Uren met Houtsmuller (XI en slot)

Actieblad tegen de Kwakzalverij,  mei 2002 jaargang 113, nr.3.

Tijdens haar vergadering van 12 maart 2002 heeft het bestuur definitief besloten af te zien van een bodemprocedure tegen het betreurde arrest in kort geding door het Amsterdamse Gerechtshof.
Eerder werd reeds gemeld dat cassatie niet zinvol leek om juridisch-technische redenen, en dat zijn eigenlijk de enige redenen om cassatie aan te tekenen (Actieblad jan. 2001, pag. 7 e.v.). Inhoudelijk achtte uw bestuur een succesvolle procedure tegen dit weliswaar na veel aarzeling en twijfel tot stand gekomen, maar toch uiterst curieuze arrest zeker mogelijk en die mening zijn wij eigenlijk nog toegedaan. Lange tijd hebben wij ook het gevoel gehad, dat de absurde eisen die het hof aan de toelaatbaarheid van het begrip kwakzalver stelde de Vereniging het werken onmogelijk zou maken. Dat zou en moest gecorrigeerd. Onbegrijpelijk en onverteerbaar was ook dat het hof, in tegenstelling tot Orobio de Castro, Houtsmullers smoes dat hijzelf in 1998 ‘vergat’ – na ‘vernemen’ van de waarheid over zijn ziektegeschiedenis eind 1997 – zijn al eerder gegeven, maar nog niet verschenen, interviews te corrigeren direct geloofde. Ook dat Bohn Stafleu Van Loghum hardnekkig zou hebben geweigerd in de herdrukken van zijn bestsellers uit 1998 en 1999 een correctie aan te brengen in het verhaal over zijn wondergenezing, werd door het hof voor zoete koek aangenomen. Daarom mochten wij Houtsmuller dus ook geen leugenaar noemen: het hof geloofde hem op zijn woord!

Alvorens af te stevenen op een nieuwe, kostbare en vermoedelijke langdurige procedure (wellicht wederom in meer termijnen) heeft het bestuur gemeend opnieuw juridisch advies te moeten zoeken, hetgeen nogal lang op zich heeft laten wachten. Recent is ons dan toch een gedegen advies uitgebracht door de Haagse advocaat mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt. Deze sprak de veronderstelling uit dat de bodemrechter in een procedure waarin geen nieuwe feiten zouden worden overgelegd vermoedelijk dezelfde opvatting zou hebben als het hof: met alle aarzeling en met respect voor de taak van de Vereniging om tegen maatschappelijke misstanden te waarschuwen, toch handhaving van een verbod op de kwalificaties kwakzalver en leugenaar voor Houtsmuller. De Vereniging zou wel kans maken indien er meer bewijsmateriaal verzameld zou kunnen worden. Daarbij dacht onze adviseur aan kankerpatiënten die zouden moeten verklaren na lezing van Houtsmullers boek inclusief zijn ziektegeschiedenis tot de conclusie te zijn gekomen dat de Houtsmullertherapie genezend of tenminste verlichtend zou werken op hun ziekte. Zij zouden dit moeten doen ook na lezing van de enigszins relativerende woorden van Kromhout die in één van H.’s boeken een voorwoord schreef. Dit voorwoord ontbreekt overigens in zijn Het Dr. Houtsmullerdieet. Ook zou onderzocht moeten worden wat de publieke opinie denkt bij het woord kwakzalver en of dat congruent is met de definitie uit de Dikke van Dale, waaraan het hof zich conformeerde. Dat het eerder dokters zijn die kunnen uitmaken wie kwakzalft en in mindere mate het algemene publiek en dat de Dikke van Dale aantoonbaar verouderd is (zij spreekt over onbevoegde uitoefening der geneeskunde, een obsoleet begrip in het tijdperk-BIG!), het is allemaal waar, maar onzeker blijft wat de bodemrechter daar over zou denken. (Elders in dit blad treft u een kleine bloemlezing aan uit de algemene pers, die aantoont dat het begrip kwakzalver aan een heropleving bezig is, een opmars die de urgentie om deze fraaie en eeuwenoude term uit de handen van het hof te redden ook minder acuut maakt.)

De procedure zou dus zeer tijdrovend en kostbaar worden, vermoedelijk enkele jaren in beslag nemen en opnieuw een enorme aanslag doen op de Verenigingskas. Dat gevoegd bij de constatering dat Houtsmuller inmiddels 77 jaar oud is, dat hij – mede als gevolg van ons activisme – niet meer praktiseert, dat zijn boeken niet meer herdrukt en vernieuwd worden en dat het KWF de banden met de ANTTT toch kritischer bekijkt dan enkele jaren geleden, dat alles heeft het bestuur doen besluiten om af te zien van een bodemprocedure tegen het arrest in kort geding. Juristen hebben in onze samenleving vaak het laatste woord, maar in de medische wereld heeft Houtsmuller geen enkele reputatie meer en in informele oncologische kringen wordt er veelal over hem gesproken als een psychisch in het ongerede geraakte oudere dokter, die – waar het hem in zijn gewone carrière niet op die manier gelukte – toch graag nog eens echt als mensenredder in de schijnwerpers wilde staan. Prediker zei het al: IJdelheid der ijdelheden, alles is slechts ijdelheid. Wij nemen afscheid van Houtsmuller, het is mooi geweest. Nu weer eens wat anders.

Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij

Schrijf je in en ontvang het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij (NTtdK).

Word lid east
Kwakzalverij