de advocaten van beide partijen over de vraag of bij de pilotstudie in Kenia het Verdrag van Helsinki is geschonden. En of de pilotstudie moet worden aangemerkt als onderzoek of als complementaire behandeling. En dan met nadruk op het begrip complementaire. De homeopaten proberen zo te omzeilen dat hun juichende betoog over de werking van hun gratis middel kan worden opgevat als onthouding van de gebruikelijke reguliere therapie, dure aidsremmers. Suggesties van Scholten in de media dat hun middel het gebruik van aidsremmers tijdelijk kan uitstellen, wijzen hier per slot van rekening op.

Of de Keniase behandelaar James Ombaka zijn patiënten het begrip complementair heeft uitgelegd en hun ook heeft verteld wat een homeopathisch middel is – een vereiste, in ieder geval conform KNMG-richtlijnen – blijft mistig. Vragen over de informatieoverdracht aan de patiënten werden tijdens de beroepszitting vaag en warrig beantwoord. Behandelaar Ombaka vertelde patiënten dat het ging om een “natural medicine”, liet Van Gelder weten, wat in Afrika zou staan voor homeopathisch. Dat het om een experimenteel middel ging, werd er echter niet bij vermeld. Beide homeopaten omschrijven Ombaka in de overlegde stukken en in het verweerschrift voortdurend als dokter/arts. Hij is echter farmacoloog, blijkt uit zijn Linkedin-profiel, en geen arts of gepromoveerd doctor (dr.). 

Slecht gedocumenteerd

De pilot werd in 2006 uitgevoerd. De artsen hebben onderzoeksresultaten alleen op hun eigen website gepubliceerd. Uit deze rapportage blijkt dat de studie indertijd slecht is gedocumenteerd. De patiëntengroep was bovendien slecht gedefinieerd. Zo werd bij slechts 59 procent van de patiënten de concentratie CD4-cellen in het bloed gemeten, als maat om de (versterking/verzwakking van de) afweer te karakteriseren. Dit is gebeurd om kosten te besparen, luidt de verklaring in de rapportage. Een curieuze bewering, de studie had juist ten doel de werking van het middel te onderzoeken. De helft van de patiënten die het wondermiddel kreeg, slikte bovendien virusremmers. Ook vreemd, het wondermiddel zou immers complementair zijn geweest, beweren beide artsen. Bij de helft van de patiënten was dit dus niet het geval, hun werden virusremmers – als eerste voorschrijfmiddel - onthouden. Het middel werkte volgens beide homeopaten “fantastisch”.

In het onderzoeksrapport op hun website schrijven Scholten en Van Gelder dat “meer dan 90 procent van de patiënten verbeteringen vertoonden in hun gezondheid.” Desondanks heerst er sinds de pilotstudie een radiostilte rond het middel.

Een van de collegeleden – een endocrinoloog – vroeg de twee artsen tijdens de beroepszetting waarom er inmiddels niet vele duizenden, tienduizenden patiënten mee zijn behandeld, gezien die fantastische resultaten. In Kenia zijn per slot van rekening bijna twee miljoen mensen geïnfecteerd met hiv van wie nog steeds het overgrote deel overlijdt. Zijn vraag beleef hangen in een dikke mist.

Beide homeopaten erkenden ook niet te begrijpen waarom hun ‘wondermiddel’ niet massaal in Kenia wordt ingezet. Uit het warrige verhaal van Scholten, geholpen door al even vage antwoorden van kompaan Van Gelder, is op te maken dat de uitvoerende behandelaar James Ombaka indertijd werd betaald voor zijn gemaakte reis- en onkosten, in ieder geval in het eerste jaar van de studie. Het medicijn kreeg hij gratis. De farmacoloog werd betaald uit het Aids Remedy Fund (ARF), een stichting die de twee Nederlandse artsen in 2006 hebben opgericht om “de effectiviteit te onderzoeken van Iquilai bij de behandeling van aids.” 

Erfenis

Ze vulden het fonds met de erfenis van zijn tante, aldus Van Gelder tijdens de beroepszitting. Toen de bodem van het fonds was bereikt bleek Ombaka geen behoefte meer te hebben patiënten te behandelen, ook al kreeg hij het homeopathische middel nog steeds gratis toegeschoven. “Betaling van de behandelaar is zeker een belangrijke factor geweest”, zegt Van Gelder. De internist in het college hield het na enkele mistige antwoorden voor gezien, concluderend: “Ik geloof dat ik er iets meer van begrijp.”

De webredactie heeft Ombaka per e-mail gevraagd waarom hij ondanks zijn ‘succesvolle’ pilotstudie na 2006 is gestopt met het (gratis verkregen) homeopathische middel Iquilai. De Keniaanse farmacoloog heeft niet geantwoord.

De werking van het homeopathische middel staat niet ter discussie bij het tuchtcollege. Dat oordeelt alleen over het medisch-ethische gedrag van beide artsen bij de behandeling van patiënten, hun morele gedrag. Wel kun je afvragen of het niet medisch-ethisch onverantwoord is aidspatiënten te behandelen met een middel waarvan elk rationeel denkend mens weet dat het niet kan werken, zeker niet tegen een dodelijke virusziekte als aids. Artsen mogen geen valse hoop geven, ook niet ver weg in Afrika. En dat ook niet in opdracht laten doen.

Scholten – met in zijn kielzog Van Gelder – heeft een rotsvast geloof in homeopathie en is bereid daarvoor de waarheid naar zijn hand te zetten. Scholten heeft op zijn website de vijf belangrijkste wetenschappelijke bewijzen gezet die volgens zouden aantonen dat “zijn” homeopathie werkt. Als eerste – belangrijkste – bewijs noemt hij een artikel van drie Nederlandse onderzoekers (toen werkzaam op de universiteit van Maastricht) uit 1991 (blijkbaar is er sindsdien niet veel meer bijgekomen). Scholten schrijft dat de drie, na weging van 107 gecontroleerde studies, zouden concluderen dat “at the moment the evidence of clinical trials is positive”.

Waarheid verdraaien

Een typisch staaltje van verdraaien van de waarheid. De Utrechtse homeopaat citeert de helft van de eerst zin, de rest van hun conclusie – vernietigend voor homeopathie – laat hij (wijselijk) weg. De volledige conclusie luidt namelijk: “At the moment the evidence of clinical trials is positive but not sufficient to draw definitive conclusions because most trials are of low methodological quality and because of the unknown role of publication bias. This indicates that there is a legitimate case for further evaluation of homeopathy, but only by means of well performed trials”.  

Homeopathie heeft haar langste tijd gehad, er worden geen nieuwe studies meer in gang gezet omdat er voldoende onderbouwing is dat homeopathie niet werkt. Dit is geen hersenspinsel van de Verenging tegen de Kwakzalverij (VtdK) alleen, het is een breed gedragen constatering. Zelfs het Amerikaanse federale bureau NCCIH, dat zich stort op alternatieve geneeskunde, heeft zijn geloof in homeopathie verloren. De belangrijkste conclusie van het NCCIH, twee jaar geleden opgetekend in een brochure over homeopathie, luidt: “There is little evidence to support homeopathy as an effective treatment for any specific condition.” 

Lees ook